Statenvertaling.nl

sample header image

Psalm 1 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Psalm 1

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Beschrijving van den wandel en de gelukzaligheid der vromen, en daartegenover van den aard en ellendigen staat der goddelozen.
 
Tweeërlei weg
1 WELGELUKZALIG 1is de 2man adie niet wandelt 3in den raad der 4goddelozen, noch staat op den 5weg der 6zondaren, noch zit in het 7gestoelte der spotters.
1 Als hebbende de belofte van het tegenwoordige en toekomende leven, 1 Tim. 4:8. verwijsteksten
2 Dat is, mens. Zie Job 12 op vers 10. verwijsteksten
a Ps. 26:4. Spr. 1:10, 15; 4:14, 15. 1 Kor. 15:33. Ef. 5:11. verwijsteksten
3 Dat is, naar hun raad of aanraden zijn leven niet aanstelt; of: niet gaat in hun raad om boze stukken met hen te besluiten. Zie Job 21:16. verwijsteksten
4 Of: ongoddelijken, ongerechtigen, onvromen, bozen, onrustigen. Zie Num. 35 op vers 31. verwijsteksten
5 Dat is, met hun manier van leven, bozen handel en wandel geen gemeenschap heeft. Zie Gen. 6 op vers 12, en onder, vers 6. verwijsteksten
6 Die hun werk maken van het zondigen, in welke de zonde ten enenmale is heersende; alzo vers 5; Ps. 26:9; 104:35. Pred. 2:26; 9:2. Jes. 65:20. Matth. 26:45. Rom. 5:8. Zie ook 1 Sam. 15 op vers 18. verwijsteksten
7 Of: zetel, zitplaats (als Ps. 107:32), waar zij tezamen zijn, om als verstokte en overgegeven booswichten met alles wat Goddelijk is hun spotternij te drijven. verwijsteksten
 
2 bMaar zijn lust is in des HEEREN 8wet, en hij 9overdenkt Zijn wet dag en 10nacht.
b Deut. 6:6, enz.; 17:19. Joz. 1:8. Ps. 119:1, enz. verwijsteksten
8 Of: leer; want door dit woord wordt elders en doorgaans in dit boek verstaan de ganse leer van Gods beschreven Woord of de Heilige Schrift.
9 Hebr. eigenlijk: zal overdenken of betrachten of spreken, te weten met hart en mond; en zo in het volgende. Deze verwisseling van tijden is zeer gemeen bij de Hebreeën (gelijk in het voorgaande vers Hebr. eigenlijk: heeft gewandeld, gestaan, gezeten). Wij gebruiken ook wel in onze taal gelijke manier van spreken: een vroom man zal zulks niet doen, de goddeloze zal zo en zo doen; een goede boom zal zijn vrucht brengen te zijner tijd; dat is, een vroom man doet zulks niet, pleegt zo niet te doen, een goddeloze daarentegen doet zo, pleegt zo te doen, enz.
10 Als hij ontwaakt, of deswege zijn slaap breekt. Vgl. Ps. 16:7; 17:3; 63:7; 77:7; 88:2; 119:55, 62. De zin is: steeds, geduriglijk, doorgaans. verwijsteksten
 
3 Want hij zal zijn als een cboom, geplant aan 11waterbeken, die zijn vrucht geeft op 12zijn tijd en welks 13blad niet afvalt; en al wat 14hij doet, zal 15wel gelukken.
c Jer. 17:8. verwijsteksten
11 Hebr. eigenlijk: waterscheidingen, of verdelingen der wateren, dat is, stromen, armen, hier en daar heenvlietende. Vgl. Ps. 46:5. Spr. 5:16. verwijsteksten
12 Dat is, te rechter tijd, in zijn seizoen. Alzo Lev. 26:4. Ps. 104:27; 145:15. Jer. 5:24. verwijsteksten
13 Of: loof. Het afvallen der bladeren is vergezelschapt met het verwelken; daarom zetten het sommigen over: verwelkt niet. Vgl. Jes. 34:4. verwijsteksten
14 De rechtvaardige, die bij dien boom vergeleken is.
15 Of: tieren, gedijen; of: daarin zal hij voorspoedig zijn. Vgl. Gen. 39:2. 2 Kron. 31:21; 32:30, en zie Rom. 8:28. Sommigen duiden dit op den boom, bij welken de rechtvaardige wordt vergeleken, aldus: al wat hij voortbrengt (Hebr. maakt of doet), zal wel gedijen; omdat het Hebreeuwse woord maken van het voortbrengen der vruchten elders gebruikt wordt. Zie Jes. 5 op vss. 4, 10. Jer. 12 op vers 2; 17 op vers 8, en vgl. Matth. 3:8, 10. verwijsteksten
 
4 16Alzo zijn de goddelozen niet, maar als dhet kaf dat de wind heendrijft.
16 Te weten als zulk een boom, als de rechtvaardige.
d Job 21:18. Ps. 35:5. Jes. 17:13; 29:5. Hos. 13:3. verwijsteksten
 
5 Daarom zullen de goddelozen niet 17bestaan in het gericht, noch de zondaars in de vergadering der rechtvaardigen.
17 Maar vallen, ten tijde als God Zijn oordelen in de wereld over de goddelozen uitvoert, doch inzonderheid als zij van den Zone Gods verdoemd en ter helle verwezen zullen worden; de vergadering der rechtvaardigen daarentegen zal voor God bestaan, en ten laatste ingaan in de eeuwige heerlijkheid. Zie Matth. 25:41, 46, enz. verwijsteksten
 
6 Want de HEERE 18kent den weg der rechtvaardigen, maar de weg der goddelozen zal vergaan.
18 Dat is, bemint, heeft er behagen in, kent voor goed, draagt er zorg voor. Vgl. Gen. 18 op vers 19. Deut. 2:7. Ps. 31:8; 101:4. Nah. 1:7. Matth. 7:23; 25:12. 1 Thess. 5:12. verwijsteksten

Einde Psalm 1