Op deze pagina kunt u de Statenvertaling raadplegen in de editie van 1637 en/of 1657. De edities 1637, 1657 en de GBS-editie kunnen naar keuze parallel worden weergegeven. (Bij parallelweergave worden bij een vers eerst de kanttekeningen met verwijsteksten getoond, daarna de verklarende kanttekeningen.)
| 1 LOvet den HEERE, want hy is goet: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 2 Lovet den Godt der Goden: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 3 Lovet den Heere der heeren: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 4 Dien die alleen groote wonderen doet: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 5 Dien die de hemelen met verstant gemaeckt heeft: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 6 Dien die d’aerde op het water uytgespannen heeft: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 7 Dien die de groote lichten heeft gemaeckt: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 8 De Sonne tot heerschappye inden dach: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 9 De Mane ende Sterren tot heerschappye in de nacht: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 10 Dien die de Egyptenaers geslagen heeft in hare eerstgeborene: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 11 Ende heeft Israël uyt het midden van hen uytgebracht: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt: |
| 12 Met eene stercke hant, ende met eenen uytgestreckten arm: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 13 Dien, die de schelf-zee in deelen deelde: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 14 Ende voerde Israël door ’t midden van de selve: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 15 Hy heeft Pharao met sijn heyr gestort in de schelf-zee: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 16 Die sijn volck door de woestijne geleydt heeft: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 17 Die groote Coningen geslagen heeft: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 18 Ende heeft heerlicke Coningen gedoodt: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 19 Sihon den Amoritischen Coninck: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 20 Ende Og den Coninck van Basan: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 21 Ende heeft haer lant ten erve gegeven: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 22 Ten erve sijnen knecht Israël: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 23 Die aen ons gedacht heeft in onse nedericheyt: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 24 Ende hy heeft ons onsen tegenpartijders ontruckt: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 25 Die allen vleesche spijse geeft: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |
| 26 Lovet den Godt des hemels: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt. |