Op deze pagina kunt u de Statenvertaling raadplegen in de editie van 1637 en/of 1657. De edities 1637, 1657 en de GBS-editie kunnen naar keuze parallel worden weergegeven. (Bij parallelweergave worden bij een vers eerst de kanttekeningen met verwijsteksten getoond, daarna de verklarende kanttekeningen.)
| 1 ELihu antwoordde voorder, ende seyde: |
| 2 Houdt ghy dat voor recht, [dat] ghy geseyt hebt: Mijne gerechticheyt is meerder dan Godts? |
| 3 Want ghy hebt geseyt, Wat soudese u baten? wat meer profijt sal ick [daer met] doen, dan met mijne sonde? |
| 4 Ick sal u antwoorde geven, ende uwen vrienden met u. |
| 5 Bemerckt den hemel, ende siet; ende aenschouwt de bovenste wolcken, sy zijn hooger dan ghy. |
| 6 Indien ghy sondicht, wat bedrijft ghy tegen hem? indien uwe overtredingen menichvuldich zijn, wat doet ghy hem? |
| 7 Indien ghy rechtveerdich zijt, wat geeft ghy hem? ofte wat ontfangt hy uyt uwe hant? |
| 8 Uwe godtloosheyt soude zijn tegen eenen man gelijck ghy zijt, ende uwe gerechticheyt voor eens menschen kint. |
| 9 Van wegen [hare] grootheyt doen sy de onderdruckte roepen: sy schreeuwen van wegen den arm der grooten. |
| 10 Maer niemant en seyt, Waer is Godt, mijn Maker; die de Psalmen geeft in der nacht? |
| 11 Die ons geleerder maeckt, dan de beesten der aerde; ende ons wijser maeckt dan het gevogelte des hemels. |
| 12 Daer roepen sy; maer hy en antwoordt niet, van wegen den hoochmoet der boosen. |
| 13 Gewisselick en sal Godt de ydelheyt niet verhooren: ende de Almachtige en sal die niet aenschouwen. |
| 14 Dat ghy oock geseyt hebt; Ghy en sult hem niet aenschouwen: daer is [nochtans] gerichte voor sijn aengesichte: wacht ghy dan op hem. |
| 15 Maer nu, dewijle het niets en is, dat sijn toorn [Iob] besocht heeft, ende hy [hem] niet seer in overvloet doorkent en heeft; |
| 16 So heeft Iob in ydelheyt sijnen mont geopent, [ende] sonder wetenschap woorden vermenichvuldicht. |