Statenvertaling.nl

sample header image

Judas – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Judas

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

Opschrift en zegengroet
1 JUDAS, een dienstknecht van JEZUS CHRISTUS, en broeder van Jakobus, aan de geroepenen, die door God den Vader geheiligd zijn, en door Jezus Christus bewaard:
2 Barmhartigheid, en vrede, en liefde zij u vermenigvuldigd.
 
Strijdt voor het geloof
3 Geliefden, alzo ik alle naarstigheid doe om u te schrijven van de gemene zaligheid, zo heb ik noodzaak gehad aan u te schrijven, en u te vermanen, dat gij strijdt voor het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is.
4 aWant er zijn sommige mensen ingeslopen, bdie eertijds tot ditzelve oordeel tevoren opgeschreven zijn, goddelozen, die de genade onzes Gods veranderen in ontuchtigheid, en den enigen Heerser, God, en onzen Heere Jezus Christus verloochenen. a 2 Petr. 2:1. b 1 Petr. 2:8. 2 Petr. 2:3. verwijsteksten
5 Maar ik wil u indachtig maken, als die dit eenmaal weet, dat de Heere het volk uit Egypteland verlost hebbende, cwederom degenen die niet geloofden, verdorven heeft. c Num. 14:29; 26:64, 65. Ps. 106:26. 1 Kor. 10:5. Hebr. 3:17. verwijsteksten
6 dEn de engelen die hun beginsel niet bewaard hebben, maar hun eigen woonstede verlaten hebben, eheeft Hij tot het oordeel des groten dags met eeuwige banden onder de duisternis bewaard; d 2 Petr. 2:4. e 2 Petr. 2:4. verwijsteksten
7 fGelijk Sódom en Gomórra, en de steden rondom dezelve, die op gelijke wijze als deze gehoereerd hebben, en ander vlees zijn nagegaan, tot een voorbeeld voorgesteld zijn, dragende de straf des eeuwigen vuurs. f Gen. 19:24. Deut. 29:23. Jes. 13:19. Jer. 50:40. Ez. 16:49. Hos. 11:8. Amos 4:11. Luk. 17:29. 2 Petr. 2:6. verwijsteksten
 
Wee over de dwaalleraars
8 Desgelijks evenwel ook dezen, in slaap gebracht zijnde, verontreinigen het vlees, en verwerpen de heerschappij, en lasteren de heerlijkheden.
9 Maar gMichaël, de archangel, toen hij met den duivel twistte, en handelde van het lichaam van Mozes, hdurfde geen oordeel van lastering tegen hem voortbrengen, maar zeide: iDe Heere bestraffe u. g Dan. 10:13; 12:1. Openb. 12:7. h 2 Petr. 2:11. i Zach. 3:2. verwijsteksten
10 kMaar dezen, hetgeen zij niet weten, dat lasteren zij; en hetgeen zij natuurlijk, als de onredelijke dieren, weten, in hetzelve verderven zij zich. k 2 Petr. 2:12. verwijsteksten
11 Wee hun, want zij zijn den weg van lKaïn ingegaan, en door mde verleiding van het loon van Bíleam zijn zij heengestort, nen zijn door de tegenspreking van Korach vergaan. l Gen. 4:8. 1 Joh. 3:12. m Num. 22:7, 21. 2 Petr. 2:15. n Num. 16:1. verwijsteksten
12 Dezen zijn ovlekken in uw liefdemaaltijden, en als zij met u ter maaltijd zijn, weiden zij zichzelven zonder vrees; zij zijn pwaterloze wolken, die van de winden omgedreven worden; zij zijn als bomen in het afgaan van den herfst, onvruchtbaar, tweemaal verstorven, en ontworteld; o 2 Petr. 2:13. p 2 Petr. 2:17. verwijsteksten
13 qWilde baren der zee, hun eigen schande opschuimende; dwalende sterren, denwelken de donkerheid der duisternis in der eeuwigheid bewaard wordt. q Jes. 57:20. verwijsteksten
14 En van dezen heeft ook rHenoch, de zevende van Adam, geprofeteerd, zeggende: sZie, de Heere is gekomen met Zijn vele duizenden heiligen, r Gen. 5:18. s Dan. 7:10. Hand. 1:11. 1 Thess. 1:10. 2 Thess. 1:10. Openb. 1:7. verwijsteksten
15 Om gericht te houden tegen allen, en te straffen alle goddelozen onder hen, vanwege al hun goddeloze werken, die zij goddelooslijk gedaan hebben, en tvanwege al de harde woorden die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben. t Matth. 12:36. verwijsteksten
16 Dezen zijn murmureerders, klagers over hun staat, wandelende naar hun begeerlijkheden; ven hun mond spreekt zeer opgeblazen dingen, verwonderende zich over de personen om des voordeels wil. v 2 Petr. 2:18. verwijsteksten
 
De roeping der lezers
17 Maar geliefden, gedenkt gij de woorden die voorzegd zijn door de apostelen van onzen Heere Jezus Christus;
18 Dat zij u gezegd hebben xdat er in den laatsten tijd spotters zullen zijn, die naar hun goddeloze begeerlijkheden wandelen zullen. x Hand. 20:29. 1 Tim. 4:1. 2 Tim. 3:1; 4:3. 2 Petr. 2:1; 3:3. verwijsteksten
19 Dezen zijn het die zichzelven afscheiden, natuurlijke mensen, den Geest niet hebbende.
20 Maar geliefden, bouwt gij uzelven op uw allerheiligst geloof, biddende in den Heiligen Geest;
21 Bewaart uzelven in de liefde Gods, verwachtende de barmhartigheid van onzen Heere Jezus Christus ten eeuwigen leven.
22 En ontfermt u wel over enigen, onderscheid makende;
23 Maar behoudt anderen door vreze, en grijpt hen uit het vuur; en haat ook den rok die van het vlees bevlekt is.
 
Lofprijzing
24 Hem nu, Die machtig is u van struikelen te bewaren, en onstraffelijk te stellen voor Zijn heerlijkheid in vreugde,
25 yDen alleen wijzen God onzen Zaligmaker, zij heerlijkheid en majesteit, kracht en macht, beide nu en in alle eeuwigheid. Amen. y Rom. 16:27. 1 Tim. 1:17. verwijsteksten

Einde Judas