Statenvertaling.nl

sample header image

Micha 1 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Micha 1

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

Samaría en Jeruzalem bestraft
1 HET woord des HEEREN dat geschied is tot Micha, den Morastiet, in de dagen van Jotham, Achaz en Jehizkía, koningen van Juda; dat hij gezien heeft over Samaría en Jeruzalem.
2 Hoort, agij volken altemaal; merk op, gij aarde, mitsgaders derzelver volheid: De Heere HEERE nu zal tot een Getuige zijn tegen ulieden, de Heere uit den tempel Zijner heiligheid. a Deut. 32:1. Jes. 1:2. verwijsteksten
3 Want zie, bde HEERE gaat uit van Zijn cplaats, en Hij zal nederdalen en treden op de dhoogten der aarde. b Jes. 26:21. c Ps. 115:3. d Deut. 32:13; 33:29. verwijsteksten
4 En de bergen zullen eonder Hem versmelten en de dalen gekloofd worden, gelijk was voor het vuur, gelijk wateren die uitgestort worden in de laagte. e Ps. 97:5. Amos 9:5. verwijsteksten
5 Dit alles, om de overtreding van Jakob en om de zonden van het huis Israëls; wie is het begin van de overtreding van Jakob? Is het niet Samaría? En wie van de hoogten van Juda? Is het niet Jeruzalem?
6 Daarom zal Ik Samaría stellen tot een steenhoop des velds, tot plantingen eens wijngaards; en Ik zal haar stenen in de vallei storten, en haar fundamenten ontdekken.
7 En al haar gesneden beelden zullen vermorzeld worden, en al haar hoerenbeloningen zullen met vuur verbrand worden, en al haar afgoden zal Ik stellen tot een woestheid; want zij heeft ze van hoerenloon vergaderd, en zij zullen tot hoerenloon wederkeren.
8 Hierom zal ik misbaar bedrijven en huilen; ik zal beroofd en naakt gaan; ik zal misbaar maken als de fdraken, en treuring als de jonge struisen. f Job 30:29. verwijsteksten
9 Want haar plagen zijn dodelijk; want zij zijn gekomen tot aan Juda; hij is geraakt tot aan de poort mijns volks, tot aan Jeruzalem.
10 gVerkondigt het niet te Gath, weent zo jammerlijk niet; hwentelt u in het stof in het huis van Afra. g 2 Sam. 1:20. h Jer. 6:26. verwijsteksten
11 Ga door, gij inwoneres van Safir, met iblote schaamte; de inwoneres van Zaänan gaat niet uit; rouwklage is te Beth-Haëzel; Hij zal Zijn stand van ulieden nemen. i Jes. 47:3. verwijsteksten
12 Want de inwoneres van Marôth is krank om des goeds wil; want een kkwaad is van den HEERE afgedaald, tot aan de poort van Jeruzalem. k Amos 3:6. verwijsteksten
13 Span de snelle dieren aan den wagen, gij inwoneres van Lachis (deze is der dochter Sions het beginsel der zonde), want in u zijn Israëls overtredingen gevonden.
14 Daarom, geef geschenken aan Moréseth-Gaths; de huizen van Achzib zullen den koningen Israëls tot een leugen zijn.
15 Ik zal u nog een erfgenaam toebrengen, gij inwoneres van Marésa; hij zal komen tot aan Adullam, tot aan de heerlijkheid Israëls.
16 Maak u kaal en scheer u om uw troetelkinderen; verwijd uw kaalheid als de arend, omdat zij gevankelijk van u zijn weggevoerd.

Einde Micha 1