Statenvertaling.nl

sample header image

Leviticus 12 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Leviticus 12

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Wetten rakende zowel de onreinheid van een kraamvrouw gelegen van een zoon, vs. 1, enz. Of van een dochter, 5. Als haar reiniging, hetzij dat zij rijk was, 6. Of arm, 8.
 
De reiniging van kraamvrouwen
1 VERDER sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2 Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Wanneer een vrouw 1zaad gegeven en een knechtje gebaard zal hebben, zo zal zij zeven dagen onrein zijn; 2volgens de dagen der 3afzondering harer krankheid zal zij onrein zijn.1 Versta hierdoor de ontvangenis des mensen in het lichaam van de moeder, die niet alleen van den man, maar ook van de vrouw voortkomt. Want het woord betekent zaad geven en voortbrengen, Gen. 1:11, 12. Vgl. Hebr. 11:11. verwijsteksten
2 Dat is, gelijk zij zeven dagen onrein is in haar maandstonden, Lev. 15:19, zo zal zij ook zeven dagen onrein zijn, als zij gebaard heeft. verwijsteksten
3 Zo genoemd omdat zij in den tijd harer stonden afgezonderd moest wezen van het gezelschap der mensen, om van niemand aangeroerd te worden, dan met conditie dat de mensen die haar, of de dingen die haar lichaam raakten, mitsgaders die deze aanroerden, zekeren tijd moesten voor onrein gehouden worden. Zie Lev. 15:19, 20, 21, enz. verwijsteksten
3 aEn 4op den achtsten dag zal het vlees van zijn voorhuid besneden worden.a Gen. 17:12. Luk. 1:59; 2:21. Joh. 7:22. verwijsteksten
4 Op denwelken de kraamvrouw van haar voorgaande onreinheid (waarvan vers 2) vrij was, zodat om deze oorzaak de besnijdenis voor dezen dag niet geschieden mocht, zijnde de moeder en het kind beiden onrein. verwijsteksten
4 Daarna zal zij 5drie en dertig dagen blijven 6in het bloed harer reiniging; 7niets heiligs zal zij aanroeren en tot het heiligdom zal zij niet komen, totdat de dagen harer reiniging vervuld zijn.5 Te weten, eer zij voor geheel rein zal gehouden worden, blijvende afgezonderd niet geheel van het gezelschap der mensen, gelijk in de eerste zeven dagen, maar alleen van het heiligdom, en van de dingen die tot den godsdienst behoorden.
6 Hebr. in de bloeden, dat is, in het bloed van haar maandstonden, waarvan zij eerst geheel moet gezuiverd zijn, eer zij in het heiligdom des Heeren gaat.
7 Dat is, niets overigs van hetgeen dat den Heere geofferd of geheiligd is geweest.
5 Maar indien zij een meisje gebaard zal hebben, zo zal zij twee 8weken onrein zijn, 9volgens haar afzondering; daarna zal zij zes en zestig dagen blijven in het bloed harer reiniging.8 Dat is, nog eens zo lang als wanneer zij een zoontje gebaard had; gelijk zij ook eens zo lang uit het heiligdom moest blijven, dat is, zes en zestig dagen.
9 Dat is, gelijk wanneer zij van de mensen afgezonderd wordt uit oorzaak van haar maandstonden. Zie op vers 2. verwijsteksten
6 En als de dagen harer reiniging voor den zoon of voor de dochter vervuld zullen zijn, zo zal zij een eenjarig lam ten brandoffer en een jonge duif of tortelduif ten zondoffer brengen, voor de deur van de tent der samenkomst, tot den priester.
7 Die zal dat offeren voor het aangezicht des HEEREN en zal voor haar verzoening doen; zo zal zij rein zijn van den vloed haars bloeds. Dit is de wet dergene die een knechtje of meisje gebaard heeft.
8 Maar 10indien haar hand niet 11genoeg voor een lam vindt, zo zal zij twee tortelduiven of twee jonge duiven nemen, een ten brandoffer en een ten 12zondoffer; en de priester zal voor haar verzoening doen; zo zal zij rein zijn.10 Dat is, indien zij de macht of het middel niet heeft, zoveel op te brengen. Zie gelijke manier van spreken Lev. 25:26. De moeder des Heeren is ook zo arm geweest, dat zij het vermogen niet had om een lammeken te offeren, Luk. 2:24. verwijsteksten
11 Hebr. genoegzaamheid eens lams.
12 Dit offer zag eigenlijk op de erfzonde, in dewelke, gelijk de kraamvrouw, alzo ook haar vrucht ontvangen en geboren was; niemand uitgenomen, dan alleen onze Heere Jezus Christus.

Einde Leviticus 12