Statenvertaling.nl

sample header image

Psalm 86 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Psalm 86

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

David in grote zwarigheid vervallen zijnde, neemt met het gebed zijn toevlucht tot zijn goedertieren en almachtigen God, Hem biddende om genadige verlossing uit dezelve, tot zijn troost en tot schande zijner vijanden, belovende God dankbaarheid daarvoor te bewijzen.
 
Gebed van een ellendige om hulp
1 EEN1 gebed van David.
HEERE, neig Uw oor, verhoor mij; want ik ben ellendig en nooddruftig.
1 Als Psalm 17.
2 Bewaar mijn ziel, want ik ben Uw 2gunstgenoot; o Gij, mijn God, verlos 3Uw knecht, die op U betrouwt.2 Anders: dien Gij goedgunstigheid bewijst.
3 Te weten mij; alzo ook vss. 4, 16. verwijsteksten
3 Zijt mij genadig, HEERE, want ik roep tot U den gansen dag.
4 Verheug de ziel Uws knechts; want 4tot U, Heere, verhef ik mijn ziel.4 Dat is, ik zoek hulp bij U, en ik verwacht ze ook van U. Zie Ps. 25 op vers 1. verwijsteksten
5 Want Gij, HEERE, zijt goed en 5gaarne vergevende, en van grote goedertierenheid allen die U aanroepen.5 Hebr. een Gaarne-vergever, of Gaarne-kwijtschelder.
6 HEERE, neem mijn gebed ter ore, en merk op de stem mijner smekingen.
7 aIn den dag mijner benauwdheid roep ik U aan, want Gij verhoort mij.a Ps. 50:15. verwijsteksten
8 6Onder de goden is niemand U gelijk, Heere, en ber zijn geen gelijk Uw werken.6 Dat is, onder de afgoden. Zie Ps. 96:5. 1 Kor. 8:5, 6. Men kan ook onder den naam van goden hier verstaan de engelen, of prinsen dezer wereld. verwijsteksten
b Deut. 3:24. Ps. 136:4. verwijsteksten
9 Al de heidenen, Heere, die Gij gemaakt hebt, 7zullen komen en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen, en Uw Naam eren.7 Te weten ten tijde van het Rijk van Christus, als de heidenen tot Zijn kennis geroepen en gebracht zullen worden.
10 Want Gij zijt groot en doet wonderwerken; Gij alleen zijt God.
11 cLeer mij, HEERE, 8Uw weg; ik zal 9in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart 10tot de vreze Uws Naams.c Ps. 25:4; 27:11; 119:33. verwijsteksten
8 Hoe ik leven en wandelen zal.
9 Dat is, in Uw geboden, die waarlijk aanwijzen hoe Gij wilt geëerd en gediend wezen.
10 Hebr. tot het vrezen van Uw Naam, dat is, doe dat mijn hart zich vast verknocht en verenigd mag houden aan de godzaligheid, zonder enige afwijking of scheuring, en zonder herwaarts of derwaarts gedreven te worden.
12 Heere mijn God, ik zal U met mijn ganse hart loven, en ik zal Uw Naam eren in eeuwigheid;
13 Want Uw goedertierenheid is groot over mij; en Gij hebt 11mijn ziel uit 12het onderste des grafs uitgerukt.11 Dat is, mij, mijn leven of mijn lichaam, als Ps. 16:10. verwijsteksten
12 Hebr. het onderste graf. De zin van dit vers is, dat David God bidt om verlossing uit zijn ellende, gelijk Hij meermaals gedaan had, verstaande door het woord graf of hel groot gevaar of zware ellenden en smarten, of de hel zelve, van dewelke God hem door Christus verlost had.
14 O God, dde hovaardigen staan tegen mij op, en de vergaderingen der tirannen zoeken mijn ziel; en 13zij stellen U niet voor hun ogen.d Ps. 54:5. verwijsteksten
13 Hebr. tegenover zich, dat is, zij hebben U niet voor ogen, en zij vrezen Uw heiligen Naam niet. Zie Ps. 54 op vers 5. verwijsteksten
15 Maar Gij, Heere, ezijt een barmhartig en genadig God, 14lankmoedig en groot van goedertierenheid en 15waarheid.e Ex. 34:6. Num. 14:18. Neh. 9:17. Ps. 103:8; 145:8. Joël 2:13. verwijsteksten
14 Of: langzaam tot toorn.
15 Of: trouw.
16 Wend U tot mij en zijt mij genadig, 16geef Uw knecht Uw sterkte, en verlos 17den zoon Uwer dienstmaagd.16 Dat is, laat Uw sterkte en mogendheid tot mijn best zijn.
17 Dat is, mij, wiens moeder Uw dienstmaagd geweest is of nog is. Of: een zoon Uwer dienstmaagd, en dienvolgens U zo eigen toebehorende als de kinderen die van een dienstmaagd geboren zijn. Zie Ex. 21:4 met de aant. verwijsteksten
17 Doe aan mij een teken 18ten goede, opdat het mijn haters zien en beschaamd worden, 19als Gij, HEERE, mij geholpen en mij getroost zult hebben.18 Dat is, verlos en bewaar mij alzo, dat ik anderen een teken ten goede, ter vertroosting en ter versterking moge zijn.
19 Anders: omdat Gij, HEERE.

Einde Psalm 86