Statenvertaling.nl

sample header image

Genesis 23 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Genesis 23

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Sara sterft
1 EN het leven van Sara was honderd zeven en twintig jaar; dit waren de jaren des levens van Sara.
2 En Sara stierf te Kirjath-Arba, dat is Hebron, in het land Kanaän; en Abraham kwam om Sara te beklagen en haar te bewenen.
3 Daarna stond Abraham op van het aangezicht van zijn dode; en hij sprak tot de zonen van Heth, zeggende:
4 Ik ben een vreemdeling en inwoner bij u; ageeft mij een erfbegrafenis bij u, opdat ik mijn dode van voor mijn aangezicht begrave. a Hand. 7:5. verwijsteksten
5 En de zonen van Heth antwoordden Abraham, hem zeggende:
6 Hoor ons, mijn heer; gij zijt een vorst Gods in het midden van ons; begraaf uw dode in de keur onzer graven; niemand van ons zal zijn graf voor u weren, dat gij uw dode niet zoudt begraven.
7 Toen stond Abraham op en boog zich neder voor het volk des lands, voor de zonen van Heth;
8 En hij sprak met hen, zeggende: Is het met uw wil, dat ik mijn dode begrave van voor mijn aangezicht; zo hoort mij en spreekt voor mij bij Efron, den zoon van Zohar,
9 Dat hij mij geve de spelonk van Machpéla, die hij heeft, die in het einde van zijn akker is; dat hij ze mij om het volle geld geve, tot een erfbegrafenis in het midden van u.
10 Efron nu zat in het midden van de zonen van Heth; en Efron, de Hethiet, antwoordde Abraham voor de oren der zonen van Heth, van al degenen die ter poorte zijner stad ingingen, zeggende:
11 Neen, mijn heer, hoor mij; den akker geef ik u; ook de spelonk die daarin is, die geef ik u; voor de ogen van de zonen mijns volks geef ik u die; begraaf uw dode.
12 Toen boog zich Abraham neder voor het aangezicht van het volk des lands;
13 En hij sprak tot Efron voor de oren van het volk des lands, zeggende: Trouwens, zijt gij het? Lieve, hoor mij; ik zal het geld des akkers geven; neem het van mij, zo zal ik mijn dode aldaar begraven.
14 En Efron antwoordde Abraham, zeggende tot hem:
15 Mijn heer, hoor mij; een land van vierhonderd sikkelen zilver, wat is dat tussen mij en tussen u? Begraaf slechts uw dode.
16 En bAbraham luisterde naar Efron; en Abraham woog Efron het geld waarvan hij gesproken had voor de oren van de zonen van Heth, vierhonderd sikkelen zilver, onder den koopman gangbaar. b Gen. 50:13. verwijsteksten
17 cAlzo werd de akker van Efron, die in Machpéla was, dat tegenover Mamre lag, de akker en de spelonk die daarin was, en al het geboomte dat op den akker stond, dat rondom in zijn ganse landpale was, gevestigd c Hand. 7:16. verwijsteksten
18 Aan Abraham tot een bezitting, voor de ogen van de zonen van Heth, bij allen die tot zijn stadspoort ingingen.
19 En daarna begroef Abraham zijn huisvrouw Sara in de spelonk des akkers van Machpéla, tegenover Mamre, hetwelk is Hebron, in het land Kanaän.
20 Alzo werd die akker en de spelonk die daarin was, aan Abraham gevestigd tot een erfbegrafenis, van de zonen van Heth.

Einde Genesis 23