Statenvertaling.nl

sample header image

1 Petrus 3 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst


1 Petrus 3

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Het huwelijksleven
1 DESGELIJKSa gij vrouwen, zijt uw eigen mannen onderdanig; opdat ook zo enigen het Woord ongehoorzaam zijn, zij door den wandel der vrouwen zonder woord mogen gewonnen worden, a Gen. 3:16. 1 Kor. 14:34. Ef. 5:22. Kol. 3:18. Tit. 2:5. verwijsteksten
2 Als zij zullen ingezien hebben uw kuisen wandel in vreze.
3 bWelker versiersel zij, niet hetgeen uiterlijk is, bestaande in het vlechten des haars, en omhangen van goud, of van klederen aan te trekken, b 1 Tim. 2:9. Tit. 2:3. verwijsteksten
4 Maar de verborgen mens des harten, in het onverderfelijk versiersel van een zachtmoedigen en stillen geest, die kostelijk is voor God.
5 Want alzo versierden zichzelven eertijds ook de heilige vrouwen, die op God hoopten, en waren haar eigen mannen onderdanig;
6 cGelijk Sara Abraham gehoorzaam is geweest, hem noemende heer, welker dochteren gij geworden zijt, als gij wel doet en niet vreest voor enige verschrikking. c Gen. 18:12. verwijsteksten
7 Gij mannen insgelijks, dwoont bij haar met verstand, aan het vrouwelijke vat, als het zwakste, eer gevende, als die ook mede-erfgenamen der genade des levens met haar zijt; opdat uw gebeden niet verhinderd worden. d Ef. 5:25, enz. Kol. 3:19. verwijsteksten
 
Opwekking tot verdraagzaamheid
8 En eindelijk, ezijt allen eensgezind, medelijdend, de broeders liefhebbende, met innerlijke barmhartigheid bewogen, vriendelijk; e Rom. 12:16; 15:5. 1 Kor. 1:10. Filipp. 2:2; 3:16. verwijsteksten
9 fVergeldt niet kwaad voor kwaad, of schelden voor schelden, maar zegent daarentegen; wetende dat gij daartoe geroepen zijt, gopdat gij zegening zoudt beërven. f Lev. 19:18. Spr. 20:22; 24:29. Matth. 5:39. Rom. 12:17. 1 Kor. 6:7. 1 Thess. 5:15. g Matth. 25:34. 1 Tim. 4:8. verwijsteksten
10 hWant wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien, die stille zijn tong van het kwaad, en zijn lippen dat zij geen bedrog spreken; h Ps. 34:13, enz. Jak. 1:26. verwijsteksten
11 iDie wijke af van het kwade, en doe het goede; die zoeke vrede en jage denzelven na. i Ps. 37:27. Jes. 1:16. 3 Joh. vs. 11. verwijsteksten
12 Want de ogen des Heeren zijn over de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun gebed; maar het aangezicht des Heeren is tegen degenen die kwaad doen.
 
Troost van een goede consciëntie
13 En wie is het die u kwaad doen zal, indien gij navolgers zijt van het goede?
14 kMaar indien gij ook lijdt om der gerechtigheid wil, zo zijt gij zalig; len vreest niet uit vreze van hen, en wordt niet ontroerd; k Matth. 5:10. 1 Petr. 2:20; 4:14. l Jes. 8:12. Jer. 1:8. verwijsteksten
15 mMaar heiligt God den Heere in uw harten; nen zijt altijd bereid tot verantwoording aan een iegelijk die u rekenschap afeist van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en vreze. m Job 1:21. n Ps. 119:46. Hand. 4:8. verwijsteksten
16 En hebt een goede consciëntie, oopdat in hetgeen zij kwalijk van u spreken, als van kwaaddoeners, zij beschaamd mogen worden, die uw goeden wandel in Christus lasteren. o Tit. 2:8. 1 Petr. 2:12, 15. verwijsteksten
17 Want het is beter dat gij wel doende (indien het de wil Gods wil) lijdt, dan kwaad doende.
18 pWant Christus heeft ook ééns voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen; Die wel is gedood in het vlees, maar levend gemaakt door den Geest; p Rom. 5:6. Hebr. 9:15, 28. verwijsteksten
19 In Denwelken Hij ook heengegaan zijnde, den geesten qdie in de gevangenis zijn, gepredikt heeft, q 1 Petr. 4:6. verwijsteksten
20 rDie eertijds ongehoorzaam waren, swanneer de lankmoedigheid Gods eenmaal verwachtte in de dagen van Noach, als de ark toebereid werd; waarin weinige (tdat is acht) zielen behouden werden door het water; r Gen. 6:5. s Gen. 6:3, 14. Matth. 24:37. Luk. 17:26. Rom. 2:4. t Gen. 8:18. 2 Petr. 2:5. verwijsteksten
21 vWaarvan het tegenbeeld, de doop, ons nu ook behoudt, niet die een aflegging is van de vuiligheid des lichaams, maar die een vraag is ener goede consciëntie tot God, door de opstanding van Jezus Christus, v Ef. 5:26. verwijsteksten
22 xWelke is aan de rechterhand Gods, opgevaren ten hemel, de engelen en machten en krachten Hem onderdanig gemaakt zijnde. x Ef. 1:20. verwijsteksten

Einde 1 Petrus 3