Statenvertaling.nl

sample header image

1 Petrus 2 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst


1 Petrus 2

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

De levende Steen en het heilige volk
1 ZO alegt dan af alle kwaadheid en alle bedrog en geveinsdheid en nijdigheid en alle achterklappingen; a Matth. 18:3. Rom. 6:4. 1 Kor. 14:20. Ef. 4:23. Kol. 3:8. Hebr. 12:1. verwijsteksten
2 En als nieuwgeboren kinderkens, zijt zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk, opdat gij door dezelve moogt opwassen;
3 Indien gij anders bgesmaakt hebt dat de Heere goedertieren is. b Ps. 34:9. verwijsteksten
4 cTot Welken komende als tot een levenden Steen, van de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en dierbaar, c Ef. 2:20. verwijsteksten
5 Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd tot deen geestelijk huis, tot eeen heilig priesterdom, om fgeestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus. d Hebr. 3:6. e Openb. 1:6; 5:10. f Rom. 12:1. Hebr. 12:28. verwijsteksten
6 Daarom is ook vervat in de Schrift: gZie, Ik leg in Sion een uitersten Hoeksteen, Die uitverkoren en dierbaar is; en: Die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. g Jes. 28:16. verwijsteksten
7 U dan, die gelooft, is Hij dierbaar; maar den ongehoorzamen wordt gezegd: hDe Steen Dien de bouwlieden verworpen hebben, Deze is geworden tot een Hoofd des hoeks, en ieen Steen des aanstoots, en een Rots der ergernis; h Ps. 118:22. Matth. 21:42. Hand. 4:11. i Jes. 8:14. Rom. 9:33. verwijsteksten
8 Dengenen namelijk die zich aan het Woord stoten, ongehoorzaam zijnde, waartoe zij ook gezet zijn.
9 kMaar gij zijt een uitverkoren geslacht, leen koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht; k Ex. 19:5. Deut. 7:6; 14:2; 26:18. Ef. 1:14. l Openb. 1:6; 5:10. verwijsteksten
10 mGij die eertijds geen volk waart, maar nu Gods volk zijt; die eertijds niet ontfermd waart, maar nu ontfermd zijt geworden. m Hos. 1:10; 2:22. Rom. 9:26. verwijsteksten
 
Alle gezag onderdanig
11 Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, ndat gij u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel; n Rom. 13:14. Gal. 5:16. verwijsteksten
12 oEn houdt uw wandel eerlijk onder de heidenen; popdat in hetgeen zij kwalijk van u spreken als van kwaaddoeners, qzij uit de goede werken die zij in u zien, God verheerlijken mogen rin den dag der bezoeking. o Rom. 12:17. 2 Kor. 8:21. Filipp. 2:15. p Tit. 2:8. 1 Petr. 3:16. q Matth. 5:16. r Luk. 1:68; 19:44. verwijsteksten
13 sZijt dan alle menselijke ordening onderdanig, om des Heeren wil; hetzij den koning, als de opperste macht hebbende; s Rom. 13:1. Tit. 3:1. verwijsteksten
14 Hetzij den stadhouders, als die van hem gezonden worden tot straf wel der kwaaddoeners, maar tot prijs dergenen die goed doen.
15 Want alzo is het de wil van God, tdat gij wel doende den mond stopt aan de onwetendheid der dwaze mensen; t Tit. 2:8. verwijsteksten
16 vAls vrijen, en niet de vrijheid hebbende als een deksel der boosheid, maar als dienstknechten Gods. v Joh. 8:32. Rom. 6:18. Gal. 5:1. verwijsteksten
17 xEert een iegelijk; yhebt de broederschap lief; vreest God; zeert den koning. x Rom. 12:10. 1 Petr. 5:5. y Rom. 12:10. Ef. 4:3. Hebr. 13:1. 1 Petr. 1:22. z Matth. 22:21. verwijsteksten
18 aGij huisknechten, zijt met alle vreze onderdanig den heren, niet alleen den goeden en bescheidenen, maar ook den harden. a Ef. 6:5. Kol. 3:22. 1 Tim. 6:1. Tit. 2:9. verwijsteksten
 
Lijden om het goede
19 bWant dat is genade, indien iemand om de consciëntie voor God zwarigheid verdraagt, lijdende ten onrechte. b Matth. 5:10. verwijsteksten
20 Want wat lof is het, indien gij verdraagt als gij zondigt en daarover geslagen wordt? cMaar indien gij verdraagt als gij wel doet en daarover lijdt, dat is genade bij God. c 1 Petr. 3:14; 4:14. verwijsteksten
21 Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, dons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen; d Joh. 13:15. Filipp. 2:5. 1 Joh. 2:6. verwijsteksten
22 eDie geen zonde gedaan heeft, en er is geen bedrog in Zijn mond gevonden; e Jes. 53:9. 2 Kor. 5:21. 1 Joh. 3:5. verwijsteksten
23 fDie, als Hij gescholden werd, niet wederschold, en als Hij leed, niet dreigde, maar gaf het over aan Dien Die rechtvaardiglijk oordeelt; f Matth. 27:39. Joh. 8:48, 49. verwijsteksten
24 gDie Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout, hopdat wij de zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt. g Jes. 53:4. Matth. 8:17. h Rom. 6:11. verwijsteksten
25 Want gij waart ials dwalende schapen, maar gij zijt nu bekeerd tot den Herder en Opziener uwer zielen. i Jes. 53:6. Ez. 34:6. Luk. 15:4. verwijsteksten

Einde 1 Petrus 2