Statenvertaling.nl

sample header image

Jakobus 4 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Jakobus 4

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Wereldsgezindheid
1 VANWAAR komen krijgen en vechterijen onder u? Komen zij niet hiervan, namelijk uit uw wellusten, adie in uw leden strijd voeren? a Rom. 7:23. 1 Petr. 2:11. verwijsteksten
2 Gij begeert, en hebt niet; gij benijdt en ijvert naar dingen, en kunt ze niet verkrijgen; gij vecht en voert krijg, doch gij hebt niet, omdat gij niet bidt.
3 Gij bidt, en gij ontvangt niet, bomdat gij kwalijk bidt, opdat gij het in uw wellusten doorbrengen zoudt. b Matth. 20:22. Rom. 8:26. verwijsteksten
4 Overspelers en overspeelsters, weet gij niet dat de vriendschap der wereld een vijandschap Gods is? cZo wie dan een vriend der wereld wil zijn, die wordt een vijand Gods gesteld. c Joh. 15:19. Gal. 1:10. 1 Joh. 2:15. verwijsteksten
5 Of meent gij dat de Schrift tevergeefs zegt: dDe Geest, Die in ons woont, heeft Die lust tot nijdigheid? d Num. 11:29. verwijsteksten
6 Ja, Hij geeft meerdere genade. Daarom zegt de Schrift: eGod wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade. e Spr. 3:34. 1 Petr. 5:5. verwijsteksten
7 Zo onderwerpt u dan Gode; fwederstaat den duivel, en hij zal van u vlieden. f Ef. 4:27. 1 Petr. 5:9. verwijsteksten
8 Naakt tot God, en Hij zal tot u naken. gReinigt de handen, gij zondaars, en zuivert de harten, gij dubbelhartigen. g Jes. 1:15. verwijsteksten
9 hGedraagt u als ellendigen, en treurt en weent; uw lachen worde veranderd in treuren, en uw blijdschap in bedroefdheid. h Matth. 5:4. verwijsteksten
10 iVernedert u voor den Heere, en Hij zal u verhogen. i Job 22:29. Spr. 29:23. Matth. 23:12. Luk. 14:11; 18:14. 1 Petr. 5:6. verwijsteksten
11 Broeders, spreekt niet kwalijk van elkander. Die van zijn broeder kwalijk spreekt en zijn broeder oordeelt, die spreekt kwalijk van de wet en oordeelt de wet. Indien gij nu de wet oordeelt, zo zijt gij geen dader der wet, maar een rechter.
12 Er is een enig Wetgever, Die behouden kan en verderven. kDoch wie zijt gij, die een ander oordeelt? k Rom. 14:4. verwijsteksten
 
De onzekerheid des levens
13 Welaan nu gij die daar zegt: lWij zullen heden of morgen naar zulk een stad reizen, en aldaar een jaar overbrengen, en koopmanschap drijven en winst doen; l Luk. 12:18. verwijsteksten
14 Gij die niet weet wat morgen geschieden zal. mWant hoedanig is uw leven? Want het is een damp, die voor een weinig tijds gezien wordt en daarna verdwijnt. m Jes. 40:6. 1 Kor. 7:31. Jak. 1:10. 1 Petr. 1:24. 1 Joh. 2:17. verwijsteksten
15 In plaats dat gij zoudt zeggen: nIndien de Heere wil en wij leven zullen, zo zullen wij dit of dat doen. n Hand. 18:21. 1 Kor. 4:19. Hebr. 6:3. verwijsteksten
16 Maar nu roemt gij in uw hoogmoed; alle zodanige roem is boos.
17 oWie dan weet goed te doen en niet doet, dien is het zonde. o Luk. 12:47. verwijsteksten

Einde Jakobus 4