Statenvertaling.nl

sample header image

Hebreeën 11 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Hebreeën 11

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

De wolk der getuigen
1 HET geloof nu is een vaste grond der dingen die men hoopt, en een bewijs der zaken die men niet ziet.
2 Want door hetzelve hebben de ouden getuigenis bekomen.
3 Door het geloof verstaan wij adat de wereld door het woord Gods is toebereid, balzo dat de dingen die men ziet, niet geworden zijn uit dingen die gezien worden. a Gen. 1:1. Ps. 33:6. Joh. 1:10. Ef. 3:9. Kol. 1:16. b Rom. 4:17. Kol. 1:16. verwijsteksten
4 Door het geloof cheeft Abel een meerdere offerande Gode geofferd dan Kaïn, door hetwelk hij dgetuigenis bekomen heeft dat hij rechtvaardig was, alzo God over zijn gaven getuigenis gaf; en door hetzelve geloof spreekt hij nog, nadat hij gestorven is. c Gen. 4:4. d Matth. 23:35. verwijsteksten
5 Door het geloof is eHenoch weggenomen geweest, opdat hij den dood niet zou zien; en hij werd niet gevonden, daarom dat hem God weggenomen had; want vóór zijn wegneming heeft hij getuigenis gehad dat hij Gode behaagde. e Gen. 5:24. verwijsteksten
6 Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven dat Hij is, en een Beloner is dergenen die Hem zoeken.
7 Door het geloof heeft fNoach, door Goddelijke aanspraak vermaand zijnde van de dingen die nog niet gezien werden, en bevreesd geworden zijnde, de ark toebereid tot behoudenis van zijn huisgezin; door welke ark hij de wereld heeft veroordeeld, en is geworden een erfgenaam der rechtvaardigheid die naar het geloof is. f Gen. 6:13. verwijsteksten
8 Door het geloof is gAbraham, geroepen zijnde, gehoorzaam geweest om uit te gaan naar de plaats die hij tot een erfdeel ontvangen zou; en hij is uitgegaan, niet wetende waar hij komen zou. g Gen. 12:4. verwijsteksten
9 Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land der belofte als in een vreemd land, en heeft in tabernakelen gewoond met Izak en Jakob, die mede-erfgenamen waren van dezelve belofte.
10 Want hij verwachtte de stad die fundamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is.
11 Door het geloof heeft ook hSara zelve kracht ontvangen om zaad te geven, en iboven den tijd haars ouderdoms heeft zij gebaard; overmits zij Hem getrouw heeft geacht Die het beloofd had. h Gen. 17:19; 21:2. i Luk. 1:36. verwijsteksten
12 Daarom zijn ook van één, en dat een verstorvene, zovelen in menigte geboren kals de sterren des hemels, en als het zand dat aan den oever der zee is, hetwelk ontelbaar is. k Gen. 15:5; 22:17. Rom. 4:18. verwijsteksten
13 lDeze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelve van verre gezien en geloofd en omhelsd, en hebben beleden mdat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren. l Joh. 8:53. m Gen. 23:4; 47:9. verwijsteksten
14 Want die zulke dingen zeggen, betonen klaarlijk dat zij een vaderland zoeken.
15 En indien zij aan dat vaderland gedacht hadden van hetwelk zij uitgegaan waren, zij zouden tijd gehad hebben om weder te keren;
16 Maar nu zijn zij begerig naar een beter, dat is naar het hemelse. Daarom schaamt Zich God hunner niet, nom hun God genaamd te worden; want Hij had hun een stad bereid. n Ex. 3:6. Matth. 22:32. Hand. 7:32. verwijsteksten
17 oDoor het geloof heeft Abraham, als hij verzocht werd, Izak geofferd, en hij die de beloften ontvangen had, heeft zijn eniggeborene geofferd o Gen. 22:10. verwijsteksten
18 (Tot denwelken gezegd was: pIn Izak zal u het zaad genaamd worden), overleggende dat God machtig was hem ook uit de doden te verwekken; p Gen. 21:12. Rom. 9:7. Gal. 3:29. verwijsteksten
19 Waaruit hij hem ook bij gelijkenis wedergekregen heeft.
20 qDoor het geloof heeft Izak zijn zonen Jakob en Ezau gezegend aangaande toekomende dingen. q Gen. 27:28, 39. verwijsteksten
21 rDoor het geloof heeft Jakob stervende een iegelijk der zonen van Jozef gezegend, sen heeft aangebeden, leunende op het opperste van zijn staf. r Gen. 48:15. s Gen. 47:31. verwijsteksten
22 tDoor het geloof heeft Jozef stervende gemeld van den uitgang der kinderen Israëls, en heeft bevel gegeven van zijn gebeenten. t Gen. 50:24. verwijsteksten
23 vDoor het geloof werd Mozes, toen hij geboren was, drie maanden lang van zijn ouders verborgen, overmits zij zagen dat het kindeken schoon was; en zij vreesden het gebod des konings niet. v Ex. 2:2. Hand. 7:20. verwijsteksten
24 Door het geloof heeft Mozes, nu groot geworden zijnde, geweigerd een zoon van Farao’s dochter genaamd te worden;
25 xVerkiezende liever met het volk Gods kwalijk behandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben; x Ps. 84:11. verwijsteksten
26 Achtende de versmaadheid van Christus meerderen rijkdom te zijn dan de schatten in Egypte; want hij zag op de vergelding des loons.
27 Door het geloof heeft hij Egypte verlaten, niet vrezende den toorn des konings; want hij hield zich vast, als ziende den Onzienlijke.
28 yDoor het geloof heeft hij het pascha uitgericht en de besprenging des bloeds, opdat de verderver der eerstgeborenen hen niet raken zou. y Ex. 12:21. verwijsteksten
29 zDoor het geloof zijn zij de Rode Zee doorgegaan als door het droge; hetwelk de Egyptenaars ook verzoekende, zijn verdronken. z Ex. 14:22. verwijsteksten
30 aDoor het geloof zijn de muren van Jericho gevallen, als zij tot zeven dagen toe omringd waren geweest. a Joz. 6:20. verwijsteksten
31 bDoor het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, cals zij de verspieders met vrede had ontvangen. b Joz. 6:23. Jak. 2:25. c Joz. 2:1. verwijsteksten
32 En wat zal ik nog meer zeggen? Want de tijd zal mij ontbreken, zou ik verhalen dvan Gideon, een Barak, en fSimson, en gJefta, en hDavid, en iSamuël, en de profeten; d Richt. 6:11. e Richt. 4:6. f Richt. 13:24. g Richt. 11:1; 12:7. h 1 Sam. 17:45. i 1 Sam. 12:20. verwijsteksten
33 Welke door het geloof koninkrijken hebben overwonnen, gerechtigheid geoefend, de beloftenissen verkregen, kde muilen der leeuwen toegestopt, k Richt. 14:6. 1 Sam. 17:34. Dan. 6:23. verwijsteksten
34 lDe kracht des vuurs hebben uitgeblust, mde scherpte des zwaards zijn ontvloden, nuit zwakheid krachten hebben gekregen, in den krijg sterk geworden zijn, heirlegers der vreemden op de vlucht hebben gebracht. l Dan. 3:25. m 1 Sam. 20:1. 1 Kon. 19:3. 2 Kon. 6:16. n Job 42:10. Ps. 6:9. Jes. 38:21. verwijsteksten
35 oDe vrouwen hebben haar doden uit de opstanding wedergekregen; pen anderen zijn uitgerekt geworden, de aangeboden verlossing niet aannemende, opdat zij een betere opstanding verkrijgen zouden. o 1 Kon. 17:23. 2 Kon. 4:36. p Hand. 22:25. verwijsteksten
36 En anderen hebben bespottingen en geselen geproefd, en ook qbanden en gevangenis; q Jer. 20:2. verwijsteksten
37 rZijn gestenigd geworden, in stukken gezaagd, verzocht, door het zwaard ter dood gebracht, hebben gewandeld sin schaapsvellen en in geitenvellen; verlaten, verdrukt, kwalijk behandeld zijnde r 1 Kon. 21:13. s 2 Kon. 1:8. Matth. 3:4. verwijsteksten
38 (Welker de wereld niet waardig was), hebben in woestijnen gedoold en op bergen, en in spelonken en in de holen der aarde.
39 En deze allen, hebbende door het geloof getuigenis gehad, hebben de belofte niet verkregen,
40 Alzo God wat beters over ons voorzien had, opdat zij zonder ons niet zouden volmaakt worden.

Einde Hebreeën 11