Statenvertaling.nl

sample header image

Hebreeën 1 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst


Hebreeën 1

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

Christus de Zoon van God
1 GOD voortijds veelmaals en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon;
2 Welken Hij gesteld heeft atot een Erfgenaam van alles, bdoor Welken Hij ook de wereld gemaakt heeft; a Matth. 21:38. b Gen. 1:3. Ps. 33:6. Joh. 1:3. Ef. 3:9. Kol. 1:16. verwijsteksten
3 cDewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner Zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven teweeggebracht heeft, is gezeten aan de rechterhand der Majesteit in de hoogste hemelen, c 2 Kor. 4:4. Filipp. 2:6. Kol. 1:15. verwijsteksten
4 Zoveel treffelijker geworden dan de engelen, als Hij duitnemender Naam boven hen geërfd heeft. d Filipp. 2:9. verwijsteksten
5 Want tot wien van de engelen heeft Hij ooit gezegd: eGij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd? En wederom: fIk zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn? e Ps. 2:7. Hand. 13:33. Hebr. 5:5. f 2 Sam. 7:14. 1 Kron. 22:10. verwijsteksten
6 En als Hij wederom den Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: gEn dat alle engelen Gods Hem aanbidden. g Ps. 97:7. verwijsteksten
7 En tot de engelen zegt Hij wel: hDie Zijn engelen maakt geesten, en Zijn dienaars een vlam des vuurs. h Ps. 104:4. verwijsteksten
8 Maar tot den Zoon zegt Hij: iUw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de scepter Uws Koninkrijks is een rechte scepter; i Ps. 45:7. verwijsteksten
9 Gij hebt rechtvaardigheid liefgehad en ongerechtigheid gehaat; daarom heeft U, o God, Uw God gezalfd met olie der vreugde boven Uw medegenoten.
10 En: kGij, Heere, hebt in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken Uwer handen; k Ps. 102:26. verwijsteksten
11 lDezelve zullen vergaan, maar Gij blijft altijd; en zij zullen alle als een kleed verouden; l Jes. 51:6. 2 Petr. 3:7, 10. verwijsteksten
12 En als een dekkleed zult Gij ze ineenrollen, en zij zullen veranderd worden; maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet ophouden.
13 En tot welken der engelen heeft Hij ooit gezegd: mZit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten? m Ps. 110:1. Hand. 2:34. 1 Kor. 15:25. Ef. 1:20. Hebr. 10:12. verwijsteksten
14 Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden om dergenen wil die de zaligheid beërven zullen?

Einde Hebreeën 1