Statenvertaling.nl

sample header image

2 Thessalonicenzen 3 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst


2 Thessalonicenzen 3

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Verzoek om voorbede
1 VOORTS, broeders, abidt voor ons, opdat het Woord des Heeren zijn loop hebbe, en verheerlijkt worde, gelijk ook bij u; a Matth. 9:38. Ef. 6:19. Kol. 4:3. verwijsteksten
2 bEn opdat wij mogen verlost worden van de ongeschikte en boze mensen; cwant het geloof is niet aller. b Rom. 15:31. c Joh. 6:44. verwijsteksten
3 dMaar de Heere is getrouw, Die u zal versterken een bewaren van den boze. d 1 Thess. 5:24. e Joh. 17:15. verwijsteksten
4 En wij vertrouwen van u in den Heere, dat gij hetgeen wij u bevelen, ook doet en doen zult.
5 Doch de Heere richte uw harten tot de liefde Gods en tot de lijdzaamheid van Christus.
 
Waarschuwing tegen een ongeregelden wandel
6 fEn wij bevelen u, broeders, in den Naam van onzen Heere Jezus Christus, dat gij u onttrekt van een iegelijken broeder die ongeregeld wandelt, en niet naar gde inzetting die hij van ons ontvangen heeft. f vers 14. 1 Kor. 5:11. Tit. 3:10. g 2 Thess. 2:15. verwijsteksten
7 Want gij zelven weet hhoe men ons behoort na te volgen; iwant wij hebben ons niet ongeregeld gedragen onder u, h 1 Kor. 11:1. 1 Thess. 1:6, 7. i 1 Thess. 2:10. verwijsteksten
8 kEn wij hebben geen brood bij iemand gegeten voor niet, maar in arbeid en moeite, nacht en dag werkende, opdat wij niet iemand van u zouden lastig zijn; k Hand. 18:3; 20:34. 1 Kor. 4:12. 2 Kor. 11:9; 12:13. 1 Thess. 2:9. verwijsteksten
9 lNiet dat wij de macht niet hebben, maar opdat wij onszelven u geven zouden tot meen voorbeeld om ons na te volgen. l 1 Kor. 9:3, 6. 1 Thess. 2:9. m 1 Kor. 4:16; 11:1. Filipp. 3:17. 1 Thess. 1:6. verwijsteksten
10 Want ook toen wij bij u waren, hebben wij u dit bevolen, dat zo iemand niet wil werken, hij ook niet ete.
11 Want wij horen dat sommigen onder u ongeregeld wandelen, niet werkende, maar ijdele dingen doende.
12 nDoch de zodanigen bevelen en vermanen wij door onzen Heere Jezus Christus, dat zij met stilheid owerkende, hun eigen brood eten. n 1 Thess. 4:11. o Ef. 4:28. verwijsteksten
13 En gij, broeders, pvertraagt niet in goed te doen. p Gal. 6:9. verwijsteksten
14 Maar indien iemand ons woord, door dezen brief geschreven, niet gehoorzaam is, tekent dien, en qvermengt u niet met hem, opdat hij beschaamd worde; q vers 6. Matth. 18:17. 1 Kor. 5:9. verwijsteksten
15 En houdt hem niet als een vijand, maar vermaant hem als een broeder.
16 rDe Heere nu des vredes Zelf geve u vrede allen tijd in allerlei wijze. De Heere zij met u allen. r Rom. 15:33; 16:20. 1 Kor. 14:33. 2 Kor. 13:11. Filipp. 4:9. 1 Thess. 5:23. verwijsteksten
 
Groet en zegenbede
17 sDe groetenis met mijn hand, van Paulus, hetwelk is een teken in iederen zendbrief: alzo schrijf ik. s 1 Kor. 16:21. Kol. 4:18. verwijsteksten
18 De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.

Einde 2 Thessalonicenzen 3