Statenvertaling.nl

sample header image

Kolossenzen 3 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Kolossenzen 3

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

Het oude en het nieuwe leven
1 INDIEN gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, awaar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods. a Ef. 1:20. verwijsteksten
2 Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
3 bWant gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus cverborgen in God. b Rom. 6:2. c Rom. 8:24. 2 Kor. 5:7. verwijsteksten
4 dWanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons Leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. d Filipp. 3:21. 1 Joh. 3:2. verwijsteksten
5 eDoodt dan fuw leden die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinheid, gschandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, hwelke is afgodendienst; e Ef. 4:22; 5:3. f Rom. 7:5, 23. g 1 Thess. 4:5. h Ef. 5:5. verwijsteksten
6 iOm welke de toorn Gods komt over de kinderen der ongehoorzaamheid; i 1 Kor. 6:10. Gal. 5:19. Ef. 5:5. Openb. 22:15. verwijsteksten
7 kIn dewelke ook gij eertijds hebt gewandeld, toen gij in dezelve leefdet. k 1 Kor. 6:11. Ef. 2:1. Tit. 3:3. verwijsteksten
8 lMaar nu, legt ook gij dit alles af, namelijk gramschap, toornigheid, kwaadheid, lastering, vuil spreken uit uw mond. l Ef. 4:22. Hebr. 12:1. Jak. 1:21. 1 Petr. 2:1. verwijsteksten
9 mLiegt niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mens met zijn werken, m Ef. 4:25. verwijsteksten
10 nEn aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, onaar het evenbeeld Desgenen Die hem geschapen heeft; n Rom. 6:4. o Gen. 1:26; 5:1; 9:6. 1 Kor. 11:7. verwijsteksten
11 Waarin pniet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, qdienstknecht en vrije, maar Christus is alles en in allen. p Gal. 3:28; 5:6; 6:15. q 1 Kor. 7:21, 22; 12:13. verwijsteksten
 
Onderlinge liefde
12 rZo doet dan aan, sals uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid; r Ef. 4:32; 6:11. s 1 Thess. 1:4. verwijsteksten
13 Verdragende elkander ten vergevende de een den ander, zo iemand tegen iemand enige klacht heeft; gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, doet ook gij alzo. t Matth. 6:14. Mark. 11:25. Ef. 4:32. verwijsteksten
14 vEn boven dit alles doet aan de liefde, dewelke xis de band der volmaaktheid. v Joh. 13:34; 15:12. Ef. 5:2. 1 Thess. 4:9. 1 Joh. 3:23; 4:21. x Ef. 4:3. Kol. 2:2. verwijsteksten
15 En de vrede Gods heerse in uw harten, tot welken gij ook geroepen zijt in één lichaam; en weest dankbaar.
16 Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; yleert en vermaant elkander met psalmen en lofzangen en geestelijke liedekens, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart. y Ef. 5:19. verwijsteksten
17 En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in den Naam van den Heere Jezus, zdankende God en den Vader door Hem. z Ef. 5:20. 1 Thess. 5:18. verwijsteksten
 
Regels voor het huisgezin
18 aGij vrouwen, zijt uw eigen mannen onderdanig, gelijk het betaamt in den Heere. a Gen. 3:16. 1 Kor. 14:34. Ef. 5:22. Tit. 2:5. 1 Petr. 3:1. verwijsteksten
19 bGij mannen, hebt uw vrouwen lief, en wordt niet verbitterd tegen haar. b Ef. 5:25. verwijsteksten
20 cGij kinderen, zijt uw ouders gehoorzaam in alles, want dat is den Heere welbehaaglijk. c Ef. 6:1. verwijsteksten
21 Gij vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.
22 dGij dienstknechten, zijt in alles gehoorzaam uw heren naar het vlees, niet met ogendiensten als mensenbehagers, maar met eenvoudigheid des harten, vrezende God. d Ef. 6:5. 1 Tim. 6:1. Tit. 2:9. 1 Petr. 2:18. verwijsteksten
23 En al wat gij doet, doet dat van harte als voor den Heere en niet voor de mensen,
24 Wetende dat gij van den Heere zult ontvangen de vergelding der erfenis; want gij dient den Heere Christus.
25 Maar die onrecht doet, die zal het onrecht dragen dat hij gedaan heeft; en er is geen uitneming des persoons.

Einde Kolossenzen 3