Statenvertaling.nl

sample header image

Deuteronomium 27 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Deuteronomium 27

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Gedenkstenen op den berg Ebal
1 EN Mozes tezamen met de oudsten van Israël gebood het volk, zeggende: Behoud al deze geboden die ik ulieden heden gebied.
2 Het zal dan geschieden, ten dage aals gij over de Jordaan zult gegaan zijn in het land dat u de HEERE uw God geven zal, zo zult gij u grote stenen oprichten en bestrijken ze met kalk. a Joz. 4:1. verwijsteksten
3 En gij zult daarop schrijven alle woorden dezer wet, als gij overgegaan zult zijn; opdat gij komt in het land dat de HEERE uw God u geven zal, een land vloeiende van melk en honing, gelijk als de HEERE, uwer vaderen God, tot u gesproken heeft.
4 Het zal dan geschieden als gij over de Jordaan gegaan zult zijn, dat gij dezelve stenen van dewelke ik u heden gebied, zult oprichten op den berg Ebal, en gij zult ze met kalk bestrijken.
5 bEn gij zult aldaar den HEERE uw God een altaar bouwen, een altaar van stenen; gij zult geen ijzer over dezelve bewegen. b Ex. 20:25. Joz. 8:31. verwijsteksten
6 Van hele stenen zult gij het altaar des HEEREN uws Gods bouwen, en gij zult den HEERE uw God brandoffers daarop offeren.
7 Ook zult gij dankoffers offeren, en zult aldaar eten, en vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN uws Gods.
8 En gij zult op deze stenen schrijven alle woorden dezer wet, die wel uitdrukkende.
9 Voorts sprak Mozes tezamen met de Levitische priesters tot gans Israël, zeggende: Luister toe en hoor, o Israël; op dezen dag zijt gij den HEERE uw God tot een volk geworden.
10 Daarom zult gij der stem des HEEREN uws Gods gehoorzaam zijn, en gij zult doen Zijn geboden en Zijn inzettingen, die ik u heden gebied.
11 En Mozes gebood het volk te dien dage, zeggende:
12 Dezen zullen staan om het volk te zegenen op den berg Gerizîm, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn: Simeon en Levi en Juda en Issaschar en Jozef en Benjamin.
13 En dezen zullen staan over den vloek op den berg Ebal: Ruben, Gad en Aser en Zebulon, Dan en Naftali.
14 En de Levieten zullen betuigen en zeggen tot allen man van Israël, met verheven stem:
15 Vervloekt zij de man die een gesneden of gegoten beeld, een gruwel des HEEREN, een werk van des werkmeesters handen, zal maken en zetten in het verborgene. En al het volk zal antwoorden en zeggen: Amen.
16 Vervloekt zij, die zijn vader of zijn moeder veracht. En al het volk zal zeggen: Amen.
17 Vervloekt zij, die zijns naasten landpaal verrukt. En al het volk zal zeggen: Amen.
18 Vervloekt zij, die een blinde op den weg doet dolen. En al het volk zal zeggen: Amen.
19 Vervloekt zij, die het recht van den vreemdeling, van den wees en van de weduwe buigt. En al het volk zal zeggen: Amen.
20 Vervloekt zij, die bij de vrouw zijns vaders ligt, omdat hij zijns vaders slip ontdekt heeft. En al het volk zal zeggen: Amen.
21 Vervloekt zij, die bij enig beest ligt. En al het volk zal zeggen: Amen.
22 Vervloekt zij, die bij zijn zuster ligt, de dochter zijns vaders of de dochter zijner moeder. En al het volk zal zeggen: Amen.
23 Vervloekt zij, die bij zijn schoonmoeder ligt. En al het volk zal zeggen: Amen.
24 Vervloekt zij, die zijn naaste in het verborgen verslaat. En al het volk zal zeggen: Amen.
25 Vervloekt zij, die geschenk neemt om een ziel, het bloed eens onschuldigen, te verslaan. En al het volk zal zeggen: Amen.
26 cVervloekt zij, die de woorden dezer wet niet zal bevestigen, doende dezelve. En al het volk zal zeggen: Amen. c Gal. 3:10. verwijsteksten

Einde Deuteronomium 27