Statenvertaling.nl

sample header image

Efeze 2 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst


Efeze 2

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Uit genade zalig
1 ENa u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden, a Rom. 5:6. Kol. 2:13.
2 bIn welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den coverste van de macht der lucht, van den geest die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid; b 1 Kor. 6:11. Kol. 3:7. Tit. 3:3. c Joh. 12:31; 14:30; 16:11. Ef. 6:12.
3 Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen.
4 Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, door Zijn grote liefde waarmede Hij ons liefgehad heeft,
5 Ook toen wij dood waren door de misdaden, dheeft ons levend gemaakt met Christus (euit genade zijt gij zalig geworden), d Rom. 6:8; 8:11. Kol. 3:1, 3. e Hand. 15:11. Tit. 3:5.
6 En heeft ons medeopgewekt, en heeft ons medegezet in den hemel in Christus Jezus;
7 Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
8 Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof, en dat niet uit u, fhet is Gods gave; f Matth. 16:17. Ef. 1:19.
9 Niet uit de werken, gopdat niemand roeme. g Rom. 3:27. 1 Kor. 1:29.
10 Want wij zijn Zijn maaksel, hgeschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen. h 2 Kor. 5:17. Ef. 1:4; 4:24. Tit. 2:14.
 
Jood en heiden één in Christus
11 Daarom, gedenkt dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid genaamd werdt van degenen die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt;
12 Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen ivan de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld. i Rom. 9:4.
13 Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus.
14 kWant Hij is onze Vrede, Die deze beiden één gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende, k Jes. 9:5. Micha 5:4. Joh. 16:33. Hand. 10:36. Rom. 5:1. Kol. 1:20.
15 Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees tenietgemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot één nieuwen mens zou scheppen, vrede makende,
16 En opdat Hij die beiden met God in één lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende.
17 lEn komende, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u die verre waart en dien die nabij waren. l Jes. 57:19. Ef. 3:12.
18 mWant door Hem hebben wij beiden den toegang door één Geest tot den Vader. m Joh. 10:9; 14:6. Rom. 5:2. Ef. 3:12. Hebr. 10:19.
19 Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen en nhuisgenoten Gods, n Gal. 6:10.
20 oGebouwd pop het fundament der apostelen en profeten, qwaarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen; o 1 Kor. 3:9, 10. p Jes. 28:16. Matth. 16:18. 1 Kor. 3:10. Openb. 21:14. q 1 Petr. 2:4.
21 rOp Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast stot een heiligen tempel in den Heere; r Ef. 4:16. s 1 Kor. 6:19. 2 Kor. 6:16.
22 Op Welken ook gij medegebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.

Einde Efeze 2