Statenvertaling.nl

sample header image

2 Korinthe 5 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

2 Korinthe 5

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

1 WANT wij weten dat, zo ons aaardse huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig, in de hemelen. a 2 Kor. 4:7. verwijsteksten
2 bWant ook in dezen zuchten wij, verlangende met onze woonstede die uit den hemel is, overkleed te worden; b Rom. 8:23. verwijsteksten
3 cZo wij ook bekleed en niet naakt zullen gevonden worden. c Openb. 3:18; 16:15. verwijsteksten
4 Want ook wij, die in dezen tabernakel zijn, zuchten, bezwaard zijnde; nademaal wij niet willen ontkleed, maar overkleed worden, dopdat het sterfelijke van het leven verslonden worde. d Rom. 8:11. 1 Kor. 15:53. verwijsteksten
5 Die ons nu tot ditzelve bereid heeft, is God, eDie ons ook het onderpand des Geestes gegeven heeft. e Rom. 8:16. 2 Kor. 1:22. Ef. 1:13; 4:30. verwijsteksten
6 Wij hebben dan altijd goeden moed, en weten dat wij, inwonende in het lichaam, uitwonen van den Heere
7 f(Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen); f 1 Kor. 13:12. 2 Kor. 3:18. verwijsteksten
8 Maar wij hebben goeden moed, en hebben meer behagen om uit het lichaam uit te wonen en bij den Heere in te wonen.
9 Daarom zijn wij ook zeer begerig, hetzij inwonende, hetzij uitwonende, om Hem welbehaaglijk te zijn.
10 gWant wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, hopdat een iegelijk wegdrage hetgeen door het lichaam geschiedt, naar dat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad. g Matth. 25:32. Rom. 14:10. h Ps. 62:13. Jer. 17:10; 32:19. Matth. 16:27. Rom. 2:6; 14:12. 1 Kor. 3:8. Gal. 6:5. Openb. 2:23; 22:12. verwijsteksten
 
De verzoening in Christus
11 Wij dan, wetende den schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof, en zijn Gode openbaar geworden; doch ik hoop ook in uw consciënties geopenbaard te zijn.
12 iWant wij prijzen onszelven u niet wederom aan, maar wij geven u oorzaak van roem over ons, opdat gij stof zoudt hebben tegen degenen die in het aangezicht roemen en niet in het hart. i 2 Kor. 3:1; 10:8. verwijsteksten
13 Want hetzij dat wij uitzinnig zijn, wij zijn het Gode; hetzij dat wij gematigd van zinnen zijn, wij zijn het ulieden.
14 Want de liefde van Christus dringt ons,
15 Als die dit oordelen, dat indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn. En Hij is voor allen gestorven, kopdat degenen die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien Die voor hen gestorven en opgewekt is. k Rom. 14:7. Gal. 2:20. 1 Thess. 5:10. 1 Petr. 4:2. verwijsteksten
16 lZo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees. l Matth. 12:50. Joh. 15:14. Gal. 5:6; 6:15. Kol. 3:11. verwijsteksten
17 Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; mhet oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden. m Jes. 43:18. Openb. 21:5. verwijsteksten
18 En al deze dingen zijn uit God, nDie ons met Zichzelven verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft. n Kol. 1:20. 1 Joh. 2:2; 4:10. verwijsteksten
19 oWant God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende, en heeft het woord der verzoening in ons gelegd. o Rom. 3:24, 25. Kol. 1:20. verwijsteksten
20 Zo zijn wij dan pgezanten van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christuswege: Laat u met God verzoenen. p 2 Kor. 3:6. verwijsteksten
21 qWant Dien Die geen zonde gekend heeft, rheeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem. q Jes. 53:9. 1 Petr. 2:22. 1 Joh. 3:5. r Jes. 53:12. Rom. 8:3. Gal. 3:13. verwijsteksten

Einde 2 Korinthe 5