Statenvertaling.nl

sample header image

1 Korinthe 6 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst


1 Korinthe 6

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

Rechtszaken tussen broeders
1 DURFT iemand van ulieden, die een zaak heeft tegen een ander, te rechte gaan voor de onrechtvaardigen, en niet voor de heiligen?
2 aWeet gij niet dat de heiligen de wereld oordelen zullen? En indien door u de wereld geoordeeld wordt, zijt gij onwaardig de minste gerechtszaken? a Matth. 19:28. Luk. 22:30. verwijsteksten
3 Weet gij niet dat wij de engelen oordelen zullen? Hoeveel te meer de zaken die dit leven aangaan!
4 Zo gij dan gerechtszaken hebt die dit leven aangaan, zet die daarover die in de gemeente minst geacht zijn.
5 Ik zeg u dit tot schaamte. Is er dan alzo onder u geen die wijs is, ook niet een die zou kunnen oordelen tussen zijn broeders?
6 Maar de ene broeder gaat met den anderen broeder te rechte, en dat voor ongelovigen.
7 Zo is er dan nu ganselijk gebrek onder u, dat gij met elkander rechtszaken hebt. bWaarom lijdt gij niet liever ongelijk? Waarom lijdt gij niet liever schade? b Spr. 20:22. Matth. 5:39. Rom. 12:17. 1 Thess. 5:15. 1 Petr. 3:9. verwijsteksten
8 Maar gijlieden doet ongelijk en doet schade, en dat den broederen.
9 Of weet gij niet dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beërven?
10 Dwaalt niet: cnoch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beërven. c Gal. 5:19. Ef. 5:5. Openb. 22:15. verwijsteksten
11 dEn dit waart gij sommigen; maar gij zijt eafgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd in den Naam van den Heere Jezus en door den Geest onzes Gods. d Ef. 2:2. Kol. 3:7. Tit. 3:3. e Hebr. 10:22. verwijsteksten
 
Het lichaam een tempel
12 fAlle dingen zijn mij geoorloofd, maar alle dingen zijn niet oorbaar; alle dingen zijn mij geoorloofd, maar ik zal onder de macht van geen mij laten brengen. f 1 Kor. 10:23. verwijsteksten
13 De spijzen zijn voor den buik, en de buik is voor de spijzen; maar God zal beide dezen en die tenietdoen. Doch het lichaam is niet voor de hoererij, maar voor den Heere, en de Heere voor het lichaam.
14 gEn God heeft ook den Heere opgewekt, en zal ons opwekken door Zijn kracht. g Rom. 8:11. 2 Kor. 4:14. verwijsteksten
15 Weet gij niet dat uw lichamen leden van Christus zijn? Zal ik dan de leden van Christus nemen en maken ze leden ener hoer? Dat zij verre.
16 Of weet gij niet dat die de hoer aanhangt, één lichaam met haar is? hWant die twee, zegt Hij, zullen tot één vlees wezen. h Gen. 2:24. Matth. 19:5. Mark. 10:8. Ef. 5:31. verwijsteksten
17 Maar die den Heere aanhangt, is één geest met Hem.
18 Vliedt de hoererij. Alle zonde die de mens doet, is buiten het lichaam; maar die hoererij bedrijft, die zondigt tegen zijn eigen lichaam.
19 Of weet gij niet idat ulieder lichaam een tempel is des Heiligen Geestes, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt? i 1 Kor. 3:16. 2 Kor. 6:16. Ef. 2:21. Hebr. 3:6. 1 Petr. 2:5. verwijsteksten
20 kWant gij zijt duur gekocht; zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, welke Godes zijn. k 1 Kor. 7:23. Gal. 3:13. Hebr. 9:12. 1 Petr. 1:18. verwijsteksten

Einde 1 Korinthe 6