Statenvertaling.nl

sample header image

Handelingen 2 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst


Handelingen 2

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Pinksteren
1 EN als de dag avan het pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen beendrachtelijk bijeen. a Lev. 23:15. Deut. 16:9. b Hand. 1:14. verwijsteksten
2 En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen gedreven wind, en vervulde het gehele huis waar zij zaten.
3 En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen.
4 cEn zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken dmet andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. c Matth. 3:11. Mark. 1:8. Luk. 3:16. Joh. 14:26; 15:26; 16:13. Hand. 11:15; 19:6. d Mark. 16:17. Hand. 10:46. verwijsteksten
5 En er waren Joden te Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen, van allen volke dergenen die onder den hemel zijn.
6 En als deze stem geschied was, kwam de menigte tezamen en werd beroerd, want een iegelijk hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
7 En zij ontzetten zich allen en verwonderden zich, zeggende tot elkander: Zie, zijn niet al dezen die daar spreken, Galileeërs?
8 En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn?
9 Parthers en Meders en Elamieten, en die inwoners zijn van Mesopotámië, en Judéa, en Cappadócië, Pontus en Azië,
10 En Frygië, en Pamfylië, Egypte en de delen van Libië, hetwelk bij Cyréne ligt, en uitlandse Romeinen, beide Joden en Jodengenoten,
11 Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.
12 En zij ontzetten zich allen en werden twijfelmoedig, zeggende de een tegen den ander: Wat wil toch dit zijn?
13 En anderen spottende, zeiden: Zij zijn vol zoeten wijn.
 
De toespraak van Petrus
14 Maar Petrus staande met de elve, verhief zijn stem en sprak tot hen: Gij Joodse mannen, en gij allen die te Jeruzalem woont, dit zij u bekend, en laat mijn woorden tot uw oren ingaan.
15 Want dezen zijn niet dronken, gelijk gij vermoedt; want het is eerst de derde ure van den dag.
16 Maar dit is het wat gesproken is door den profeet Joël:
17 eEn het zal zijn in de laatste dagen (zegt God), Ik zal fuitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en guw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen. e Jes. 44:3. Ez. 11:19; 36:27. Joël 2:28. Zach. 12:10. Joh. 7:38. f Hand. 10:45. g Luk. 2:36. Hand. 21:9. verwijsteksten
18 En ook op Mijn dienstknechten en op Mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten, en zij zullen profeteren.
19 En Ik zal wonderen geven in den hemel boven, en tekenen op de aarde beneden, bloed en vuur en rookdamp.
20 De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat de grote en doorluchtige dag des Heeren komt.
21 hEn het zal zijn dat een iegelijk die den Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden. h Joël 2:32. Rom. 10:13. verwijsteksten
22 Gij Israëlitische mannen, hoort deze woorden: Jezus den Nazaréner, een Man van God onder ulieden betoond door krachten en wonderen en tekenen, die God door Hem gedaan heeft in het midden van u, gelijk ook gij zelven weet;
23 Dezen, idoor den bepaalden raad en voorkennis Gods overgegeven zijnde, khebt gij genomen en door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood; i Hand. 4:28. k Hand. 5:30. verwijsteksten
24 lWelken God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende, alzo het niet mogelijk was dat Hij van denzelven dood zou gehouden worden. l Hand. 10:40. verwijsteksten
25 Want David zegt van Hem: mIk zag den Heere allen tijd voor Mij; want Hij is aan Mijn rechterhand, opdat Ik niet bewogen worde. m Ps. 16:8. verwijsteksten
26 Daarom is Mijn hart verblijd, en Mijn tong verheugt zich; ja, ook Mijn vlees zal rusten in hope;
27 Want Gij zult Mijn ziel in de hel niet verlaten, noch zult Uw Heilige overgeven om verderving te zien.
28 Gij hebt Mij de wegen des levens bekendgemaakt; Gij zult Mij vervullen met verheuging door Uw aangezicht.
29 Gij mannen broeders, het is mij geoorloofd vrijuit tot u te spreken van den patriarch David, ndat hij beide gestorven en begraven is, en zijn graf is onder ons tot op dezen dag. n 1 Kon. 2:10. Hand. 13:36. verwijsteksten
30 Alzo hij dan een profeet was, en wist odat God hem met ede gezworen had, dat Hij uit de vrucht zijner lendenen, zoveel het vlees aangaat, den Christus verwekken zou, om Hem op zijn troon te zetten, o 2 Sam. 7:12. Ps. 132:11. Luk. 1:32. Hand. 13:23. Rom. 1:3. 2 Tim. 2:8. verwijsteksten
31 Zo heeft hij dit voorziende, gesproken van de opstanding van Christus, pdat Zijn ziel niet is verlaten in de hel, noch Zijn vlees verderving heeft gezien. p Ps. 16:10. Hand. 13:35. verwijsteksten
32 Dezen Jezus heeft God opgewekt; qwaarvan wij allen getuigen zijn. q Joh. 15:27. Hand. 1:8. verwijsteksten
33 Hij dan rdoor de rechterhand Gods verhoogd zijnde, en sde belofte des Heiligen Geestes ontvangen hebbende van den Vader, heeft dit tuitgestort dat gij nu ziet en hoort. r Hand. 5:31. Filipp. 2:9. s Hand. 1:4. t Hand. 10:45. verwijsteksten
34 Want David is niet opgevaren in de hemelen; maar hij zegt: vDe Heere heeft gesproken tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechterhand, v Ps. 110:1. 1 Kor. 15:25. Ef. 1:20. Hebr. 1:13. verwijsteksten
35 Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.
36 Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.
 
De eerstelingen gedoopt
37 xEn als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: yWat zullen wij doen, mannen broeders? x Zach. 12:10. Luk. 3:10. Hand. 9:6. y Hand. 16:30. verwijsteksten
38 En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.
39 Want u komt de belofte toe, en uw zkinderen, en allen adie daar verre zijn, zovelen als er de Heere onze God toe roepen zal. z Joël 2:28. a Ef. 2:13. verwijsteksten
40 En met veel meer andere woorden betuigde hij en vermaande hen, zeggende: Wordt behouden van dit verkeerd geslacht.
41 Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drieduizend zielen.
 
Het leven van de eerste gemeente
42 En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.
43 En een vreze kwam over alle ziel; en bvele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen. b Mark. 16:17. Hand. 5:12. verwijsteksten
44 cEn allen die geloofden, waren bijeen, en hadden alle dingen gemeen. c Deut. 15:4. Hand. 4:32. verwijsteksten
45 En zij verkochten hun goederen en have, den verdeelden dezelve aan allen, naar dat elk van node had. d Jes. 58:7. Hand. 4:35. verwijsteksten
46 En dagelijks eeendrachtelijk in den tempel volhardende, en van huis tot huis brood brekende, aten zij tezamen met verheuging en eenvoudigheid des harten, e Hand. 1:14; 20:7. verwijsteksten
47 En prezen God en hadden genade bij het ganse volk. fEn de Heere deed dagelijks tot de gemeente, die zalig werden. f Hand. 5:14; 11:21. verwijsteksten

Einde Handelingen 2