Statenvertaling.nl

sample header image

Jesaja 44 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Jesaja 44

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Water op den dorstige
1 MAAR hoor nu, aMijn knecht Jakob, en Israël, dien Ik verkoren heb. a Jes. 41:8; 43:5. Jer. 30:10; 46:27. verwijsteksten
2 Zo zegt de HEERE, uw Maker en uw Formeerder van den buik af, Die u helpt: Vrees niet, o Jakob, Mijn knecht, en gij, Jeschurun, dien Ik uitverkoren heb.
3 Want Ik bzal water gieten op den dorstige en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten en Mijn zegen op uw nakomelingen. b Jes. 35:7. Joël 2:28. Joh. 7:38. Hand. 2:18. verwijsteksten
4 En zij zullen uitspruiten tussen in het gras, als de wilgen aan de waterbeken.
5 Deze zal zeggen: Ik ben des HEEREN; en die zal zich noemen met den naam van Jakob; en gene zal met zijn hand schrijven: Ik ben des HEEREN, en zich toenoemen met den naam van Israël.
 
God is waarachtig; afgoden zijn ijdel
6 Zo zegt de HEERE, de Koning Israëls, en zijn Verlosser, de HEERE der heirscharen: cIk ben de Eerste en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God. c Jes. 41:4; 48:12. Openb. 1:8, 17; 22:13. verwijsteksten
7 En wie zal, gelijk als Ik, roepen en het verkondigen en het ordentelijk vóór Mij stellen, sedert dat Ik een eeuwig volk gesteld heb? En laat ze de toekomstige dingen en die komen zullen, hun verkondigen.
8 Verschrikt niet en vreest niet; heb Ik het u van toen af niet doen horen en verkondigd? Want gijlieden zijt Mijn getuigen. dIs er ook een God behalve Ik? Immers is er geen andere Rotssteen; Ik ken er geen. d Deut. 4:35, 39; 32:39. 1 Sam. 2:2. Jes. 45:21. verwijsteksten
9 De formeerders van gesneden beelden zijn altezamen ijdelheid, en hun gewenste dingen doen geen nut; ja, zij zelven zijn hun getuigen: zij zien niet en zij weten niet; daarom zullen zij beschaamd worden.
10 Wie formeert een god en giet een beeld, dat geen nut doet?
11 Zie, al hun medegenoten ezullen beschaamd worden, want de werkmeesters zijn uit de mensen; dat zij zich altemaal vergaderen, dat zij opstaan, zij zullen verschrikken, zij zullen tezamen beschaamd worden. e Ps. 97:7. Jes. 1:29; 42:17; 45:16. verwijsteksten
12 fDe ijzersmid maakt een bijl en werkt in den gloed, en formeert het met hamers, en werkt het met zijn sterken arm; hij lijdt ook honger, totdat hij krachteloos wordt, hij drinkt geen water, totdat hij amechtig wordt. f Jer. 10:3. verwijsteksten
13 De timmerman trekt het richtsnoer uit, hij tekent het af met den draad, hij maakt het effen met de schaven en tekent het met den passer, en maakt het naar de beeltenis eens mans, naar de schoonheid van een mens, dat het in het huis blijve.
14 Als hij zich ceders afhouwt, zo neemt hij een cipressenboom of een eik, en hij versterkt zich onder de bomen des wouds; hij plant een olmboom, en de regen maakt dien groot.
15 Dan is het voor den mens om te verbranden, dan neemt hij daarvan en warmt er zich bij; ook ontsteekt hij het en bakt er brood bij; daarenboven maakt hij er een god van en buigt zich daarvoor, hij maakt er een gesneden beeld van en knielt ervoor neder.
16 Zijn helft brandt hij in het vuur, bij de andere helft daarvan eet hij vlees; hij braadt een gebraad en hij wordt verzadigd; ook warmt hij zichzelven en hij zegt: Hei, ik ben warm geworden, ik heb het vuur gezien.
17 Het overige nu daarvan maakt hij tot een god, tot zijn gesneden beeld; hij knielt ervoor neder en buigt zich, en bidt het aan en zegt: Red mij, want gij zijt mijn god.
18 Zij weten niet en verstaan niet, want het heeft hun ogen bestreken, dat zij niet zien, en hun harten, dat zij niet verstaan.
19 En niemand van hen brengt het in zijn hart, en er is noch kennis noch verstand, dat hij zeggen zou: De helft daarvan heb ik verbrand in het vuur, ja, ook op de kolen daarvan heb ik brood gebakken, ik heb vlees daarbij gebraden en heb het gegeten; en zou ik het overblijfsel daarvan tot een gruwel maken? Zou ik nederknielen voor hetgeen dat van een boom gekomen is?
20 Hij voedt zich met as, het bedrogen hart heeft hem terzijde afgeleid; zodat hij zijn ziel niet redden kan, noch zeggen: Is er niet een leugen in mijn rechterhand?
21 Gedenk aan deze dingen, o Jakob, en Israël, want gij zijt Mijn knecht; Ik heb u geformeerd, gij zijt Mijn knecht, Israël, gij zult van Mij niet vergeten worden.
22 Ik delg uw overtredingen uit als een nevel, en uw zonden als een wolk; keer weder tot Mij, want Ik heb u verlost.
23 Zingt met vreugde, gij hemelen, want de HEERE heeft het gedaan; juicht, gij benedenste delen der aarde; gij bergen, maakt een groot gedreun met vreugdegezang, gij bossen en alle geboomte daarin; want de HEERE heeft Jakob verlost en Zich heerlijk gemaakt in Israël.
24 Alzo zegt de HEERE, uw Verlosser, en Die u geformeerd heeft van den buik af: Ik ben de HEERE, Die alles doet, gDie den hemel uitbreidt, Ik alleen, en hDie de aarde uitspant door Mijzelven; g Job 9:8. Ps. 104:2. h Jes. 40:22; 42:5; 45:12. verwijsteksten
25 Die de tekenen der leugendichters vernietigt en de waarzeggers dol maakt; Die de wijzen achterwaarts doet keren en Die hun wetenschap verdwaast;
26 Die het woord Zijns knechts bevestigt en den raad Zijner boden volbrengt; Die tot Jeruzalem zegt: Gij zult bewoond worden, en tot de steden van Juda: Gij zult herbouwd worden, en Ik zal haar verwoeste plaatsen oprichten;
27 Die tot de diepte zegt: Verdroog, en uw rivieren zal Ik verdrogen;
28 Die van Kores zegt: Hij is Mijn herder, en hij zal al Mijn welgevallen volbrengen; zeggende ook tot Jeruzalem: Word gebouwd; en tot den tempel: Word gegrond.

Einde Jesaja 44