Statenvertaling.nl

sample header image

Jesaja 43 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Jesaja 43

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Israël kostelijk in Gods ogen
1 MAAR nu, alzo zegt de HEERE, uw Schepper, o Jakob, en uw Formeerder, o Israël: Vrees niet, want Ik heb u verlost; Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijne.
2 Wanneer gij zult gaan adoor het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken. a Ps. 66:12. verwijsteksten
3 Want Ik ben de HEERE uw God, de Heilige Israëls, uw Heiland; Ik heb Egypte, Morenland en Seba gegeven tot uw losgeld, in uw plaats.
4 Van toen af dat gij kostelijk zijt geweest in Mijn ogen, zijt gij verheerlijkt geweest, en Ik heb u liefgehad; daarom heb Ik mensen in uw plaats gegeven en volken in plaats van uw ziel.
5 bVrees niet, want Ik ben met u; Ik zal uw zaad van den opgang brengen en Ik zal u verzamelen van den ondergang. b Jes. 44:2. Jer. 30:10; 46:27. verwijsteksten
6 Ik zal zeggen tot het noorden: Geef; en tot het zuiden: Houd niet terug; breng Mijn zonen van verre en Mijn dochters van het einde der aarde,
7 Een ieder die naar Mijn Naam genoemd is, en dien Ik geschapen heb tot Mijn eer, dien Ik geformeerd heb, dien Ik ook gemaakt heb.
 
Israël is Gods getuige
8 Breng voort het blinde volk, hetwelk ogen heeft, en de doven, die oren hebben.
9 Laat al de heidenen tezamen vergaderd worden en laat de volken verzameld worden; wie onder hen zal dit verkondigen? Of laat hen ons doen horen de vorige dingen, laat hen hun getuigen voortbrengen, opdat zij gerechtvaardigd worden, en men het hore en zegge: Het is de waarheid.
10 Gijlieden zijt Mijn getuigen, spreekt de HEERE, en Mijn knecht, dien Ik uitverkoren heb; opdat gij het weet en Mij gelooft en verstaat, dat Ik Dezelfde ben, cdat vóór Mij geen God geformeerd is, en na Mij geen zijn zal. c Jes. 41:4; 44:8; 45:21. Hos. 13:4. verwijsteksten
11 Ik, Ik ben de HEERE, en er is geen Heiland behalve Ik.
12 Ik heb verkondigd en Ik heb verlost, en Ik heb het doen horen, en geen vreemd god was onder ulieden; en gij zijt Mijn getuigen, spreekt de HEERE, dat Ik God ben.
13 Ook eer de dag was, ben Ik, en er is niemand die uit Mijn hand redden kan; Ik zal werken en dwie zal het keren? d Jes. 14:27. verwijsteksten
14 Alzo zegt de HEERE, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Om ulieder wil heb Ik naar Babel gezonden en heb hen allen vluchtende doen nederdalen, te weten de Chaldeeën, in de schepen op dewelke zij juichten.
15 Ik ben de HEERE, uw Heilige; de Schepper Israëls, ulieder Koning.
16 Alzo zegt de HEERE, Die in de zee een weg, en in de sterke wateren een pad maakte;
17 Die wagens en paarden, heir en macht voortbracht; tezamen zijn zij nedergelegen, zij zullen niet weder opstaan, zij zijn uitgeblust, gelijk een vlaswiek zijn zij uitgegaan.
18 Gedenkt der vorige dingen niet, en overlegt de oude dingen niet.
19 Zie, Ik zal ewat nieuws maken, nu zal het uitspruiten; zult gijlieden dat niet weten? Ja, Ik zal in de woestijn een weg leggen en rivieren in de wildernis. e Openb. 21:5. verwijsteksten
20 Het gedierte des velds zal Mij eren, de draken en de jonge struisen; want Ik zal in de woestijn wateren geven en rivieren in de wildernis, om Mijn volk, Mijn uitverkorene drinken te geven.
21 fDit volk heb Ik Mij geformeerd, zij zullen Mijn lof vertellen. f Luk. 1:74, 75. verwijsteksten
 
Soevereine genade
22 Doch gij hebt Mij niet aangeroepen, o Jakob, als gij u tegen Mij vermoeid hebt, o Israël.
23 Mij hebt gij niet gebracht het kleine vee uwer brandoffers en met uw slachtoffers hebt gij Mij niet geëerd; Ik heb u Mij niet doen dienen met spijsoffer en Ik heb u niet vermoeid met wierook.
24 Mij hebt gij geen kalmoes voor geld gekocht en met het vette uwer slachtoffers hebt gij Mij niet gedrenkt; maar gij hebt Mij arbeid gemaakt met uw zonden, gij hebt Mij vermoeid met uw ongerechtigheden.
25 Ik, Ik ben het, Die uw overtredingen uitdelg gom Mijnentwil, en Ik gedenk uwer zonden niet. g Ez. 36:22, enz. verwijsteksten
26 Maak Mij indachtig, hlaat ons tezamen rechten, vertel gij uw redenen, opdat gij moogt gerechtvaardigd worden. h Jes. 1:18. verwijsteksten
27 Uw eerste vader heeft gezondigd, en uw uitleggers hebben tegen Mij overtreden.
28 Daarom zal Ik de oversten des heiligdoms ontheiligen, en Jakob ten ban overgeven en Israël tot beschimpingen.

Einde Jesaja 43