Psalm 41 – Statenvertaling met kanttekeningen

Statenvertaling.nl

sample header image

Psalm 41 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Psalm 41

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Gebed om genezing en genade
1 EEN psalm van David, voor den opperzangmeester.
2 Welgelukzalig is hij die zich verstandiglijk gedraagt jegens een ellendige; de HEERE zal hem bevrijden ten dage des kwaads.
3 De HEERE zal hem bewaren en zal hem bij het leven behouden, hij zal op aarde gelukzalig gemaakt worden. Geef hem ook niet over in zijner vijanden begeerte.
4 De HEERE zal hem ondersteunen op het ziekbed; in zijn krankheid verandert Gij zijn ganse leger.
5 Ik zeide: O HEERE, zijt mij genadig; genees mijn ziel, want ik heb tegen U gezondigd.
6 Mijn vijanden spreken kwaad van mij, zeggende: Wanneer zal hij sterven en zijn naam vergaan?
7 En zo iemand van hen komt om mij te zien, hij spreekt valsheid, zijn hart vergadert zich onrecht; gaat hij uit naar buiten, hij spreekt ervan.
8 Al mijn haters mompelen tezamen tegen mij; zij bedenken tegen mij hetgeen mij kwaad is, zeggende:
9 Een Belialsstuk kleeft hem aan; en hij die nederligt, zal niet weder opstaan.
10 Zelfs de man mijns vredes, op welken ik vertrouwde, adie mijn brood at, heeft de verzene tegen mij grotelijks verheven. a Joh. 13:18. verwijsteksten
11 Maar Gij, o HEERE, zijt mij genadig en richt mij op; en ik zal het hun vergelden.
12 Hierbij weet ik dat Gij lust aan mij hebt, dat mijn vijand over mij niet zal juichen.
13 Want mij aangaande, Gij onderhoudt mij in mijn oprechtheid; en Gij stelt mij voor Uw aangezicht in eeuwigheid.
14 Geloofd zij de HEERE, de God Israëls, van der eeuwigheid en tot in der eeuwigheid. Amen, ja amen.

Einde Psalm 41