Psalm 22 – Statenvertaling met kanttekeningen

Statenvertaling.nl

sample header image

Psalm 22 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Psalm 22

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Profetie van Christus’ lijden
1 EEN psalm van David, voor den opperzangmeester, op Aijéleth hasscháchar.
2 aMijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten, verre zijnde van Mijn verlossing, van de woorden Mijns brullens? a Matth. 27:46. Mark. 15:34. verwijsteksten
3 Mijn God, ik roep des daags, maar Gij antwoordt niet; en des nachts, en ik heb geen stilte.
4 Doch Gij zijt heilig, wonende onder de lofzangen Israëls.
5 Op U hebben onze vaders vertrouwd; zij hebben vertrouwd en Gij hebt hen uitgeholpen.
6 Tot U hebben zij geroepen en zijn uitgered; bop U hebben zij vertrouwd en zijn niet beschaamd geworden. b Ps. 25:3; 31:2. Jes. 49:23. Rom. 9:33. verwijsteksten
7 Maar Ik ben een worm en geen man, een smaad van mensen en veracht van het volk.
8 Allen die Mij zien, cbespotten Mij; zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd, zeggende: c Matth. 27:39. verwijsteksten
9 dHij heeft het op den HEERE gewenteld, dat Hij Hem nu uithelpe, dat Hij Hem redde, dewijl Hij lust aan Hem heeft. d Matth. 27:43. verwijsteksten
10 Gij zijt het immers, Die mij uit den buik hebt uitgetogen; Die mij hebt doen vertrouwen, zijnde aan mijner moeders borsten.
11 Op U ben ik geworpen van de baarmoeder af; van den buik mijner moeder aan zijt Gij mijn God.
12 Zo wees niet verre van mij, want benauwdheid is nabij; want er is geen helper.
13 Vele varren hebben mij omsingeld, sterke stieren van Basan hebben mij omringd.
14 Zij hebben hun mond tegen mij opgesperd, als een verscheurende en brullende leeuw.
15 Ik ben uitgestort als water, en al mijn beenderen hebben zich vaneengescheiden; mijn hart is als was, het is gesmolten in het midden mijns ingewands.
16 Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, en mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; en Gij legt mij in het stof des doods.
17 Want honden hebben Mij omsingeld, een vergadering der boosdoeners heeft Mij omgeven; ezij hebben Mijn handen en Mijn voeten doorgraven. e Matth. 27:35. Mark. 15:24. Luk. 23:33. Joh. 19:23, 37; 20:25. verwijsteksten
18 Al Mijn beenderen zou Ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op Mij.
19 fZij delen Mijn klederen onder zich, en werpen het lot over Mijn gewaad. f Luk. 23:34. Joh. 19:24. verwijsteksten
20 Maar Gij, HEERE, wees niet verre; mijn Sterkte, haast U tot mijn hulp.
21 Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame van het geweld des honds.
22 Verlos mij uit des leeuwen muil, en verhoor mij van de hoornen der eenhoorns.
23 Zo gzal Ik Uw Naam Mijn broederen vertellen; in het midden der gemeente zal Ik U prijzen. g Hebr. 2:12. verwijsteksten
24 Gij die den HEERE vreest, prijst Hem; al gij zaad Jakobs, vereert Hem; en ontziet u voor Hem, al gij zaad Israëls.
25 Want Hij heeft niet veracht, noch verfoeid de verdrukking des verdrukten, noch Zijn aangezicht voor hem verborgen; maar Hij heeft gehoord als die tot Hem riep.
26 Van U zal mijn lof zijn in een grote gemeente; ik zal mijn geloften betalen in tegenwoordigheid dergenen die Hem vrezen.
27 De zachtmoedigen zullen eten en verzadigd worden; zij zullen den HEERE prijzen, die Hem zoeken; ulieder hart zal in eeuwigheid leven.
28 Alle heinden der aarde zullen het gedenken en zich tot den HEERE bekeren; en alle geslachten der heidenen zullen voor Uw aangezicht aanbidden. h Ps. 2:8; 72:11; 86:9. verwijsteksten
29 Want het Koninkrijk is des HEEREN, en Hij heerst onder de heidenen.
30 Alle vetten op aarde zullen eten en aanbidden; allen die in het stof nederdalen, zullen voor Zijn aangezicht nederbukken, en die zijn ziel bij het leven niet kan houden.
31 Het zaad zal Hem dienen; het zal den Heere aangeschreven worden tot in geslachten.
32 Zij zullen aankomen en Zijn gerechtigheid verkondigen den volke dat geboren wordt; iomdat Hij het gedaan heeft. i Ps. 52:11. verwijsteksten

Einde Psalm 22