Statenvertaling.nl

sample header image

Job 5 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst


Job 5

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

Job moet naar God vragen
1 ROEP nu, zal er iemand zijn die u antwoorde? En tot wien van de heiligen zult gij u keren?
2 Want den dwaze brengt de toornigheid om, en de ijver doodt den slechte.
3 aIk heb gezien een dwaas wortelende, doch terstond vervloekte ik zijn woning. a Ps. 37:36. verwijsteksten
4 Verre waren zijn zonen van heil; en zij werden verbrijzeld in de poort, en er was geen verlosser.
5 Wiens oogst de hongerige verteerde, dien hij ook tot uit de doornen gehaald had; de struikrover slokte hun vermogen in.
6 Want uit het stof komt het verdriet niet voort, en de moeite spruit niet uit de aarde;
7 Maar de mens wordt tot moeite geboren, gelijk de spranken der vurige kolen zich verheffen tot vliegen.
8 Doch ik zou naar God zoeken, en tot God mijn aanspraak richten;
9 bDie grote dingen doet die men niet doorzoeken kan, wonderen die men niet tellen kan; b Job 9:10. Ps. 72:18. Rom. 11:33. verwijsteksten
10 Die den regen geeft op de aarde, en water zendt op de straten;
11 cOm de vernederden te stellen in het hoge, dat de rouwdragenden door heil verheven worden. c 1 Sam. 2:7. Ps. 113:7, 8. verwijsteksten
12 dHij maakt teniet de gedachten der arglistigen, dat hun handen niet één ding uitrichten. d Neh. 4:15. Ps. 33:10. Jes. 8:10. verwijsteksten
13 eHij vangt de wijzen in hun arglistigheid, dat de raad der verdraaiden gestort wordt. e 1 Kor. 3:19. verwijsteksten
14 fDes daags ontmoeten zij de duisternis, en gelijk des nachts tasten zij in den middag. f Deut. 28:29. verwijsteksten
15 Maar Hij verlost den behoeftige van het zwaard, van hun mond, en van de hand des sterken.
16 gZo is voor den arme verwachting, en de boosheid stopt haar mond toe. g Ps. 107:42. verwijsteksten
17 hZie, gelukzalig is de mens denwelken God straft; daarom, verwerp de kastijding des Almachtigen niet. h Spr. 3:11, 12. Hebr. 12:5. Jak. 1:12. Openb. 3:19. verwijsteksten
18 iWant Hij doet smart aan en Hij verbindt; Hij doorwondt en Zijn handen helen. i Deut. 32:39. 1 Sam. 2:6. Hos. 6:1. verwijsteksten
19 kIn zes benauwdheden zal Hij u verlossen, en in de zevende zal u het kwaad niet aanroeren. k Ps. 91:3, enz. verwijsteksten
20 In den honger zal Hij u verlossen van den dood, en in den oorlog van het geweld des zwaards.
21 Tegen den gesel der tong zult gij verborgen wezen, en gij zult niet vrezen voor de verwoesting, als zij komt.
22 Tegen de verwoesting en tegen den honger zult gij lachen, en voor het gedierte der aarde zult gij niet vrezen.
23 Want met de stenen des velds zal uw verbond zijn, len het gedierte des velds zal met u bevredigd zijn. l Hos. 2:17. verwijsteksten
24 En gij zult bevinden dat uw tent in vrede is; en gij zult uw woning verzorgen, en zult niet feilen.
25 Ook zult gij bevinden dat uw zaad menigvuldig wezen zal, en uw spruiten als het kruid der aarde.
26 Gij zult in ouderdom ten grave komen, gelijk de korenhoop te zijner tijd opgevoerd wordt.
27 Zie dit, wij hebben het doorzocht, het is alzo; hoor het en bemerk gij het voor u.

Einde Job 5