Statenvertaling.nl

sample header image

Ezechiël 2 – Statenvertaling editie 1637

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling raadplegen in de editie van 1637 en/of 1657. De edities 1637, 1657 en de GBS-editie kunnen naar keuze parallel worden weergegeven. (Bij parallelweergave worden bij een vers eerst de kanttekeningen met verwijsteksten getoond, daarna de verklarende kanttekeningen.)

Edities SV:    

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenZonder kanttekeningen

Ezechiël 2

1 ENde hy seyde tot my; Menschen kint, staet op uwe voeten, ende ick sal met u spreken.
2 So quam in my, als hy tot my sprack, de Geest, die my stelde op mijne voeten: ende ick hoorde dien die tot my sprack.
3 Ende hy seyde tot my; Menschen kint, ick sende u tot de kinderen Israëls, tot de rebellerende volckeren, die tegen my gerebelleert hebben: sy, ende hare vaderen hebben overtreden tegen my tot op desen selven huydigen dach.
4 Ende dese kinderen zijn hart van aengesichte, ende stijf van herten: ick sende u tot hen; ende ghy sult tot hen seggen, Soo seyt de Heere HEERE.
5 Ende sy, het zy datse ’t hooren sullen, ofte het zy datse ’t laten sullen, (want sy zijn een wederspannich huys): so sullen sy weten dat een Propheet in ’t midden van hen geweest is.
6 Ende ghy, menschen kint, en vreest niet voor hen, ende en vreest niet voor hare woorden; hoe wel wederwillige, ende doornen by u zijn, ende ghy by scorpioenen woont: en vreest voor hare woorden niet, ende en ontset u niet voor haer aengesichte; want sy zijn een wederspannich huys.
7 Maer ghy sult mijne woorden tot hen spreken, het zy datse hooren sullen, ofte het zy datse ’t laten sullen: want sy zijn wederspannich.
8 Doch ghy, menschen kint, hoort het gene dat ick tot u spreke; en weest ghy niet wederspannich, gelijck dat wederspannich huys: opent uwen mont, ende eet, dat ick u geve.
9 Doe sach ick, ende siet, daer was een hant tot my uytgesteken: ende siet, daer in wasde rolle eenes boecks.
10 Ende hy spreydde die voor mijn aengesichte uyt; ende sy was beschreven voor, ende achter: ende daer in waren geschreven claeg-liederen, ende suchtinge, ende wee.

Einde Ezechiël 2