Psalm 67 – Statenvertaling editie 1637
Op deze pagina kunt u de Statenvertaling raadplegen in de editie van 1637 en/of 1657. De edities 1637, 1657 en de GBS-editie kunnen naar keuze parallel worden weergegeven. (Bij parallelweergave worden bij een vers eerst de kanttekeningen met verwijsteksten getoond, daarna de verklarende kanttekeningen.)
Psalm 67
| 1 EEn Psalm, een Liedt: voor den Opper-sang-meester, op Neginoth. |
| 2 Godt zy ons genadich, ende segene ons: hy doe sijn aenschijn aen ons lichten, Sela! |
| 3 Op datmen op der aerden uwen wech kenne; onder alle heydenen u heyl. |
| 4 De volcken sullen u, o Godt, loven: de volcken, altemael, sullen u loven. |
| 5 De natien sullen haer verblijden, ende juychen, om dat ghy de volcken sult richten [in] rechtmaticheyt: ende de natien op der aerden, die sult ghy leyden, Sela! |
| 6 De volcken sullen u, ô Godt, loven: de volcken, altemael, sullen u loven. |
| 7 De aerde geeft haer gewas: Godt, onse Godt, sal ons segenen. |
| 8 Godt sal ons segenen: ende alle eynden der aerde sullen hem vreesen. |
Einde Psalm 67