Psalm 3 – Statenvertaling editie 1637
Op deze pagina kunt u de Statenvertaling raadplegen in de editie van 1637 en/of 1657. De edities 1637, 1657 en de GBS-editie kunnen naar keuze parallel worden weergegeven. (Bij parallelweergave worden bij een vers eerst de kanttekeningen met verwijsteksten getoond, daarna de verklarende kanttekeningen.)
Psalm 3
| 1 EEn Psalm Davids, als hy vloodt voor het aengesichte sijns soons Absaloms. |
| 2 ô HEERE, hoe zijn mijne tegenpartijders vermenichvuldicht? vele staen tegen my op. |
| 3 Vele seggen van mijne ziele; Hy en heeft geen heyl by Godt, Sela! |
| 4 Doch ghy, HEERE, zijt een schilt voor my, mijne eere, ende die mijn hooft opheft. |
| 5 Ick riep met mijne stemme tot den HEERE, ende hy verhoorde my van den berch sijner heylicheyt, Sela! |
| 6 Ick lach neder ende sliep; ick ontwaeckte, want de HEERE ondersteunde my. |
| 7 Ick en sal niet vreesen voor tien-duysenden des volcks, die hen rontom tegen my setten. |
| 8 Staet op, HEERE, verlost my, mijn Godt; want ghy hebt alle mijne vyanden op’t kinnebacken geslagen, de tanden der godtloosen hebt ghy verbroken. |
| 9 Het heyl is des HEEREN; uwen segen is over u volck, Sela! |
Einde Psalm 3