Statenvertaling.nl

codex alexandrinus

Openbaring 14 – Griekse tekst en Statenvertaling

Op deze pagina wordt de Griekse tekst van het Nieuwe Testament en de Statenvertaling parallel weergegeven. De Griekse tekst is de reconstructie van de door de vertalers gevolgde tekst. Deze tekst is gebaseerd op de Textus Receptus edities van de 16e en begin 17e eeuw. De verschillen tussen de belangrijkste edities van de Textus Receptus zijn in noten vermeld (zie bijvoorbeeld Matth. 1:11, 23 en 2:11).
(Afkortingen in de noten: St=Stephanus 1550, 1551, B=Beza 1565 t/m 1604, Elz=Elzevir 1624, 1633, Sc=Scrivener 1881, M=Meerderheidstekst, edd=edities, kt=kanttekening.)

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22
Weergave: Grieks en Statenvertaling zonder kanttekeningen
Grieks en Statenvertaling met kanttekeningen

Openbaring 14

1 De apostel ziet in een gezicht het Lam staande op den berg Sion met Zijn 144.000 getekenden. 2 In den hemel wordt een nieuw gezang gezongen, dat niemand kan leren dan dezelve. 4 Dezen zijn maagden, en volgen het Lam waar Het gaat. 6 Daarop vliegt een engel door het midden des hemels, en verkondigt het eeuwig Evangelie. 8 Welken een andere engel volgt, die den val der grote stad Babel voorzegt. 9 En een derde, die de eeuwige straf dreigt dengenen die het beest aanbidden of zijn merkteken hebben. 12 De heiligen worden tot lijdzaamheid vermaand, en die in den Heere sterven van hun zaligheid verzekerd. 14 Daarna wordt Een op een witte wolk gezien, met een kroon op het hoofd, en een sikkel in de hand, Welke vermaand wordt Zijn sikkel in den rijpen oogst te zenden. 17 Eindelijk komt nog een engel uit den tempel des hemels, met nog een sikkel, die vermaand wordt de druiventakken der aarde te snijden. 19 Welke hij werpt in den wijnpersbak van den toorn Gods, die getreden wordt, en vloeit tot aan de tomen der paarden, duizend zeshonderd stadiën ver.
  
Het Lam en Zijn vrijgekochten
1 Καὶ εἶδον, καὶ ἰδού, ἀρνίον ἑστηκὸς ἐπὶ τὸ ὄρος Σιών, καὶ μετ’ αὐτοῦ ἑκατὸν τεσσαρακοντατέσσαρες χιλιάδες, ἔχουσαι τὸ ὄνομα τοῦ Πατρὸς αὐτοῦ γεγραμμένον ἐπὶ τῶν μετώπων αὐτῶν. 1 EN ik zag, en zie, 1het Lam 2stond op den berg Sion, en met Hem a3honderd vier en veertig duizend, 4hebbende den Naam Zijns Vaders geschreven aan hun voorhoofden.
1 Waarom Christus het Lam genaamd wordt, is voordezen verklaard Openb. 5:6. verwijsteksten
2 Christus wordt hier ingevoerd als staande op den berg Sion, waardoor de gemeente wordt afgebeeld, gelijk Jes. 2:2, 3. 1 Petr. 2:6, en elders, omdat Hij in het midden van de vervolgingen van den antichrist altijd een wakend oog heeft over Zijn gemeente, en dezelve altijd vergadert en beschermt; waarom Hij ook Hand. 7:56 wordt gezegd te staan aan de rechterhand Gods, en hiervoor Openb. 2:1 te wandelen onder de kandelaren, als altijd vaardig en gereed zijnde om die bij te staan, en van alle nodige gaven te voorzien. verwijsteksten
a Openb. 7:4. verwijsteksten
3 Dezen zijn degenen die uit alle stammen van het Israël Gods getekend zijn, Openb. 7:3, enz., gedurende den tijd van het rijk van den antichrist, en van de vlucht der vrouw in de woestijn, en die in den algemenen afval Christus, hun Hoofd, altijd bijgebleven zijn; en worden hier gesteld tegen de grote menigte dergenen die het merkteken van het beest hebben ontvangen, waarvan hiervoor is gesproken, en hierna nog zal gesproken worden. verwijsteksten
4 Van welk schrijven dezer namen op hun voorhoofden, zie hiervoor op Openb. 7:3; 9:4. verwijsteksten
   
2 καὶ ἤκουσα φωνὴν ἐκ τοῦ οὐρανοῦ, ὡς φωνὴν ὑδάτων πολλῶν, καὶ ὡς φωνὴν βροντῆς μεγάλης· καὶ φωνὴν ἤκουσα κιθαρῳδῶν κιθαριζόντων ἐν ταῖς κιθάραις αὐτῶν. 2 5En ik hoorde een stem uit den hemel, als been stem veler wateren en als een stem 6van een groten donderslag. En ik hoorde een stem c7van citerspelers, spelende op hun citers;
5 Enigen verstaan door deze stem de stem van de getekenden zelven, die de apostel eerst van verre, en daarna van nabij, allengskens nader komende, heeft gehoord. Doch alzo in het derde vers wordt gezegd, dat dit gezang niemand kon leren dan deze getekenden, zo wordt dit gevoeglijker verstaan van de stem der ontelbare menigte dergenen die in den hemel rondom den troon Gods tevoren alrede stonden, en God dag en nacht loofden, van welke Openb. 7:9 is gehandeld, bij welke deze 144.000 zich ook hebben gevoegd, nadat zij ten tijde van den antichrist allengskens uit de strijdende kerk hier op aarde tot de triomferende in den hemel door Christus, hun Hoofd, ook gebracht zijn; gelijk hierna Openb. 19:1, enz., te zien is. verwijsteksten
b Openb. 1:15. verwijsteksten
6 Niet ten aanzien van haar schrikkelijkheid, gelijk dit wel somwijlen wordt genomen, maar ten aanzien van haar grootte en den ijver waaruit die sproot. Anderszins was zij lieflijk om te horen, gelijk hierna Openb. 19:6 wordt verklaard. verwijsteksten
c Openb. 5:8. verwijsteksten
7 Deze gelijkenis is genomen van de wijze van doen in den tempel van Salomo, waar bij het gezang ook instrumenten van muziek door de priesters en Levieten gebruikt werden. Zie ook Openb. 5:8. verwijsteksten
   
3 καὶ ᾄδουσιν ὡς ᾠδὴν καινὴν ἐνώπιον τοῦ θρόνου, καὶ ἐνώπιον τῶν τεσσάρων ζώων καὶ τῶν πρεσβυτέρων· καὶ οὐδεὶς ἠδύνατο μαθεῖν τὴν ᾠδήν, εἰ μὴ αἱ ἑκατὸν τεσσαρακοντατέσσαρες χιλιάδες, οἱ ἠγορασμένοι ἀπὸ τῆς γῆς. 3 En zij zongen als d8een nieuw gezang voor den troon en voor de vier dieren en de ouderlingen; en 9niemand kon het gezang leren dan de honderd vier en veertig duizend, 10die van de aarde gekocht waren.
d Openb. 5:9. verwijsteksten
8 Hetwelk alzo ook wordt genaamd Openb. 5:9, en hier nieuw wordt genaamd, vanwege de nieuwe oorzaak die tot dezen lofzang wordt gegeven, door de verlossing van deze getekenden, en de nieuwe verkondiging van dit eeuwig Evangelie. Zie dergelijke wijze van spreken Ps. 40:4. Jes. 42:10. verwijsteksten
9 Namelijk met een oprecht gevoelen en volle verzekerdheid, dat zij deel daaraan hadden. Want hoewel de hypocrieten somwijlen ook God loven voor de verlossing door Christus geschied, nochtans kan niemand zulks van harte doen, dan die door het ware geloof en de verzekering des Heiligen Geestes zulks heeft geleerd. Zie Rom. 8:15, 26. 1 Kor. 12:3. verwijsteksten
10 Namelijk door het bloed des Lams, gelijk Openb. 5:9 wordt uitgedrukt. Zie ook 1 Petr. 1:19. verwijsteksten
   
4 οὗτοί εἰσιν οἳ μετὰ γυναικῶν οὐκ ἐμολύνθησαν· παρθένοι γάρ εἰσιν. οὗτοί εἰσιν οἱ ἀκολουθοῦντες τῷ ἀρνίῳ ὅπου ἂν ὑπάγῃ. οὗτοι ἠγοράσθησαν ἀπὸ τῶν ἀνθρώπων, ἀπαρχὴ τῷ Θεῷ καὶ τῷ ἀρνίῳ. 4 Dezen zijn het 11die met vrouwen niet bevlekt zijn, ewant zij zijn maagden. Dezen zijn het die het Lam volgen, waar Het ook heen gaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen, tot 12eerstelingen Gode en het Lam.
11 Dit kan niet verstaan worden van den huwelijken staat, als sommigen drijven. Want die is eerlijk onder allen, en het bed onbevlekt, gelijk Paulus getuigt Hebr. 13:4, en Christus wordt gevolgd waar Hij gaat, niet alleen van de gelukzaligen die hier ongetrouwd zijn geweest, maar ook van de getrouwden, als patriarchen, apostelen, martelaren en ontelbare anderen, gelijk de Schrift spreekt 2 Kor. 5:6, enz. 1 Thess. 4:17, enz. Maar door deze maagden worden hier verstaan degenen die met hun geloof en ware belijdenis Christus, hun Bruidegom, standvastelijk zijn bijgebleven, als de hoer van Babel met den kelk harer hoererij, dat is, afgoderij, alle koningen en volken der aarde heeft dronken gemaakt. Waarvan in het vervolg breder gesproken zal worden. Op gelijke wijze spreekt ook de apostel Paulus van allerlei ware gelovigen, 2 Kor. 11:2. verwijsteksten
e 2 Kor. 11:2. verwijsteksten
12 Dat is, opdat zij Gode en het Lam heilig en eigen zouden zijn, gelijk de eerstelingen der vruchten Gode moesten geheiligd en toegeëigend worden. Zie Lev. 23:10. Num. 15:20, enz. verwijsteksten
   
5 καὶ ἐν τῷ στόματι αὐτῶν οὐχ εὑρέθη δόλος· ἄμωμοι γάρ εἰσιν ἐνώπιον τοῦ θρόνου τοῦ Θεοῦ. 5 fEn 13in hun mond is geen bedrog gevonden, want zij zijn g14onberispelijk voor den troon Gods.
f Zef. 3:13. verwijsteksten
13 Namelijk gelijk in degenen die het merkteken van het beest dragen, welke wel willen schijnen God en Christus te dienen, maar in de daad en met het hart keren zij zich van Hem tot den dienst der beelden en andere helpers, die zij nevens God willen eren en aanbidden. Zie dergelijke Zef. 3:13. Rom. 1:25. verwijsteksten
g Ef. 5:27. verwijsteksten
14 Namelijk omdat zij door het ware geloof zijn gerechtvaardigd voor God, en Hem oprechtelijk en van harte dienen, niet om de mensen, maar alleen om God te behagen. Zie dergelijke Luk. 1:6. Ef. 5:27. verwijsteksten
  
Aankondigingen van het oordeel
6 Καὶ εἶδον ἄλλον ἄγγελον πετώμενον ἐν μεσουρανήματι, ἔχοντα εὐαγγέλιον αἰώνιον, εὐαγγελίσαι τοὺς κατοικοῦντας ἐπὶ τῆς γῆς, καὶ πᾶν ἔθνος καὶ φυλὴν καὶ γλῶσσαν καὶ λαόν, 6 15En ik zag 16een anderen engel, vliegende in het midden des hemels, en hij had 17het eeuwig Evangelie, om te verkondigen dengenen die op de aarde wonen, en aan alle natie en geslacht en taal en volk,
15 Hier begint het andere deel van dit hoofdstuk, waarin de herstelling van de leer des Evangelies, met zekere trappen, in openbare kerken wordt voorzegd, van het antichristendom afgezonderd, nadat hetzelve op het hoogste zou zijn geklommen, en de waarheid van hetzelve allermeest verduisterd. Hoewel ook God de Zijnen daaruit altijd heeft vergaderd, gelijk Hij ten tijde van Achab in Israël die zevenduizend had behouden, Rom. 11:4. verwijsteksten
16 Door dezen engel worden verstaan de getrouwe getuigen van Christus en leraars des Evangelies, die als het antichristendom nu op het hoogste was, hebben begonnen de wereld tegen hetzelve openbaarlijk te waarschuwen, en het Evangelie van Christus door het christendom openlijk te verbreiden; gelijk omtrent het jaar 1170 in Frankrijk zijn geweest de waldenzen en albigenzen, waartegen zich de antichrist met grote macht heeft gesteld, alzo naar de getuigenis van enige historieschrijvers over de tienhonderdduizend van dezelve in verscheidene tijden en plaatsen zijn omgebracht en verjaagd. Doch dit heeft hen zo niet kunnen uitroeien, of dezelve zijn nog in groot getal door geheel Europa verstrooid geworden, en bij hun belijdenis gebleven.
17 Namelijk van de zaligheid alleen door het geloof en de aanroeping van den enigen God en den enigen Middelaar Christus te verwerven; hetwelk eeuwig wordt genaamd, omdat het van de tijden der eeuwen is verordineerd, en van het begin der wereld beloofd, Tit. 1:2. Hoewel anderen ook menen dat het hier eeuwig genaamd wordt, omdat hetzelve na dien tijd niet meer alzo zou kunnen onderdrukt worden, of het zou altijd in de wereld in enige plaatsen openbaarlijk bekend blijven, gelijk inderdaad geschiedt. verwijsteksten
   
7 λέγοντα ἐν φωνῇ μεγάλῃ, Φοβήθητε τὸν Θεόν, καὶ δότε αὐτῷ δόξαν, ὅτι ἦλθεν ἡ ὥρα τῆς κρίσεως αὐτοῦ, καὶ προσκυνήσατε τῷ ποιήσαντι τὸν οὐρανὸν καὶ τὴν γῆν καὶ *τὴν θάλασσαν καὶ πηγὰς ὑδάτων.
* τὴν θάλασσαν B-edd, Sc, M-pt | θάλασσαν St, B-edd, Elz, M-pt
7 Zeggende met een grote stem: 18Vreest God en geeft Hem heerlijkheid, want 19de ure Zijns oordeels is gekomen; en aanbidt Hem hDie den hemel en de aarde en de zee en 20de fonteinen der wateren gemaakt heeft.
18 Dit is het eerste deel van de stem des Evangelies, waardoor de aanbidders van het beest tegen de afgoderij worden gewaarschuwd, en vermaand dat zij God alleen in Christus Jezus zouden eren, vrezen en dienen.
19 Dat is, nabij, gelijk de Schrift ook van den laatsten dag spreekt. Dit is een zeer krachtig argument om de mensen van de afgoderij af te manen, gelijk van Paulus dit ook tot die van Athene wordt gebruikt, Hand. 17:29, 30, 31. verwijsteksten
h Gen. 1:1. Ps. 33:6; 124:8; 146:6. Hand. 14:15; 17:24. verwijsteksten
20 Welk wonderwerk Gods de Schrift ook elders alzo verhaalt, Ps. 104:10; 114:8. verwijsteksten
   
8 Καὶ ἄλλος ἄγγελος ἠκολούθησε, λέγων, Ἔπεσεν ἔπεσε Βαβυλὼν ἡ πόλις ἡ μεγάλη, ὅτι ἐκ τοῦ οἴνου τοῦ θυμοῦ τῆς πορνείας αὐτῆς πεπότικε πάντα ἔθνη. 8 En er is 21een andere engel gevolgd, zeggende: i22Zij is gevallen, zij is gevallen, Babylon, kdie grote stad, omdat zij uit 23den wijn des toorns harer hoererij alle volken heeft gedrenkt.
21 Namelijk die met nieuwen ernst het antichristendom zou aantasten, en de wereld daarvoor waarschuwen, nadat het nu den voortgang van de predicatie des voorgaanden engels grotendeels verdrukt had. Onder dezen engel menen sommigen dat opgestaan zijn Johannes Wyclif met de zijnen in Engeland, en Johannes Hus en Hieronymus van Praag in Duitsland en Bohemen, die omtrent het jaar 1380 en 1400 met schrijven en leren dit nieuwe Babel veel afbreuk gedaan hebben. En hoewel zij eindelijk door het concilie van Konstanz, en het geweld van den keizer Sigismund, grotendeels zijn onderdrukt, zo zijn nochtans velen van hun discipelen en kerken altijd overgebleven, inzonderheid in de streken van Bohemen en Moravië, Polen, Hongarije en elders.
i Jes. 21:9. Jer. 51:8. Openb. 18:2. verwijsteksten
22 Dat is, haar val is bij God besloten, en wordt alrede in de harten van velen begonnen, en zal van nu voortaan meer en meer bevorderd worden, totdat zij eindelijk geheel zal uitgeroeid zijn, gelijk hierna Openbaring 18 in den brede zal worden verklaard. Deze woorden zijn genomen uit Jes. 21:9. Jer. 51:8, alwaar dergelijk dreigement over het oude Babel van Assyrië, of Chaldea, dat de Israëlieten lang verdrukt had, en dat een voedster van alle pracht en afgoderij in de wereld was geweest, wordt uitgesproken. verwijsteksten
k Openb. 16:19; 17:5; 18:10, 21. verwijsteksten
23 Dat is, harer afgoderij, waarmede de toorn Gods over haar verwekt wordt. Anderszins kan het ook overgezet worden: den wijn van het vergift harer hoererij; gelijk dit Griekse woord in de oude Griekse overzetting des Ouden Testaments ook wordt genomen, Deut. 32:32. Ps. 58:5. Een gelijkenis genomen van een oneerbare vrouw, die door zoeten vergiftigden wijn de mannen van hun zinnen pleegt te beroven, en tot haar onkuise liefde te trekken; welke betekenis met de uiterlijke wijze van godsdienst der afgodendienaars geheel wel overeenkomt. verwijsteksten
   
9 Καὶ τρίτος ἄγγελος ἠκολούθησεν αὐτοῖς, λέγων ἐν φωνῇ μεγάλῃ, Εἴ τις τὸ θηρίον προσκυνεῖ καὶ τὴν εἰκόνα αὐτοῦ, καὶ λαμβάνει χάραγμα ἐπὶ τοῦ μετώπου αὐτοῦ, ἢ ἐπὶ τὴν χεῖρα αὐτοῦ, 9 En 24een derde engel is hen gevolgd, zeggende met een grote stem: Indien iemand het beest aanbidt en zijn beeld, en ontvangt het merkteken aan zijn voorhoofd of aan zijn hand,
24 Deze engel komt nu verder, en waarschuwt nog met groter ernst al degenen die het beest aanbidden of zijn merkteken dragen, voor de eeuwige straf, die hun is nakende, zo zij zich niet bekeren. Onder welken engel gesteld wordt de tijd van de vollere reformatie in de christenheid, die van Luther, Zwingli, en hun medestanders in het jaar 1517 is begonnen, en door vele treffelijke leraars, ja, ook koningen, prinsen en republieken tot nog toe is bevorderd. In welke de mensen die onder het antichristendom waren, nog klaarder worden onderwezen, en voor de valse leer en afgoderij deszelven nog ernstiger gewaarschuwd.
   
10 καὶ αὐτὸς πίεται ἐκ τοῦ οἴνου τοῦ θυμοῦ τοῦ Θεοῦ, τοῦ κεκερασμένου ἀκράτου ἐν τῷ ποτηρίῳ τῆς ὀργῆς αὐτοῦ, καὶ βασανισθήσεται ἐν πυρὶ καὶ θείῳ ἐνώπιον τῶν ἁγίων ἀγγέλων, καὶ ἐνώπιον τοῦ ἀρνίου· 10 25Die zal ook drinken uit den wijn van den toorn Gods, die ongemengd l26ingeschonken is min den drinkbeker Zijns toorns; en zal ngepijnigd worden omet vuur en sulfer voor de heilige engelen en voor het Lam.
25 Dat is, gelijk als hij zich heeft laten verlokken, door den kelk der afgoderij der hoer van Babel, zal de Heere hem doen drinken van den wijn Zijns toorns en Zijner straffen. Een manier van spreken bij de profeten gebruikelijk, wanneer Gods zware straffen aan enig volk worden gedreigd. Zie Ps. 75:9. Jer. 25:15. verwijsteksten
l Openb. 18:6. verwijsteksten
26 Of: ingemengd; want zuivere wijnen ingeschonken, of wijnen van verscheidene soorten onder elkander gemengd, brengen den mens eer dronkenschap, suizelingen en andere zwarigheden toe; welke hier worden vergeleken bij Gods rechtvaardige straffen, waarmede Hij Zijn barmhartigheid niet mengt.
m Openb. 16:19. verwijsteksten
n Openb. 20:10. verwijsteksten
o Openb. 19:20. verwijsteksten
   
11 καὶ ὁ καπνὸς τοῦ βασανισμοῦ αὐτῶν ἀναβαίνει εἰς αἰῶνας αἰώνων· καὶ οὐκ ἔχουσιν ἀνάπαυσιν ἡμέρας καὶ νυκτὸς οἱ προσκυνοῦντες τὸ θηρίον καὶ τὴν εἰκόνα αὐτοῦ, καὶ εἴ τις λαμβάνει τὸ χάραγμα τοῦ ὀνόματος αὐτοῦ. 11 p27En de rook van hun pijniging gaat op in alle eeuwigheid, en zij hebben geen rust dag en nacht, die het beest aanbidden en zijn beeld, en zo iemand het merkteken zijns naams ontvangt.
p Openb. 19:3. verwijsteksten
27 Dat is, de rook des vuurs waardoor zij gepijnigd worden, Luk. 16:24. verwijsteksten
   
12 ὧδε ὑπομονὴ τῶν ἁγίων ἐστίν· ὧδε οἱ τηροῦντες τὰς ἐντολὰς τοῦ Θεοῦ καὶ τὴν πίστιν Ἰησοῦ. 12 q28Hier is de lijdzaamheid der heiligen; hier zijn zij 29die de geboden Gods bewaren en het geloof van Jezus.
q Openb. 13:10. verwijsteksten
28 Deze volgende twee verzen dienen tot vertroosting der gelovigen, die in den tijd van deze reformaties door den antichrist opnieuw met alle geweld zouden vervolgd en verdrukt worden. Waartegen hier wordt gesteld hun lijdzaamheid in het verwachten van de rechtvaardige wraak Gods over de dienaars van den antichrist; en de verzekerdheid der zaligheid die hun bereid is, gelijk ook den martelaren, die in de eerste vervolgingen onder de heidense keizers om Christus’ wil waren gestorven, deze beide redenen van troost zijn voorgesteld geweest Openb. 6:10, enz. verwijsteksten
29 Dit zijn de twee merktekenen van een recht gereformeerd Christen, gesteld tegen de aanbidders van het beest en zijn beeld; gelijk dezelve hiervoor Openb. 12:11, 17 ook zijn voorgesteld. Zie de verklaring aldaar. verwijsteksten
   
13 Καὶ ἤκουσα φωνῆς ἐκ τοῦ οὐρανοῦ λεγούσης μοι, Γράψον, Μακάριοι οἱ νεκροὶ οἱ ἐν Κυρίῳ ἀποθνήσκοντες ἀπ’ ἄρτι· ναί, λέγει τὸ Πνεῦμα, ἵνα ἀναπαύσωνται ἐκ τῶν κόπων αὐτῶν· τὰ δὲ ἔργα αὐτῶν ἀκολουθεῖ μετ’ αὐτῶν. 13 En ik hoorde een stem uit den hemel, die tot mij zeide: Schrijf, zalig zijn de doden die 30in den Heere sterven, 31van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hun werken volgen 32met hen.
30 Dat is, om des Heeren wil, gelijk Ef. 4:1, of: in den Heere, dat is, in het geloof en in de vreze des Heeren, gelijk deze wijze van spreken ook gebruikt wordt 1 Kor. 15:18. 1 Thess. 4:16, enz. verwijsteksten
31 Sommigen voegen deze woorden bij het voorgaande woord Schrijf, en verklaren ze alzo: Schrijf van nu aan, op zulke wijze dat hier van den engel zou worden betuigd, dat in den tijd van de vernieuwing der predicatie van dit eeuwig Evangelie, door deze drie engelen aangewezen, de ware getuigen van Christus niet zouden prediken noch schrijven, gelijk in de duisternis van het antichristendom geschiedt, dat de kinderen Gods, als zij sterven, beangst moeten zijn voor de vreze des vagevuurs, en der helse smarten, die zij na hun dood nog zouden moeten uitstaan, tenzij daarin voorzien wordt door uitvaarten, zielmissen, aflaten, enz. Maar dat zij zalig zijn, zo haast zij sterven, en dat zij door Christus’ bloed alleen van hun zonden worden gereinigd. Anderen voegen deze woorden van nu aan bij het woord zalig, en verklaren het alzo, dat die in Christus sterven, zalig zijn van nu aan, dat is, zo haast zij sterven, enz., niettegenstaande de antichrist met de zijnen hen veroordeelt als ketters en verdoemde mensen; gelijk Christus ook Zijn discipelen zulken troost voorstelt, Matth. 5:10, 11, 12, en beide komen met de zaak wel overeen. verwijsteksten
32 Of: hen na; dat is, het genadige loon van hun moeite, zwarigheid, lijdzaamheid, enz., om Christus’ wil uitgestaan, vergezelschapt hen, of volgt hen. Een gelijkenis genomen van degenen die ten einde van de loopbaan of van den strijd nu gekomen zijn, en daarna rusten, verkwikt en gekroond worden, 2 Tim. 4:7, 8. verwijsteksten
  
De koren- en de wijnoogst
14 Καὶ εἶδον, καὶ ἰδού, νεφέλη λευκή, καὶ ἐπὶ τὴν νεφέλην καθήμενος ὅμοιος Υἱῷ ἀνθρώπου, ἔχων ἐπὶ τῆς κεφαλῆς αὐτοῦ στέφανον χρυσοῦν, καὶ ἐν τῇ χειρὶ αὐτοῦ δρέπανον ὀξύ. 14 En 33ik zag, en zie, een witte wolk, en op de wolk 34was Een gezeten, rdes mensen Zoon gelijk, 35hebbende op Zijn hoofd een gouden kroon, en in Zijn hand 36een scherpe sikkel.
33 Deze volgende gezichten in dit hoofdstuk worden van sommigen verstaan van de zware oorlogen, massacres en bloedstortingen, die de antichrist tegen de gereformeerde prinsen en volken in de wereld zou verwekken, en van het wegnemen van menig honderdduizend mensen, die van alle zijden daarop zijn gevolgd, nog dagelijks gebeuren, en nog zwaarder te verwachten zijn, eer het grote Babel geheel zal vallen. Doch het merendeel verstaat dit van het uiterste oordeel, gelijk de gelijkenissen en manieren van spreken medebrengen, en gelijk meest al de gezichten in deze openbaring in het uiterste oordeel eindigen.
34 De meeste uitleggers verstaan dit van Christus Zelven, Wien zulke titels ook elders worden gegeven, als Openb. 1:13, en Wiens komst ten oordeel ook alzo wordt beschreven, Openb. 1:7. Zie ook Dan. 7:13. Matth. 26:64. verwijsteksten
r Ez. 1:26. Dan. 7:13. Openb. 1:13. verwijsteksten
35 Namelijk als Koning der koningen en Heere der heren, Openb. 19:16. verwijsteksten
36 Namelijk vanwege Zijn kracht in dit oordeel, waardoor Hij Zichzelven alles kan onderwerpen, Filipp. 3:21. verwijsteksten
   
15 καὶ ἄλλος ἄγγελος ἐξῆλθεν ἐκ τοῦ ναοῦ, κράζων ἐν μεγάλῃ φωνῇ τῷ καθημένῳ ἐπὶ τῆς νεφέλης, Πέμψον τὸ δρέπανόν σου καὶ θέρισον· ὅτι ἦλθέ σοι ἡ ὥρα τοῦ θερίσαι, ὅτι ἐξηράνθη ὁ θερισμὸς τῆς γῆς. 15 En een andere engel kwam uit 37den tempel, roepende met een grote stem tot Dengene Die op de wolk zat: sZend Uw sikkel en maai; want de ure 38om te maaien is voor U gekomen, dewijl de oogst der aarde is 39rijp geworden.
37 Namelijk des hemels, gelijk vers 17 wordt uitgedrukt, waar de troon van God den Vader is, gelijk Openb. 4:2 wordt betuigd; vanwaar deze engel als een zendbode des Vaders tot Christus komt, naar de wijze van der mensen doen onder grote koningen gebruikelijk; om hetgeen volgt te boodschappen, en om de vervulling van den tijd der uitvoering van Gods oordelen aan te dienen; gelijk wij lezen dat in den tijd Zijner vernedering niet alleen de engelen, maar ook Mozes en Elia uit den hemel tot Hem zijn gekomen, om van Zijn uitgang te Jeruzalem te spreken, Matth. 17:3. Luk. 9:30, aangezien Hij niet is gekomen om Zijn wil te doen, maar den wil des Vaders, Die Hem heeft gezonden, Joh. 4:34; 6:38. verwijsteksten
s Joël 3:13. Matth. 13:39. verwijsteksten
38 Dat is, om de mensen van den aardbodem weg te nemen, dewijl het getal der uitverkorenen nu was vervuld. Zie Openb. 6:11. 2 Petr. 3:9. verwijsteksten
39 Gr. dor, droog.
   
16 καὶ ἔβαλεν ὁ καθήμενος ἐπὶ τὴν νεφέλην τὸ δρέπανον αὐτοῦ ἐπὶ τὴν γῆν, καὶ ἐθερίσθη ἡ γῆ. 16 En Die op de wolk zat, zond Zijn sikkel op de aarde, en de aarde 40werd gemaaid.
40 Namelijk om het goede graan in Zijn schuur te verzamelen, en het onkruid met vuur te verbranden, gelijk Christus Zelf spreekt Matth. 13:30, van welk laatste lid in de volgende verzen breder wordt gehandeld. verwijsteksten
   
17 Καὶ ἄλλος ἄγγελος ἐξῆλθεν ἐκ τοῦ ναοῦ τοῦ ἐν τῷ οὐρανῷ, ἔχων καὶ αὐτὸς δρέπανον ὀξύ. 17 En 41een andere engel kwam uit den tempel die in den hemel is, hebbende ook zelf een scherpe sikkel.
41 Enigen verstaan dit ook van Christus Jezus, Die onder verscheidene gedaanten, als een Rechter over goeden en kwaden, wordt ingevoerd; hoewel anderen dit verstaan van een voornamen geschapen engel, die nevens zich andere engelen had, welke de ergernissen en goddelozen van de aarde zouden vergaderen, om onder de ogen van Christus zittende op den rechterstoel, te brengen, en aldaar hun vonnis te doen ontvangen, en in de hel te werpen; gelijk Christus met de kracht Zijner engelen vergezelschapt, het vonnis over hen zal uitspreken en uitvoeren, Matth. 13:41, 42. 2 Thess. 1:7, enz. verwijsteksten
   
18 καὶ ἄλλος ἄγγελος ἐξῆλθεν ἐκ τοῦ θυσιαστηρίου, ἔχων ἐξουσίαν ἐπὶ τοῦ πυρός, καὶ ἐφώνησε κραυγῇ μεγάλῃ τῷ ἔχοντι τὸ δρέπανον τὸ ὀξύ, λέγων, Πέμψον σου τὸ δρέπανον τὸ ὀξὺ καὶ τρύγησον τοὺς βότρυας *τῆς ἀμπέλου τῆς γῆς, ὅτι ἤκμασαν αἱ σταφυλαὶ αὐτῆς.
* τῆς ἀμπέλου τῆς γῆς B, Elz, Sc, M | τῆς γῆς St
18 En een andere engel kwam uit 42van het altaar, 43die macht had over het vuur; en hij riep met een groot geroep tot dengene die de scherpe sikkel had, zeggende: Zend uw scherpe sikkel en snijd af de druiventakken van den wijngaard der aarde, 44want zijn druiven zijn rijp.
42 Namelijk waar de zielen der martelaren Openb. 6:9 gezien zijn, die riepen en verlangden naar de wraak over de vijanden Gods, en naar de verlossing der gemeente van Christus op aarde; welk gebed hier verhoord wordt, als hun getal, en de tijd aldaar verhaald, vervuld is geweest. Van welke vervulling deze engel een boodschapper en aandiener is, gelijk de engel aan Daniël heeft geboodschapt, Dan. 9:21, 23, en aan Cornelius, Hand. 10:4. verwijsteksten
43 Namelijk waarmede de goddelozen zullen gepijnigd worden, van hetwelk hiervoor vers 10 gesproken is. verwijsteksten
44 Dat is, hun zonden zijn tot het hoogste gekomen, en Gods lankmoedigheid over hen heeft een einde, gelijk van de Amorieten wordt gesproken, Gen. 15:16, en van die van Sodom en Gomorra, Gen. 18:20, 21. verwijsteksten
   
19 καὶ ἔβαλεν ὁ ἄγγελος τὸ δρέπανον αὐτοῦ εἰς τὴν γῆν, καὶ ἐτρύγησε τὴν ἄμπελον τῆς γῆς, καὶ ἔβαλεν εἰς τὴν ληνὸν τοῦ θυμοῦ τοῦ Θεοῦ τὴν μεγάλην. 19 En de engel 45zond zijn sikkel op de aarde en sneed de druiven af van den wijngaard der aarde, en wierp ze 46in den groten wijnpersbak van tden toorn Gods.
45 Gr. wierp, gelijk ook vers 16, namelijk om Gods oordeel over hen uit te voeren, gelijk onder zulke gelijkenis de uitvoering van Gods straf over de goddelozen ook verstaan wordt Joël 3:13. Openb. 19:15, en elders meer. verwijsteksten
46 Dat is, in den afgrond, waar God Zijn toorn over de goddelozen zal uitstorten.
t Openb. 19:15. verwijsteksten
   
20 καὶ ἐπατήθη ἡ ληνὸς ἔξω τῆς πόλεως, καὶ ἐξῆλθεν αἷμα ἐκ τῆς ληνοῦ ἄχρι τῶν χαλινῶν τῶν ἵππων, ἀπὸ σταδίων χιλίων ἑξακοσίων. 20 En vde wijnpersbak werd 47buiten de stad getreden, en er is bloed uit den wijnpersbak gekomen, 48tot aan de tomen der paarden, 49duizend zeshonderd stadiën ver.
v Jes. 63:3. verwijsteksten
47 Namelijk van het nieuwe Jeruzalem. Zie Openb. 22:15. verwijsteksten
48 Een gelijkenis genomen van een groten veldslag, waar het bloed zeer hoog vloeit. Zie dergelijk Jes. 63:3. verwijsteksten
49 Dat is, omtrent zes en zestig van onze mijlen; een zeker getal genomen voor een onzeker, dat is, zeer groot en afgrijselijk om te zien.

Einde Openbaring 14