Statenvertaling.nl

sample header image

Inleiding Richteren – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Het boek der Richteren, genaamd Judicum

Inhoud van dit boek

DIT boek begrijpt een zeer aanmerkelijke historie van Israëls staat, zo religieus als politiek, na den dood van Jozua, tot aan het priesterdom en richterschap van Eli; voornamelijk onder het gouvernement der richters, dat is, zulke personen (niet, die de justitie of het gewone rechterambt onder het volk bediend hebben, gelijk dit woord anderszins genomen wordt, maar) die God nu en dan, naar dat Israëls staat vereiste, nu uit dezen, dan uit dien stam, naar Zijn believen extraordinairlijk verwekt, beroepen, en met Zijn Geest der wijsheid en dapperheid begiftigd en gedreven heeft, om Zijn en Zijns volks recht tegen Israëls verdrukkers en vijanden victorieuselijk uit te voeren, den vervallen godsdienst te herstellen en te handhaven, Israël bij de vrijheid en de heilige wetten, die zij van God ontvangen hadden, te beschermen, en met raad en daad in voorvallende zwarigheid bij te staan.
Eerstelijk dan worden in dit boek verhaald de oorlogen die de stammen na den dood van Jozua, volgens Gods bevel, gevoerd hebben tegen de heidense inwoners van Kanaän, om die te verdrijven en uit te roeien, waarin zij voor het meeste deel zo slap zijn geweest dat het God heeft mishaagd, zodat Hij verscheidene heidense natiën in het land heeft laten overblijven tot Israëls beproeving en straf. Nochtans is Israël een tijdlang bij den reinen godsdienst gebleven, zolang die vrome oudsten die de wonderwerken des Heeren gezien hadden, leefden. Maar daarna wordt doorgaans vermeld, hoe Israël, in voorspoed zijn vrijheid misbruikende, van tijd tot tijd vervallen is in allerlei gruwelijke afgoderij der heidenen, en schandelijke ongebondenheid des levens, waarvan niet alleen in het gemeen dikwijls gesproken wordt, maar ook in het bijzonder enige schrikkelijke voorbeelden (als tot een klaren spiegel zo van de verdorvenheid en boosheid van dit volk, als van de rechtvaardigheid des Goddelijken toorns, en harde straffen) verhaald worden in de hfdst. 17; 18; 19; 20. Hiernevens wordt aangewezen, dat God over deze afvalligheid van Zijn volk zeer is vertoornd, en dezelve scherpelijk gestraft heeft, niet alleen met woorden, maar ook met dadelijke overlevering in de hand van verscheidene hunner vijanden, als van Cuschan, koning van Mesopotamië, Eglon, koning der Moabieten, de Filistijnen, Jabin, koning der Kanaänieten, de Midianieten, Amalekieten en andere oosterse volken, de Ammonieten, en wederom van de Filistijnen, die altezamen Israël langen tijd hard gedrukt en geplaagd hebben. Desniettegenstaande, wanneer zij zich in hun benauwdheden tot den Heere oprechtelijk bekeerd, en met verlating van alle afgoderij en boosheid Hem angstiglijk om genade en hulp gebeden en gesmeekt hebben, zo heeft Zich de Heere (Die zowel in Zijn genadebeloften als dreigementen waarachtig en getrouw is) hunner ontfermd, en heeft hen telkens door treffelijke helden verlost, als daar geweest zijn Othniël, Ehud, Samgar, Debora en Barak, Gideon, Jefta, en Simson. Hoewel zij deze weldaden Gods, de ene voor, de andere na, zeer haast hebben vergeten, en tot hun vorige boosheid wedergekeerd zijnde, telkenmale opnieuw gestraft, en na ware bekering zeer genadiglijk wederom door God verlost zijn. Ondertussen wordt bij Gideons historie gevoegd de driejarige regering van Abimelech, die onwettig koning, en een tiran geweest, en van God merkelijk gestraft is. Ook worden vijf richters vermeld, van welker oorlogen men niet leest, als: Tola, Jaïr, Ebzan, Elon, en Abdon. Dit boek begrijpt, naar sommiger rekening, de historie van 299 of 300 jaren, van het jaar der schepping 2511 tot het jaar 2810.

Einde inleiding Richteren