Statenvertaling.nl

sample header image

Openbaring 22 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Openbaring 22

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

1 EN hij toonde mij aeen zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit den troon Gods en des Lams. a Ez. 47:1. Zach. 14:8. verwijsteksten
2 In het midden van haar straat en op de ene en de andere zijde der rivier was bde Boom des levens, voortbrengende twaalf vruchten, van maand tot maand gevende Zijn vrucht; en de bladeren des Booms waren tot genezing der heidenen. b Openb. 2:7. verwijsteksten
3 En geen vervloeking zal er meer tegen iemand zijn; en de troon Gods en des Lams zal daarin zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen,
4 En zullen Zijn aangezicht zien, en cZijn Naam zal op hun voorhoofden zijn. c Openb. 3:12. verwijsteksten
5 dEn aldaar zal geen nacht zijn, en zij zullen geen kaars noch licht der zon van node hebben, want de Heere God verlicht hen; en zij zullen als koningen heersen in alle eeuwigheid. d Jes. 60:19. Zach. 14:7. Openb. 21:23. verwijsteksten
 
Laatste woorden van den engel
6 En hij zeide tot mij: eDeze woorden zijn getrouw en waarachtig; en de Heere, de God der heilige profeten, heeft Zijn engel gezonden, fom Zijn dienstknechten te tonen hetgeen haast moet geschieden. e Openb. 19:9; 21:5. f Openb. 1:1. verwijsteksten
7 Zie, Ik kom haastelijk; gzalig is hij die de woorden der profetie dezes boeks bewaart. g Openb. 1:3. verwijsteksten
8 En ik, Johannes, ben degene die deze dingen gezien en gehoord heb. En toen ik ze gehoord en gezien had, viel ik neder om aan te bidden voor de voeten des engels die mij deze dingen toonde.
9 En hij zeide tot mij: hZie dat gij het niet doet; want ik ben uw mededienstknecht, en uwer broederen, der profeten, en dergenen die de woorden dezes boeks bewaren; aanbid God. h Hand. 10:26; 14:14. Openb. 19:10. verwijsteksten
10 En hij zeide tot mij: iVerzegel de woorden der profetie dezes boeks niet; want kde tijd is nabij. i Dan. 8:26; 12:4. k Openb. 1:3. verwijsteksten
11 Die onrecht doet, dat hij nog onrecht doe; en die vuil is, dat hij nog vuil worde; en die rechtvaardig is, dat hij nog gerechtvaardigd worde; en die heilig is, dat hij nog geheiligd worde.
 
Christus bevestigt Zijn Woord
12 En zie, Ik kom haastelijk; en Mijn loon is met Mij, lom een iegelijk te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn. l Ps. 62:13. Jer. 17:10; 32:19. Matth. 16:27. Rom. 2:6; 14:12. 1 Kor. 3:8. 2 Kor. 5:10. Gal. 6:5. Openb. 2:23. verwijsteksten
13 mIk ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, nde Eerste en de Laatste. m Openb. 1:8; 21:6. n Jes. 41:4; 44:6; 48:12. Openb. 1:8; 21:6. verwijsteksten
14 Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan den Boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad.
15 oMaar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk die de leugen liefheeft en doet. o 1 Kor. 6:10. Ef. 5:5. Kol. 3:6. verwijsteksten
16 pIk, Jezus, heb Mijn engel gezonden, om ulieden deze dingen te getuigen in de gemeenten. qIk ben de Wortel en het Geslacht Davids, rde blinkende Morgenster. p Openb. 1:1. q Jes. 11:10. Rom. 15:12. Openb. 5:5. r 2 Petr. 1:19. verwijsteksten
17 En de Geest en de bruid zeggen: Kom. En die het hoort, zegge: Kom. sEn die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet. s Jes. 55:1. Joh. 7:37. verwijsteksten
18 Want Ik betuig aan een iegelijk die de woorden der profetie dezes boeks hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal over hem toedoen de plagen die in dit boek geschreven zijn;
19 tEn indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit vhet boek des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is. t Deut. 4:2; 12:32. Spr. 30:6. v Openb. 13:8; 17:8. verwijsteksten
20 Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastelijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus.
21 De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.

Einde Openbaring 22