Statenvertaling.nl

sample header image

Openbaring 19 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Openbaring 19

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

De bruiloft des Lams
1 EN na dezen hoorde ik als een grote stem ener grote schare in den hemel, zeggende: Hallelujah; de zaligheid en de heerlijkheid en de eer en de kracht zij den Heere onzen God;
2 Want aZijn oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig, dewijl Hij de grote hoer geoordeeld heeft, die de aarde verdorven heeft met haar hoererij, en Hij bhet bloed Zijner dienaren van haar hand gewroken heeft. a Openb. 15:3; 16:7. b Deut. 32:43. Openb. 18:20. verwijsteksten
3 En zij zeiden ten tweeden male: Hallelujah. cEn haar rook gaat op in alle eeuwigheid. c Jes. 34:10. Openb. 14:11; 18:18. verwijsteksten
4 En de vier en twintig ouderlingen en de vier dieren vielen neder en aanbaden God, Die op den troon zat, zeggende: Amen, Hallelujah.
5 En een stem kwam uit den troon, zeggende: Looft onzen God, gij al Zijn dienstknechten, en gij die Hem vreest, beide klein en groot.
6 En ik hoorde als een stem ener grote schare en als een stem veler wateren en als een stem van sterke donderslagen, zeggende: Hallelujah; want de Heere, de almachtige God, heeft dals Koning geheerst. d Openb. 11:17. verwijsteksten
7 Laat ons blijde zijn en vreugde bedrijven, en Hem de heerlijkheid geven; ewant de bruiloft des Lams is gekomen, en Zijn vrouw heeft zichzelve bereid; e Matth. 22:2. Luk. 14:16. verwijsteksten
8 En haar is gegeven dat zij bekleed worde met rein en blinkend fijn lijnwaad; want dit fijn lijnwaad zijn de rechtvaardigmakingen der heiligen.
9 En hij zeide tot mij: Schrijf, zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft des Lams. En hij zeide tot mij: fDeze zijn de waarachtige woorden Gods. f Openb. 21:5. verwijsteksten
10 gEn ik viel neder voor zijn voeten om hem te aanbidden, en hij zeide tot mij: hZie dat gij dat niet doet; ik ben uw mededienstknecht, en uwer broederen, die de getuigenis van Jezus hebben; aanbid God. Want de getuigenis van Jezus is de geest der profetie. g Openb. 22:8. h Hand. 10:26; 14:14. Openb. 22:9. verwijsteksten
 
Christus treedt ten gerichte
11 En ik zag den hemel geopend, en zie, ieen wit paard, en Die op hetzelve zat, was genaamd Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert krijg in gerechtigheid. i Openb. 6:2. verwijsteksten
12 En Zijn ogen waren kals een vlam vuurs en op Zijn hoofd waren vele koninklijke hoeden; en Hij had een Naam geschreven, dien niemand wist dan Hij Zelf. k Openb. 1:14. verwijsteksten
13 En Hij was bekleed met een kleed ldat met bloed geverfd was; en Zijn Naam wordt genaamd mhet Woord Gods. l Jes. 63:1. m Joh. 1:1. 1 Joh. 1:1. verwijsteksten
14 En de heirlegers in den hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed met wit en rein nfijn lijnwaad. n Matth. 28:3. Openb. 4:4; 7:9. verwijsteksten
15 oEn uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmede de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden pmet een ijzeren roede; qen Hij treedt den wijnpersbak van den wijn des toorns en der gramschap des almachtigen Gods. o vers 21. Openb. 2:16. p Ps. 2:9. Openb. 2:27. q Jes. 63:3. Openb. 14:19, 20. verwijsteksten
16 En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij dezen Naam geschreven: rKoning der koningen en Heere der heren. r 1 Tim. 6:15. Openb. 17:14. verwijsteksten
 
Het beest en zijn profeet verslagen
17 En ik zag een engel, staande in de zon; en hij riep met een grote stem, zeggende tot al de vogelen, die in het midden des hemels vlogen: sKomt herwaarts en vergadert u tot het avondmaal des groten Gods, s Jer. 12:9. Ez. 39:17. verwijsteksten
18 Opdat gij eet het vlees der koningen, en het vlees der oversten over duizend, en het vlees der sterken, en het vlees der paarden en dergenen die daarop zitten, en het vlees van alle vrijen en dienstknechten, en kleinen en groten.
19 En ik zag het beest en de koningen der aarde en hun heirlegers vergaderd om krijg te voeren tegen Hem Die op het paard zat, en tegen Zijn heirleger.
20 En het beest werd gegrepen, en met hetzelve de valse profeet, tdie de tekenen in de tegenwoordigheid van hetzelve gedaan had, door welke hij verleid had die het merkteken van het beest vontvangen hadden, en die deszelfs beeld xaanbaden. Deze twee zijn ylevend geworpen in den poel des vuurs, die zmet sulfer brandt. t Deut. 13:1. Matth. 24:24. Openb. 13:12, 13; 16:14. v Openb. 13:16. x Openb. 13:15. y Dan. 7:11. Openb. 20:10. z Openb. 14:10. verwijsteksten
21 En de overigen werden gedood met het zwaard Desgenen Die op het paard zat, hetwelk uit Zijn mond ging; en al de vogelen werden verzadigd van hun vlees.

Einde Openbaring 19