Statenvertaling.nl

sample header image

Openbaring 18 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Openbaring 18

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

De verkondiging van Babylons val
1 EN na dezen zag ik een anderen engel afkomen uit den hemel, hebbende grote macht, en de aarde is verlicht geworden van zijn heerlijkheid.
2 En hij riep krachtiglijk met een grote stem, zeggende: aZij is gevallen, zij is gevallen, het grote Babylon, en is geworden been woonstede der duivelen, en een bewaarplaats van alle onreine geesten, en een bewaarplaats van alle onrein en hatelijk cgevogelte; a Jes. 21:9. Jer. 51:8. Openb. 14:8. b Jes. 13:21; 34:14. Jer. 50:39. c Jes. 34:11. verwijsteksten
3 Dewijl uit den dwijn des toorns harer hoererij alle volken gedronken hebben, een de koningen der aarde met haar gehoereerd hebben, en de kooplieden der aarde rijk zijn geworden uit de kracht harer weelde. d Openb. 14:8. e Openb. 17:2. verwijsteksten
4 En ik hoorde een andere stem uit den hemel, zeggende: fGaat uit van haar, Mijn volk, opdat gij aan haar zonden geen gemeenschap hebt, en opdat gij van haar plagen niet ontvangt. f Gen. 19:12. Jes. 48:20; 52:11. Jer. 51:6, 45. 2 Kor. 6:17. verwijsteksten
5 Want haar zonden zijn de ene op de andere gevolgd tot den hemel toe, en God is harer ongerechtigheden ggedachtig geworden. g Openb. 16:19. verwijsteksten
6 Vergeldt haar gelijk als zij ulieden vergolden heeft, en verdubbelt haar dubbel naar haar werken; in den drinkbeker hwaarin zij geschonken heeft, schenkt haar dubbel. h Openb. 14:10. verwijsteksten
7 Zoveel als zij zichzelve verheerlijkt heeft en weelde gehad heeft, zo grote pijniging en rouw doet haar aan; want zij zegt in haar hart: iIk zit als een koningin, en ben geen weduwe, en zal geen rouw zien. i Jes. 47:8. verwijsteksten
8 kDaarom zullen haar plagen op één dag komen, namelijk dood en rouw en honger, en zij zal lmet vuur verbrand worden; want sterk is de Heere God, Die haar oordeelt. k 2 Thess. 2:8. l Openb. 17:16. verwijsteksten
 
De weeklachten over Babylons val
9 mEn de koningen der aarde, die met haar gehoereerd en weelde gehad hebben, zullen haar bewenen en rouw over haar bedrijven, wanneer zij nden rook van haar brand zullen zien, m vers 3. Openb. 17:2. n vers 18. verwijsteksten
10 Van verre staande uit vrees van haar pijniging, zeggende: oWee, wee de grote stad Babylon, de sterke stad! Want uw oordeel is in één ure gekomen. o Jes. 21:9. Jer. 51:1. Openb. 14:8. verwijsteksten
11 En de kooplieden der aarde zullen wenen en rouw maken over haar, omdat niemand hun waar meer koopt:
12 Waar van goud en van zilver, en van kostelijk gesteente en van parelen, en van fijn lijnwaad en van purper en van zijde en van scharlaken, en allerlei welriekend hout, en allerlei ivoren vaten, en allerlei vaten van het kostelijkste hout, en van koper, en van ijzer en van marmersteen;
13 En kaneel en reukwerk en welriekende zalf en wierook, en wijn en olie, en meelbloem en tarwe, en lastbeesten en schapen; en van paarden en van koetswagens, en van lichamen, en pde zielen der mensen. p Ez. 27:13. verwijsteksten
14 En de vrucht der begeerlijkheid uwer ziel is van u weggegaan, en al wat lekker en wat heerlijk was, is van u weggegaan, en gij zult datzelve niet meer vinden.
15 De kooplieden dezer dingen, die rijk geworden waren van haar, zullen van verre staan uit vrees van haar pijniging, wenende en rouw makende,
16 En zeggende: Wee, wee de grote stad, qdie bekleed was met fijn lijnwaad en purper en scharlaken, en versierd met goud en met kostelijk gesteente en met parelen; want in één ure is zo grote rijkdom verwoest. q Openb. 17:4. verwijsteksten
17 En alle stuurlieden, en al het volk op de schepen, en bootsgezellen, en allen die ter zee handelen, stonden van verre,
18 En riepen, ziende rden rook van haar brand, en zeggende: sWat stad was deze grote stad gelijk? r vers 9. Jes. 34:10. s Openb. 13:4. verwijsteksten
19 En zij wierpen stof op hun hoofden, en riepen, wenende en rouw bedrijvende, zeggende: Wee, wee de grote stad, in dewelke allen die schepen in de zee hadden, van haar kostelijkheid rijk geworden zijn; want zij is in één ure verwoest geworden.
20 Bedrijf vreugde over haar, gij hemel, en gij heilige apostelen en gij profeten, want God heeft uw oordeel taan haar geoordeeld. t Openb. 19:2. verwijsteksten
 
Babylon zal nimmermeer verrijzen
21 En een sterke engel hief een steen op als een groten molensteen, en wierp dien in de zee, zeggende: vAldus zal de grote stad Babylon met geweld geworpen worden, en zal niet meer worden gevonden. v Jer. 51:64. verwijsteksten
22 xEn de stem der citerspelers en der zangers en der fluiters en der bazuiners zal niet meer in u gehoord worden; en geen kunstenaar van enige kunst zal meer in u gevonden worden; en ygeen geluid des molens zal in u meer gehoord worden. x Jer. 25:10. Ez. 26:13. y Jer. 25:10. verwijsteksten
23 En het licht der kaars zal in u niet meer schijnen; zen de stem eens bruidegoms en ener bruid zal in u niet meer gehoord worden; want uw kooplieden waren de groten der aarde, want door uw toverij zijn alle volken verleid geweest. z Jer. 7:34; 16:9; 25:10. verwijsteksten
24 En in dezelve is gevonden ahet bloed der profeten en der heiligen en al dergenen die gedood zijn op de aarde. a Openb. 17:6. verwijsteksten

Einde Openbaring 18