Statenvertaling.nl

sample header image

Deuteronomium 8 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Deuteronomium 8

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Waarschuwing tegen hoogmoed en vergeten van de weldaden
1 ALLE geboden die ik u heden gebied, zult gij waarnemen om te doen, opdat gij leeft en vermenigvuldigt en inkomt en het land erft dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft.
2 En gij zult gedenken aan al den weg dien u de HEERE uw God deze veertig jaar in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedigde, om u te verzoeken, om te weten wat in uw hart was, of gij Zijn geboden zoudt houden of niet.
3 En Hij verootmoedigde u en liet u hongeren, en spijsde u met het aMan, dat gij niet kendet, noch uw vaderen gekend hadden; opdat Hij u bekendmaakte, bdat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit des HEEREN mond uitgaat. a Ex. 16:14, 15. b Matth. 4:4. Luk. 4:4. verwijsteksten
4 cUw kleding is aan u niet verouderd en uw voet is niet gezwollen, deze veertig jaar. c Deut. 29:5. Neh. 9:21. verwijsteksten
5 Beken dan in uw hart, dat de HEERE uw God u kastijdt, gelijk als een man zijn zoon kastijdt.
6 En houd de geboden des HEEREN uws Gods, om in Zijn wegen te wandelen en om Hem te vrezen.
7 Want de HEERE uw God brengt u in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten;
8 Een land van tarwe en gerst, en wijnstokken en vijgenbomen en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen en van honing;
9 Een land waarin gij brood zonder schaarsheid eten zult, waarin u niets ontbreken zal; een land welks stenen ijzer zijn en uit welks bergen gij koper uithouwen zult.
10 dAls gij dan zult gegeten hebben en verzadigd zijn, zo zult gij den HEERE uw God loven over dat goede land dat Hij u zal hebben gegeven. d Deut. 6:12, 13. verwijsteksten
11 Wacht u, dat gij den HEERE uw God niet vergeet, dat gij niet zoudt houden Zijn geboden en Zijn rechten en Zijn inzettingen, die ik u heden gebied;
12 Opdat niet misschien, als gij zult gegeten hebben en verzadigd zijn, en goede huizen gebouwd hebben en die bewonen,
13 En uw runderen en uw schapen zullen vermeerderd zijn, ook zilver en goud u zal vermeerderd zijn, ja, al wat gij hebt vermeerderd zal zijn,
14 Uw hart zich alsdan verheffe, dat gij vergeet den HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgevoerd heeft;
15 Die u geleid heeft in die grote en vreselijke woestijn, waar vurige slangen en schorpioenen en dorheid, waar geen water was; eDie u water uit de keiachtige rots voortbracht; e Ex. 17:6. Num. 20:11. Ps. 78:15; 114:8. verwijsteksten
16 Die u in de woestijn spijsde met fMan, dat uw vaderen niet gekend hadden, om u te verootmoedigen en om u te verzoeken, opdat Hij u ten laatste weldeed; f Ex. 16:14, 15. verwijsteksten
17 En gij in uw hart zegt: Mijn kracht en de sterkte mijner hand heeft mij dit vermogen verkregen.
18 Maar gij zult gedenken den HEERE uw God, dat Hij het is, Die u kracht geeft om vermogen te verkrijgen; opdat Hij Zijn verbond bevestige, dat Hij uw vaderen gezworen heeft, gelijk het te dezen dage is.
19 Maar indien het geschiedt, dat gij den HEERE uw God ganselijk vergeet, en andere goden navolgt en hen dient en u voor dezelve buigt, zo betuig ik heden tegen u, dat gij voorzeker zult vergaan.
20 Gelijk de heidenen die de HEERE voor uw aangezicht verdaan heeft, alzo zult gij vergaan, omdat gij de stem des HEEREN uws Gods niet gehoorzaam zult geweest zijn.

Einde Deuteronomium 8