Statenvertaling.nl

sample header image

Deuteronomium 19 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Deuteronomium 19

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

De vrijsteden
1 WANNEER de HEERE uw God de volken zal hebben uitgeroeid, welker land de HEERE uw God u geven zal, en gij die erfelijk zult bezitten en in hun steden en in hun huizen wonen,
2 aZo zult gij u drie steden uitscheiden, in het midden van uw land hetwelk de HEERE uw God u geven zal om dat erfelijk te bezitten. a Ex. 21:13. Num. 35:9, enz. Joz. 20:2. verwijsteksten
3 Gij zult u den weg bereiden, en de pale uws lands dat u de HEERE uw God zal doen erven, in drieën delen; dit nu zal zijn, opdat ieder doodslager daarheen vliede.
4 En dit zij de zaak des doodslagers die daarheen vlieden zal, dat hij leve: bdie zijn naaste zal geslagen hebben door onwetendheid, dien hij toch van gisteren en eergisteren niet haatte; b Ex. 21:13. Deut. 4:41, 42. verwijsteksten
5 Als, dewelke met zijn naaste in het bos zal zijn gegaan om hout te houwen, en zijn hand met de bijl wordt aangedreven om hout af te houwen, en het ijzer schiet af van den steel en treft zijn naaste, dat hij sterft: die zal in een dezer steden vluchten en leven;
6 Opdat de bloedwreker den doodslager niet najage, als zijn hart verhit is, en hem achterhale, omdat de weg te ver zou zijn, en hem sla aan het leven; zo toch geen oordeel des doods aan hem is, want hij haatte hem niet van gisteren en eergisteren.
7 Daarom gebied ik u, zeggende: Gij zult u drie steden uitscheiden.
8 En indien de HEERE uw God uw landpale zal verwijden, gelijk als Hij uw vaderen gezworen heeft, en u al dat land geven zal hetwelk Hij uw vaderen te geven cgesproken heeft; c Gen. 28:13. Deut. 12:20. verwijsteksten
9 (Wanneer gij al ditzelve gebod zult waarnemen, om dat te doen, hetgeen ik u heden gebied, den HEERE uw God liefhebbende en alle dagen in Zijn wegen wandelende) zo zult gij u dnog drie steden toedoen tot deze drie; d Joz. 20:7. verwijsteksten
10 Opdat het bloed des onschuldigen niet vergoten worde in het midden van uw land dat u de HEERE uw God ten erve geeft, en bloedschulden op u zouden zijn.
11 Maar ewanneer er iemand zijn zal die zijn naaste haat en hem lagen legt, en staat tegen hem op en slaat hem aan het leven, dat hij sterft; en vliedt tot een van die steden, e Gen. 9:6. Ex. 21:12, 14. Lev. 24:17. Num. 35:16. verwijsteksten
12 Zo zullen de oudsten zijner stad zenden en nemen hem vandaar, en zij zullen hem in de hand des bloedwrekers geven, dat hij sterve.
13 Uw oog zal hem niet verschonen, maar gij zult het bloed des onschuldigen uit Israël wegdoen, dat het u welga.
 
Tegen landroof en valse getuigenis
14 fGij zult uws naasten landpaal niet verrukken, die de voorvaderen gepaald hebben, in uw erfdeel dat gij erven zult, in het land hetwelk u de HEERE uw God geeft om dat erfelijk te bezitten. f Spr. 22:28. verwijsteksten
15 gEen enig getuige zal tegen niemand opstaan over enige ongerechtigheid of over enige zonde, van alle zonde die hij zou mogen zondigen; hop den mond van twee getuigen of op den mond van drie getuigen zal de zaak bestaan. g Num. 35:30. Deut. 17:6. Matth. 18:16. h Deut. 17:6. Joh. 8:17. 2 Kor. 13:1. Hebr. 10:28. verwijsteksten
16 Wanneer een wrevelig getuige tegen iemand zal opstaan, om een afwijking tegen hem te betuigen,
17 Zo zullen die twee mannen dewelke den twist hebben, staan voor het aangezicht des HEEREN, voor het aangezicht der priesters en der rechters, die in diezelve dagen zullen zijn.
18 En de rechters zullen wel onderzoeken; en zie, de getuige is een vals getuige, hij heeft valsheid betuigd tegen zijn broeder,
19 iZo zult gijlieden hem doen gelijk als hij zijn broeder dacht te doen; alzo zult gij het boze uit het midden van u wegdoen; i Spr. 19:5. verwijsteksten
20 Dat de overgeblevenen het horen en vrezen, en niet voortvaren meer te doen naar dit boze stuk in het midden van u.
21 En uw oog zal niet verschonen: kziel om ziel, oog om oog, tand om tand, hand om hand, voet om voet. k Ex. 21:23. Lev. 24:20. Matth. 5:38. verwijsteksten

Einde Deuteronomium 19