Statenvertaling.nl

sample header image

Deuteronomium 16 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Deuteronomium 16

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Van het houden der feesten, als pascha, vs. 1, enz. Pinksteren, 9. Loofhuttenfeest, 13. Wie, waar en hoe zij op deze feesten moesten verschijnen, 16. Van het ambt der rechters, 18. Van afgodische bossen en pilaren, 21.
 
Het vieren der drie grote feesten
1 NEEM waar de maand 1Abib, dat gij den HEERE uw God a2pascha 3houdt; want in de maand Abib heeft u de HEERE uw God uit Egypteland uitgevoerd, 4bij nacht.
1 Ex. 13:4. Deut. 1 op vers 3. verwijsteksten
a Ex. 12:2. Lev. 23:5. Num. 9:1; 28:16. verwijsteksten
2 Zie Ex. 12:11. Hebr. pesach. verwijsteksten
3 Anders: maakt of doet. Anders: pascha bereidt.
4 Zie Ex. 12:31. verwijsteksten
 
2 Dan zult gij den HEERE uw God het pascha 5slachten, 6schapen en runderen, in de plaats die de HEERE verkiezen zal om Zijn Naam aldaar te doen wonen.
5 Of: offeren, en zo vss. 4, 5, 6. verwijsteksten
6 Dat is, al zulke offeranden als de Heere op dit feest te slachten en te offeren bevolen had, Num. 28:16; een jong lam of geit was eigenlijk het paasoffer genoemd. Zie Ex. 12:3, 4, 5, 27. Daarbenevens moesten ook andere offeranden op het feest geslacht en geofferd worden. verwijsteksten
 
3 Gij zult bniets gedesemds 7op hetzelve eten; zeven dagen zult gij ongezuurde broden op hetzelve eten, een brood 8der ellende (want inderhaast zijt gij uit Egypteland uitgetogen); opdat gij gedenkt aan den dag van uw uittrekken uit Egypteland, al de dagen uws levens.
b Ex. 12:19; 34:18. verwijsteksten
7 Te weten feest. Anders: daarmede, te weten met het lam en daarna met de offeranden.
8 Dat is, waarmede gij indachtig zult zijn de verdrukking die gij in Egypte geleden hebt; of zulk brood dat inderhaast zo wat toegemaakt wordt, wanneer de nood en haast niet toelaten dat men het naar gewoonlijke wijze ten volle bereidt en aangenaam of smakelijk maakt.
 
4 Er zal bij u in zeven dagen geen zuurdeeg gezien worden in enige uwer landpalen; ook zal cvan het vlees dat gij aan den avond aan den eersten dag geslacht zult hebben, niets tot den morgen overnachten.
c Ex. 12:10. verwijsteksten
 
5 Gij zult het pascha niet mogen slachten in een uwer 9poorten die de HEERE uw God u geeft.
9 Dat is, binnen een uwer steden of woonplaatsen.
 
6 Maar 10aan de plaats die de HEERE uw God verkiezen zal om daar Zijn Naam te doen wonen, aldaar zult gij het pascha slachten aan den avond, als de 11zon ondergaat, 12te bestemder tijd van uw uittrekken uit Egypte.
10 Anders: reizende naar de plaats, enz., aldaar zult gij, enz.
11 Zie Ex. 12:6. 2 Kron. 35:14. verwijsteksten
12 Dat is, juist of even op dien tijd als gij uit Egypte uittoogt, op den veertienden dag van de maand Abib, Ex. 13:3, 4. verwijsteksten
 
7 Dan zult gij het 13koken en eten in de plaats die de HEERE uw God verkiezen zal. 14Daarna zult gij u des morgens keren en heengaan naar uw 15tenten.
13 Dat is, braden. Zie Ex. 12:9. 2 Kron. 35 op vers 13. verwijsteksten
14 Als het feest over is, hetwelk zeven dagen duurde.
15 Versta woningen of huizen, zo die alsdan zouden zijn.
 
8 Zes dagen zult gij ongezuurde broden eten, en aan den zevenden dag is een 16verbodsdag den HEERE uw God; dan zult gij geen werk doen.
16 Zie Lev. 23 op vers 36. verwijsteksten
 
9 dZeven weken zult gij u tellen; van dat men met de 17sikkel begint in het staande koren, zult gij de zeven weken beginnen te tellen.
d Ex. 23:16. Lev. 23:15. Num. 28:26. verwijsteksten
17 Om den Heere een garve te offeren. Zie Lev. 2:14; 23:10. verwijsteksten
 
10 Daarna zult gij den HEERE uw God het feest der 18weken houden; het zal een 19vrijwillige schatting uwer hand zijn, dat gij geven zult, naar dat u de HEERE uw God zal gezegend hebben.
18 Namelijk der zeven voorzeide weken. Dit feest wordt anders genoemd het feest der eerstelingen, Num. 28:26. Insgelijks pinksterfeest, Hand. 2:1. verwijsteksten
19 Hebr. tribuut of schatting der vrijwilligheid. Zie hiervan Deut. 26:1, enz. Anders: met een vrijwillige schatting, of genoegzaamheid ener vrijwillige offerande. verwijsteksten
 
11 En gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN uws Gods, gij, en uw zoon en uw dochter, en uw dienstknecht en uw dienstmaagd, en de Leviet die in uw poorten is, en de vreemdeling en de wees en de weduwe die in het midden van u zijn, in de plaats die de HEERE uw God zal verkiezen om Zijn Naam aldaar te doen wonen.
12 En gij zult gedenken dat gij een dienstknecht geweest zijt in Egypte; en gij zult deze inzettingen houden en doen.
13 eHet feest der 20loofhutten zult gij u zeven dagen houden, als gij zult hebben ingezameld van uw dorsvloer en van uw wijnpers.
e Ex. 23:16. Lev. 23:34. verwijsteksten
20 Zie Lev. 23 op vers 34. verwijsteksten
 
14 En gij zult vrolijk zijn op uw feest, gij, en uw zoon en uw dochter, en uw dienstknecht en uw dienstmaagd, en de Leviet en de vreemdeling en de wees en de weduwe die in uw poorten zijn.
15 Zeven dagen zult gij den HEERE uw God feest houden in de plaats die de HEERE verkiezen zal; 21want de HEERE uw God zal u zegenen in al uw inkomen en in al het werk uwer handen; daarom zult gij immers vrolijk zijn.
21 Anders: wanneer de HEERE uw God u zal gezegend hebben.
 
16 fDriemaal in het jaar zal alles wat mannelijk onder u is, voor het aangezicht des HEEREN uws Gods verschijnen in de plaats die Hij verkiezen zal: op het feest der ongezuurde broden en op het feest der weken en op het feest der loofhutten; gmaar het zal niet ledig voor het aangezicht des HEEREN verschijnen:
f Ex. 23:17; 34:23. verwijsteksten
g Ex. 23:15. verwijsteksten
 
17 Een ieder 22naar de gave zijner hand, naar den zegen des HEEREN uws Gods, dien Hij u gegeven heeft.
22 Naar dat zijn hand vermag te geven, als de volgende woorden schijnen te verklaren. Anders: naar dat aan zijn hand gegeven is. Hetwelk ook op het volgende niet kwalijk past. Vgl. Ps. 55 op vers 23. Num. 18:6. Ez. 46:5, 7, 11. verwijsteksten
 
Rechters en ambtlieden
18 23Rechters en ambtlieden zult gij u stellen in al uw poorten die de HEERE uw God u geven zal 24onder uw stammen; dat zij het volk richten met een gericht der gerechtigheid.
23 Vgl. 1 Kron. 23:4; 26:29. 2 Kron. 19:8. verwijsteksten
24 Of: voor, naar uw stammen.
 
19 Gij zult het gericht niet buigen; gij zult hhet 25aangezicht niet kennen; ook zult gij igeen geschenk nemen, want het geschenk verblindt de ogen der wijzen en verkeert de 26woorden der rechtvaardigen.
h Lev. 19:15. Deut. 1:17. verwijsteksten
25 Zie Deut. 1 op vers 17. verwijsteksten
i Ex. 23:8. verwijsteksten
26 Versta de woorden der rechters, dat zij kwade vonnissen uitspreken; of: de woorden dergenen die een rechtvaardige zaak hebben, die bij den gecorrumpeerden rechter verkeerd en verdraaid worden. Anders: zaken.
 
20 27Gerechtigheid, gerechtigheid zult gij najagen; opdat gij leeft en erfelijk bezit het land dat u de HEERE uw God geven zal.
27 Dat is, enkel of louter gerechtigheid, niet anders dan gerechtigheid. Het is gesproken met een nadruk. Vgl. Deut. 2:27. Jes. 26:5, 15. Ez. 21:9 met de aant. verwijsteksten
 
21 Gij zult u geen bos planten 28van enig geboomte 29bij het altaar des HEEREN uws Gods, dat gij u maken zult.
28 Of: bos planten noch enig geboomte.
29 Dat is, met mening van enige godsdienstigheid; hetwelk gij daarmede zoudt te kennen geven, als gij enig bos nabij het altaar of den tempel des HEEREN zoudt planten, of anderszins hetzelve nevens des HEEREN altaar enige heiligheid zoudt toeschrijven en van gelijke of meerdere waarde houden. Zie 2 Koningen 16; 17. verwijsteksten
 
22 Ook zult gij u geen 30opgericht beeld stellen, hetwelk de HEERE uw God haat.
30 Of: pilaarbeeld, statue.

Einde Deuteronomium 16