Statenvertaling.nl

sample header image

Galaten 2 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Galaten 2

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

Paulus’ ambt te Jeruzalem erkend
1 DAARNA ben ik, na veertien jaren, wederom anaar Jeruzalem opgegaan met Bárnabas, ook Titus medegenomen hebbende. a Hand. 15:2. verwijsteksten
2 En ik ging op bdoor een openbaring, en stelde hun het Evangelie voor, dat ik predik onder de heidenen; en in het bijzonder dengenen die in achting waren, opdat ik niet enigszins tevergeefs zou lopen of gelopen hebben. b Hand. 19:21. verwijsteksten
3 cMaar ook Titus, die met mij was, een Griek zijnde, werd niet genoodzaakt zich te laten besnijden; c Hand. 16:3. 1 Kor. 9:21. verwijsteksten
4 dEn dat om der ingekropen valse broederen wil, die van bezijden ingekomen waren om te verspieden onze vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, opdat zij ons zouden tot dienstbaarheid brengen; d Hand. 15:24. verwijsteksten
5 Voor dewelke wij ook niet een uur hebben geweken met onderwerping, opdat de waarheid van het Evangelie bij u zou verblijven.
6 En van degenen die geacht waren wat te zijn, hoedanigen zij eertijds waren, verschilt mij niet; eGod neemt den persoon des mensen niet aan; want die geacht waren, hebben mij niets toegebracht. e Deut. 10:17. 2 Kron. 19:7. Job 34:19. Hand. 10:34. Rom. 2:11. Ef. 6:9. Kol. 3:25. 1 Petr. 1:17. verwijsteksten
7 Maar daarentegen, als zij zagen dat mij het Evangelie der voorhuid toebetrouwd was, gelijk Petrus dat der besnijdenis
8 (Want Die in Petrus krachtiglijk wrocht tot het apostelschap der besnijdenis, fDie wrocht ook krachtiglijk in mij onder de heidenen); f Hand. 9:15; 13:2; 22:21. Gal. 1:16. Ef. 3:8. verwijsteksten
9 En als Jakobus en Céfas en Johannes, die geacht waren pilaren te zijn, de genade die mij gegeven was, bekenden, gaven zij mij en Bárnabas de rechterhand der gemeenschap, opdat wij tot de heidenen en zij tot de besnijdenis zouden gaan;
10 Alleenlijk, dat wij de armen zouden gedenken; ghetwelk zelve ik ook benaarstigd heb te doen. g Hand. 11:30; 24:17. Rom. 15:25. 1 Kor. 16:1. 2 Kor. 8:1; 9:1. verwijsteksten
 
Petrus door Paulus vermaand
11 En toen Petrus te Antiochíë gekomen was, wederstond ik hem in het aangezicht, omdat hij te bestraffen was.
12 Want eer sommigen van Jakobus gekomen waren, at hij mede met de heidenen; maar toen zij gekomen waren, onttrok hij zich en scheidde zichzelven af, vrezende degenen die uit de besnijdenis waren.
13 En ook de andere Joden veinsden met hem; alzo dat ook Bárnabas medeafgetrokken werd door hun veinzing.
14 Maar als ik zag dat zij niet recht wandelden naar de waarheid des Evangelies, zeide ik tot Petrus in aller tegenwoordigheid: hIndien gij, die een Jood zijt, naar heidense wijze leeft, en niet naar Joodse wijze, waarom noodzaakt gij de heidenen naar de Joodse wijze te leven? h Hand. 10:28. verwijsteksten
 
Voor de wet gestorven
15 Wij zijn van nature Joden, en niet zondaars uit de heidenen;
16 iDoch wetende dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet, maar door het geloof van Jezus Christus, zo hebben wij ook in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus en niet uit de werken der wet; kdaarom dat uit de werken der wet geen vlees zal gerechtvaardigd worden. i Hand. 13:38. Rom. 3:28; 8:3. Hebr. 7:18. k Rom. 3:20. Gal. 3:11. verwijsteksten
17 Maar indien wij, die in Christus zoeken gerechtvaardigd te worden, ook zelven zondaars bevonden worden, is dan Christus een dienaar der zonde? Dat zij verre.
18 Want indien ik, hetgeen ik afgebroken heb, datzelve wederom opbouw, zo stel ik mijzelven tot een overtreder.
19 lWant ik ben door de wet der wet gestorven, mopdat ik Gode leven zou. l Rom. 7:4. m Rom. 14:7. 2 Kor. 5:15. 1 Thess. 5:10. Hebr. 9:14. 1 Petr. 4:2. verwijsteksten
20 Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons Gods, nDie mij liefgehad heeft en Zichzelven voor mij overgegeven heeft. n Gal. 1:4. Ef. 5:2. Tit. 2:14. verwijsteksten
21 Ik doe de genade Gods niet teniet; want oindien de rechtvaardigheid door de wet is, zo is dan Christus tevergeefs gestorven. o Hebr. 7:11. verwijsteksten

Einde Galaten 2