Statenvertaling.nl

sample header image

2 Korinthe 8 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

2 Korinthe 8

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

1 Paulus stelt den Korinthiërs het voorbeeld voor der gemeenten van Macedonië, die een milde handreiking gedaan hadden voor de arme gelovigen te Jeruzalem. 6 En verklaart dat hij Titus bevel gegeven had om dergelijke ook bij hen te bevorderen. 9 Stelt ook hun het voorbeeld voor van Christus, Die arm geworden is om ons door Zijn armoede rijk te maken. 10 En vermaant hen nu wel te voleindigen hetgeen zij over een jaar wel hadden begonnen. 13 Doch niet alzo, dat zij zichzelven zouden benauwen om anderen te verlichten, maar om uit hun overvloed het gebrek der anderen te vervullen. 15 Gelijk in het verzamelen van het manna geschied was. 16 Betuigt verder dat Titus om zulks over te brengen tot hen gereisd was. 18 Met nog een anderen broeder die van de gemeenten daartoe was verkoren. 20 Om alle opspraak te voorkomen. 22 En nog een derde, wiens getrouwheid nu meermaals was beproefd, zowel bij hem als bij de gemeenten.
 
Opwekking tot offervaardigheid
1 VOORTS maken wij u bekend, broeders, 1de genade Gods die 2in de gemeenten van Macedónië gegeven is;
1 Dat is, de weldadigheid door de genade Gods, die hun harten bewogen heeft om zo milde handreiking te doen aan de armen te Jeruzalem, gelijk het volgende vers verklaart.
2 Of: door.
 
2 Dat in veel beproeving der verdrukking 3de overvloed hunner blijdschap en 4hun zeer diepe armoede overvloedig geweest is 5tot den rijkdom hunner 6goeddadigheid.
3 Namelijk spruitende uit het geloof in Christus, niettegenstaande alle verdrukking. Zie Rom. 5:3. verwijsteksten
4 Dat is, hoewel zij door de grote verdrukkingen tot de uiterste armoede schenen gekomen te zijn, nochtans zijn zij overvloedig geweest in het geven.
5 Dat is, tot overvloedige mildheid, gelijk het volgende vers uitwijst.
6 Of: eenvoudigheid, oprechtheid, namelijk in het geven.
 
3 Want zij zijn naar vermogen (ik betuig het), ja, boven vermogen gewillig geweest,
4 aOns met veel 7vermaning biddende dat wij wilden 8aannemen 9de gave en 10de gemeenschap dezer bediening, die voor 11de heiligen geschiedt;
a Hand. 11:29. Rom. 15:26. 1 Kor. 16:2. 2 Kor. 9:1. verwijsteksten
7 Of: vertroosting.
8 Dat is, op ons nemen.
9 Gr. de genade, dat is, de goedwillige gave.
10 Dat is, de zorg om die collecte wel te bestellen en in de rechte hand te doen komen, als een teken van hun gemeenschap met dezelve.
11 Namelijk te Jeruzalem. Zie Rom. 15:26. 1 Kor. 16:3, 4. verwijsteksten
 
5 En deden 12niet alleen gelijk wij gehoopt hadden, maar 13gaven zichzelven eerst aan den Heere en daarna aan ons, door den wil Gods;
12 Dat is, deden meer dan wij gehoopt of verwacht hadden.
13 Namelijk nog vlijtiger en overvloediger.
 
6 Alzo dat wij Titus vermaanden dat, gelijk hij tevoren 14begonnen had, hij ook alzo nog 15deze gave bij u 16voleinden zou.
14 Namelijk ulieden tot alle geestelijke deugden te verwekken, gelijk in het volgende vers verklaard wordt.
15 Gr. genade, dat is, deze gift der weldadigheid, gelijk vss. 1, 7, 19. verwijsteksten
16 Dat is, tot een goed einde zou brengen.
 
7 Zo dan, gelijk gij in alles overvloedig zijt, in geloof en in woord en in kennis en in alle naarstigheid, en in uw liefde tot ons, ziet dat gij ook in deze gave overvloedig zijt.
8 Ik zeg dit niet 17als gebiedende, maar als 18door de naarstigheid van anderen ook de oprechtheid uwer liefde beproevende.
17 Gr. naar bevel.
18 Dat is, door het voorbeeld der naarstigheid en mildheid van de gemeenten in Macedonië.
 
9 Want gij weet de genade van onzen Heere Jezus Christus, bdat Hij om uwentwil 19is arm geworden, 20daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt 21rijk worden.
b Luk. 9:58. verwijsteksten
19 Namelijk wanneer Hij Zichzelven heeft vernietigd, de gedaante eens dienstknechts aannemende, Filipp. 2:5, enz. verwijsteksten
20 Namelijk een Heere van alle dingen. Zie Hebr. 1:2. verwijsteksten
21 Dat is, al Zijn geestelijke en hemelse goederen deelachtig worden, 1 Kor. 1:30. verwijsteksten
 
10 En 22ik zeg in dezen mijn mening; want dit is u oorbaar, als die niet alleen het doen, maar ook 23het willen van over een jaar tevoren hebt begonnen.
22 Gr. ik geef; gelijk 1 Kor. 7:25. verwijsteksten
23 Dat is, het doen met vlijtigheid en gewilligheid. Want dat is meer dan alleen willen, of alleen doen.
 
11 Maar nu, voleindigt ook het doen, opdat, gelijk als er geweest is de volvaardigheid des gemoeds om te willen, er ook alzo zij het voleindigen 24uit hetgeen dat gij hebt.
24 Dat is, naar de mate van hetgeen dat gij hebt.
 
12 cWant indien tevoren de volvaardigheid des gemoeds daar is, dzo is iemand 25aangenaam naar hetgeen dat hij heeft, niet naar hetgeen dat hij niet heeft.
c Mark. 12:43. Luk. 21:3. verwijsteksten
d Spr. 3:28. 1 Petr. 4:10. verwijsteksten
25 Namelijk Gode, in het uitdelen van zijn gaven. Zie Mark. 12:43. 2 Kor. 9:7. verwijsteksten
 
13 Want dit zeg ik niet opdat anderen zouden verlichting hebben, en gij 26verdrukking;
26 Dat is, opdat anderen overvloed door uw gaven zouden verkrijgen, en gij gebrek hebben, of u te zeer benauwen.
 
14 Maar opdat uit gelijkheid, in dezen tegenwoordigen tijd, uw overvloed zij om hun gebrek te vervullen; 27opdat ook hun overvloed zij om uw gebrek te vervullen, 28opdat er gelijkheid worde;
27 Namelijk wanneer gij in den tijd der vervolging, of anderszins, hun hulp ook zoudt mogen vandoen hebben. Anderen nemen het van den overvloed der geestelijke gaven, welke die van Jeruzalem den heidenen te vlijtiger en te bekwamer zouden mededelen, wanneer zij om den tijdelijken leeftocht zich niet zouden moeten bekommeren.
28 Namelijk in het geven of ontvangen naar den nood en overvloed van een ieder. Of: opdat het ene lid niet te zeer overvloeie, en het andere niet te benauwd zij; hetwelk met het volgende vers wel zo wel overeenkomt.
 
15 Gelijk 29geschreven is: eDie veel verzameld had, had niet over, en die weinig verzameld had, had niet te weinig.
29 Namelijk Ex. 16:18, in het verzamelen van het manna. Want die veel verzameld hadden, namen daaruit maar elk een gomer tot hun leeftocht, die weinig, vervulden dienzelfden gomer uit hetgeen van anderen verzameld was; wat iemand meer te huis bracht, verdierf en ging verloren. verwijsteksten
e Ex. 16:18. verwijsteksten
 
De zending van Titus
16 Doch Gode zij dank, Die 30dezelfde naarstigheid voor u in het hart van Titus gegeven heeft,
30 Dat is, deze zorgvuldigheid om u ook hiertoe te vermanen en te bewegen, gelijk het volgende vers verklaart.
 
17 Dat hij de vermaning heeft aangenomen, en zeer naarstig zijnde, gewillig tot u 31gereisd is.
31 Gr. uitgegaan.
 
18 En wij hebben ook met hem gezonden 32den broeder die lof heeft in het Evangelie door al de gemeenten.
32 Dezen menen vele oude leraars dat Lukas zou geweest zijn, die het Evangelie van Christus beschreven heeft; maar alzo hier niet van het Evangelie te beschrijven, maar van hetzelve te prediken gesproken wordt, zo is dat onzeker; gelijk ook dat het Barnabas zou zijn.
 
19 En dat niet alleen, maar hij is ook 33van de gemeenten verkoren om met ons te reizen 34met deze gave, die van ons bediend wordt tot de heerlijkheid des Heeren Zelven en 35de volvaardigheid uws gemoeds;
33 Het Griekse woord betekent eigenlijk een verkiezing die met opsteking of uitreiking der handen geschiedt; zodat Paulus niet alleen zelf dezen hiertoe had geordineerd, maar ook de gemeenten van Macedonië. Zie van dit woord ook Hand. 14:23. verwijsteksten
34 Dat is, weldaad, gift, weldadige handreiking, gelijk meermaals tevoren.
35 Dat is, tot een bewijs van uw goedwilligheid en milddadigheid.
 
20 36Dit verhoedende, dat ons niemand moge 37lasteren in dezen overvloed, die van ons wordt bediend;
36 Namelijk door het bijvoegen van anderen, die dezen last nevens ons hebben aangenomen, gelijk het volgende verklaart.
37 Of: berispen, met kwade achterdocht bezwaren, zo wij zodanige overvloedige aalmoes alleen hadden overgebracht, hetwelk van de valse apostelen en andere vijanden van het Evangelie lichtelijk had kunnen geschieden.
 
21 fAls die bezorgen hetgeen eerlijk is, niet alleen voor den Heere, maar ook voor de mensen.
f Rom. 12:17. verwijsteksten
 
22 Wij hebben ook met hen gezonden 38onzen broeder welken wij in vele dingen dikmaals beproefd hebben dat hij naarstig is; en nu veel naarstiger door het groot vertrouwen 39dat hij heeft tot ulieden.
38 Dezen menen sommigen dat Apollos geweest zou zijn. Doch is ook onzeker.
39 Of: dat wij hebben.
 
23 Hetzij dan 40Titus, hij is mijn metgezel en medearbeider bij u; hetzij 41onze broeders, zij zijn 42afgezanten der gemeenten en 43een eer van Christus.
40 Gr. van Titus, dat is, wil men weten wie Titus is.
41 Namelijk die van de gemeenten van Macedonië nevens Titus hiertoe zijn verkoren, waarvan hij gesproken had vss. 18, 22. verwijsteksten
42 Gr. apostelen, gelijk dit woord ook voor allerlei leraars en gezanten somwijlen genomen wordt. Zie Rom. 16:7. verwijsteksten
43 Gr. een heerlijkheid van Christus, dat is, zulke personen waardoor de eer van Christus inzonderheid wordt bevorderd.
 
24 Bewijst dan aan hen de bewijzing van uw liefde en van onzen roem van u, ook 44voor het aangezicht der gemeenten.
44 Dat is, als die tot getuigen van deze uw liefde en weldadigheid zult hebben al de gemeenten die daarvan kennis zullen krijgen.

Einde 2 Korinthe 8