Statenvertaling.nl

sample header image

1 Korinthe 2 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

1 Korinthe 2

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

1 De apostel bewijst met zijn voorbeeld, hoe het Evangelie van Christus moet voorgesteld worden, namelijk niet met menselijke wijsheid of welsprekendheid, maar in eenvoudigheid en geestelijke kracht. 6 Verklaart voorts wat voor hemelse wijsheid daarin is begrepen. 10 En hoe die door Gods Geest en niet door menselijk vernuft geopenbaard is. 13 Verhaalt wederom met wat woorden die moet worden uitgesproken. 14 En hoe die niet van den natuurlijken, maar van den geestelijken mens wordt onderscheiden en geoordeeld.
 
1 EN ik, broeders, als ik tot u ben gekomen, aben niet gekomen met 1uitnemendheid van woorden of van wijsheid, u verkondigende 2de getuigenis Gods.
a vers 4. 1 Kor. 1:17. verwijsteksten
1 Gr. uitnemendheid van woord of rede, dat is, een opgepronkte manier van spreken, door welke ik zocht boven anderen wijs te schijnen of uit te munten, of u te overreden. Zie 1 Kor. 4:19. verwijsteksten
2 Dat is, het Evangelie, hetwelk ons van God is geopenbaard, en getuigt van den wil Gods tot onze zaligheid, 1 Kor. 1:6. verwijsteksten
 
2 Want ik heb 3niet voorgenomen 4iets te weten onder u dan Jezus Christus, en 5Dien gekruisigd.
3 Gr. geoordeeld. Want al was de apostel in vele andere zaken ervaren, zo had hij evenwel niet willen voordragen dan hetgeen dat tot hun zaligheid nodig was.
4 Dat is, van enige andere wetenschap bij u te spreken.
5 Dat is, Die door Zijn dood en volgende opstanding ons van onze zonden verlost en de eeuwige zaligheid deelachtig heeft gemaakt, Rom. 4:25; 10:9, 10. verwijsteksten
 
3 bEn ik was bij ulieden 6in czwakheid en in vreze en in veel beving.
b Hand. 18:1. verwijsteksten
6 Deze dingen kunnen verstaan worden, óf van den nederigen stand, waarin zich de apostel gehouden heeft toen hij te Korinthe was, opdat niet hij, maar alleen zijn leer in aanzien zou wezen bij hen, tegen de opgeblazenheid dergenen die deze scheuringen veroorzaakten; óf van de voorzichtigheid en beschroomdheid, die hij gebruikt heeft in het voorstellen van de leer der zaligheid, om niets menselijks daaronder te vermengen, opdat de kracht derzelve niet aan zijn wijsheid of welsprekendheid, maar alleen aan den aard der leer die hij predikte, en aan de medewerking van den Geest Gods zou worden toegeschreven; hetwelk met het volgende best overeenkomt.
c Hand. 18:3. 2 Kor. 10:10. verwijsteksten
 
4 En mijn rede en mijn prediking dwas niet in beweeglijke woorden der menselijke wijsheid, maar in 7betoning des geestes en der kracht;
d vers 1. 1 Kor. 1:17. 2 Petr. 1:16. verwijsteksten
7 Dat is, betoning der geestelijke kracht, die uiterlijk door wonderen en inwendiglijk door de werking des Heiligen Geestes bij zijn woord was gevoegd, 2 Kor. 3:3. verwijsteksten
 
5 Opdat uw geloof 8niet zou zijn 9in wijsheid der mensen, emaar 10in de kracht Gods.
8 Dat is, zijn oorzaak of fundament niet zou hebben.
9 Dat is, in redenen of woorden die de menselijke wijsheid bedenkt.
e 2 Kor. 4:7. verwijsteksten
10 Dat is, in de Goddelijkheid der leer, door de kracht des Geestes Gods aan onze harten betuigd, Hand. 16:14. verwijsteksten
 
De wijsheid Gods verborgen voor den natuurlijken mens
6 fEn wij spreken 11wijsheid onder 12de volmaakten; doch een wijsheid gniet 13dezer wereld, noch 14der oversten dezer wereld, hdie 15tenietworden;
f Job 28:21. verwijsteksten
11 Dat is, de zwaarste verborgenheden van Gods Woord, gelijk vers 7. Anderszins heeft hij ook de zwakken en teren met melk gespijsd. Zie 1 Kor. 3:2. Hebr. 5:12. verwijsteksten
12 Dat is, die in de zaken des geloofs meer toegenomen hebben, en nu niet meer in de eerste beginselen behoeven onderricht te worden. Zie Rom. 14:1, 2; 15:1. Filipp. 3:15. Hebr. 5:14. Dezen worden bij vergelijking van anderen volmaakten genaamd; anderszins is hier niemand volmaakt in kennis zolang hij leeft, 1 Kor. 13:9. verwijsteksten
g Jak. 3:15. verwijsteksten
13 Dat is, die van het menselijk vernuft bedacht en groot geacht wordt.
14 Dat is, der wijzen en machtigen, gelijk vers 8. verwijsteksten
h 1 Kor. 15:24. verwijsteksten
15 Namelijk met al hun wijsheid en macht, overmits die buiten deze wereld geen gebruik heeft.
 
7 Maar wij spreken 16de wijsheid iGods, bestaande kin 17verborgenheid, die bedekt was, 18welke God tevoren verordineerd heeft tot onze heerlijkheid, 19eer de wereld was;
16 Dat is, die God ons tot onze zaligheid heeft geopenbaard.
i Rom. 16:25. verwijsteksten
k 1 Kor. 4:1. verwijsteksten
17 Zo noemt de apostel de leer des Evangelies, omdat dezelve door geen menselijke wijsheid ooit is gevonden, maar was voor haar bedekt, totdat God die door Zijn profeten en apostelen heeft geopenbaard.
18 Namelijk wijsheid Gods; waardoor verstaan wordt óf de Persoon van Christus, Die 1 Kor. 1:24 ook de Wijsheid Gods genaamd wordt; óf de verborgenheden onzer zaligheid in Christus bij God voorgenomen, en daarna in het Evangelie geopenbaard tot onze heerlijkheid, Luk. 2:32. Beide komt met het volgende wel overeen. verwijsteksten
19 Gr. voor de eeuwen.
 
8 lWelke 20niemand van de oversten dezer wereld gekend heeft; mwant indien zij ze gekend hadden, zo zouden zij 21den Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben.
l Matth. 11:25. Joh. 7:48. Hand. 13:27. 2 Kor. 3:14. verwijsteksten
20 Namelijk uit hun natuurlijke rede of verstand, hoe groot en hoe kloek hetzelve ook was. Hoedanige Herodes, Pilatus, Kajafas en andere machtigen in deze wereld geweest zijn, alsook de filosofen, schriftgeleerden en dergelijken. Anderszins heeft Abraham ook door Gods Geest en openbaring Zijn dag gezien, Joh. 8:56, en David heeft zich daarin verheugd, Ps. 16:9, met andere godzalige koningen en profeten, Luk. 10:24, en ook sommigen van de oversten der Joden, als Nicodemus en Jozef van Arimathea, hebben Hem gekend; maar dezen waren weinigen, en hebben met Zijn dood niet ingestemd, Luk. 23:51. Zie dergelijke wijze van spreken Joh. 3:32. verwijsteksten
m Joh. 16:3. Hand. 3:17; 13:27. 1 Tim. 1:13. verwijsteksten
21 Namelijk Die het Hoofdstuk is van deze wijsheid Gods. Zo wordt Christus genaamd ten aanzien van Zijn Goddelijke natuur, Ps. 24:7. Hand. 7:2, Die gekruist is naar Zijn menselijke natuur. Zie dergelijke wijze van spreken Joh. 3:13. Hand. 3:15; 20:28. verwijsteksten
 
9 Maar gelijk geschreven is: nHetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en 22in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien die Hem liefhebben.
n Jes. 64:4. verwijsteksten
22 Deze woorden voegt de apostel tot nadere verklaring van de voorgaande profetische woorden daartussen, om te tonen dat de verborgenheden des Evangelies en de grootte der heerlijkheid, die God Zijn gelovigen hiernamaals bereid heeft, zo waardig zijn, dat niet alleen geen oog en geen oor, maar zelfs geen vernuft die ooit van zichzelven heeft kunnen bedenken of ook verstaan. Zie 1 Petr. 1:10, 11, 12. verwijsteksten
 
10 oDoch God heeft het 23ons geopenbaard door 24Zijn Geest; want de Geest 25onderzoekt alle dingen, ook 26de diepten Gods.
o Matth. 13:11. 2 Kor. 3:18. verwijsteksten
23 Namelijk die God liefhebben. Want dat de apostel niet alleen van de apostelen spreekt, maar ook van degenen die door hun woord in Christus geloven, blijkt uit het volgende.
24 Namelijk Welke door het Woord en met het Woord in ons krachtig is. Zie 2 Kor. 3:8. 1 Joh. 2:27. verwijsteksten
25 Dit zegt de apostel, niet omdat de Heilige Geest, Die in ons woont, van enige Goddelijke zaak onwetende zou zijn, die Hij zou moeten zoeken te weten, maar omdat Hem ook de allerdiepste zaken Gods, als eenzelfde God met den Vader en met den Zoon, klaarlijk bekend zijn; gelijk God wordt gezegd de harten en nieren te doorzoeken omdat zij voor Hem bloot en bekend zijn, Rom. 8:27. Openb. 2:23. verwijsteksten
26 Dat is, den allerverborgensten raad Gods. Zie Jes. 40:13. verwijsteksten
 
11 pWant wie van de mensen weet hetgeen des mensen is, dan 27de geest des mensen, die in hem is? Alzo weet ook 28niemand hetgeen Gods is, dan de Geest Gods.
p Spr. 27:19. Jer. 17:9. verwijsteksten
27 Dat is, de redelijke ziel en het verstand des mensen weet wat in hen is. Zie 1 Joh. 3:20. verwijsteksten
28 Namelijk onder de schepselen. Want de Zoon kent den Vader, en de Vader den Zoon, Matth. 11:27, en hier ook de Heilige Geest, als een enig God met den Vader en den Zoon, Rom. 8:27. verwijsteksten
 
12 Doch wij hebben niet ontvangen den geest 29der wereld, qmaar den Geest 30Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons van God 31geschonken zijn;
29 Dat is, die wereldse dingen leert, en in wereldse dingen zijn vermaak heeft of geluk stelt.
q Rom. 8:15. verwijsteksten
30 Dat is, Die van God uitgaat en Zijn kinderen beloofd en gegeven wordt, Joh. 14:16. Rom. 8:15. verwijsteksten
31 Namelijk tot onzen troost en zaligheid, dat is, Christus en Zijn weldaden, Rom. 8:32. Kol. 2:9, 10. verwijsteksten
 
13 Dewelke wij ook spreken, rniet met woorden die de menselijke wijsheid leert, maar met 32woorden 33die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke 34samenvoegende.
r vers 4. 1 Kor. 1:17. 2 Petr. 1:16. verwijsteksten
32 Of: redenen, bewegingen.
33 Namelijk in Zijn Goddelijke ingevingen en Schriften, niet opgepronkt met menselijke welsprekendheid, maar krachtig in hun geestelijke eenvoudigheid.
34 Of: vergelijkende. Gr. tezamen oordelende; dat is, gelijk de leer geestelijk is, zo stellen wij die ook voor, niet met wereldse, maar met geestelijke woorden.
 
14 Maar 35de natuurlijke mens 36begrijpt niet de dingen die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem 37dwaasheid, en hij 38kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk 39onderscheiden worden.
35 Gr. de ziellijke mens, dat is, die geen andere of hogere wijsheid heeft, dan die hem het licht der natuur en het menselijk vernuft leert. Zie Jud. vs. 19. verwijsteksten
36 Namelijk om dezelve aan te nemen en zichzelven tot zaligheid toe te eigenen, Rom. 8:5. Zie een voorbeeld Hand. 17:18; 25:19. verwijsteksten
37 Zie 1 Kor. 1:21, 22, 23. verwijsteksten
38 Namelijk dan door de genade en kracht van Gods Geest, Die het verstand verlicht en de harten opent, Hand. 16:14. verwijsteksten
39 Gr. geoordeeld, dat is, van menselijke en wereldse leringen met oordeel onderscheiden.
 
15 sDoch 40de geestelijke mens onderscheidt wel 41alle dingen, maar hij zelf wordt van 42niemand 43onderscheiden.
s Spr. 28:5. verwijsteksten
40 Dat is, die door den Geest Gods is verlicht en wedergeboren.
41 Namelijk ter zaligheid nodig. Want ook de gelovigen dwalen somtijds wel in sommige zaken, maar die ter zaligheid zo nodig niet zijn; of wanneer zij deze gave der onderscheiding niet genoeg opwekken door naarstigheid en gebeden. Zie Joh. 10:4, 27. 1 Thess. 5:21. 1 Joh. 4:1. verwijsteksten
42 Namelijk die niet wedergeboren of geestelijk is; anderszins moet ook de geest der profeten den profeten onderworpen zijn, 1 Kor. 14:29, 32. verwijsteksten
43 Of: geoordeeld, dat is, met oordeel onderscheiden, gelijk vers 14. verwijsteksten
 
16 tWant wie heeft 44den zin des Heeren gekend, die Hem zou onderrichten? Maar wij hebben 45den zin van Christus.
t Jes. 40:13. Rom. 11:34. verwijsteksten
44 Of: den Geest des Heeren, gelijk Jes. 40:13, waar deze woorden staan, uitgedrukt wordt. Dat is, den zin of de mening van den Geest des Heeren, Rom. 8:27. verwijsteksten
45 Dat is, de mening van Christus is ons bekendgemaakt door Zijn Woord en door Zijn Geest, gelijk hiervoor verklaard is, vss. 10, 12. verwijsteksten

Einde 1 Korinthe 2