Statenvertaling.nl

sample header image

Lukas 4 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Lukas 4

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

1 Christus vast in de woestijn veertig dagen, en wordt van den duivel verzocht. 14 Keert wederom naar Galilea, en leert in de synagoge te Nazareth, uit Jesaja 61, dat Hij de beloofde Messias was. 23 En wijst aan met de voorbeelden van Elia en Elisa, waarom Hij daar geen wonderwerken deed. 28 Waarom zij toornig zijnde, trachten Hem te doden. 31 Leert te Kapernaüm op den sabbat. 33 En drijft aldaar een duivel uit. 38 Geneest de schoonmoeder van Petrus van de koorts, en vele andere kranken en bezetenen. 42 Gaat vandaar en predikt ook in de andere steden van Galilea.
 
De verzoeking in de woestijn
1 EN aJezus, vol des Heiligen Geestes, keerde weder van de Jordaan, en werd 1door den Geest geleid in de woestijn,
a Matth. 4:1. Mark. 1:12. verwijsteksten
1 Gr. in den Geest, namelijk van Welken Hij tevoren gesproken had.
 
2 En werd 2veertig dagen verzocht van den duivel, ben 3at gans niet in die dagen; en als dezelve geëindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste.
2 Doch voornamelijk op het einde, wanneer Hem de satan op het allerheftigst verzocht heeft, gelijk blijkt uit Matth. 4:2. verwijsteksten
b Ex. 34:28. 1 Kon. 19:8. verwijsteksten
3 Van dit vasten van Christus, mitsgaders deze verzoekingen, zie de verklaringen op Mattheüs 4. verwijsteksten
 
3 En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen dat hij brood worde.
4 En Jezus antwoordde hem, zeggende: cEr is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.
c Deut. 8:3. Matth. 4:4. verwijsteksten
 
5 4En als Hem de duivel geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld in een 5ogenblik tijds.
4 Mattheüs verhaalt dit voor de derde verzoeking, Matth. 4:8, waaruit blijkt dat de evangelisten zich zozeer niet binden aan de orde als aan de zaak zelve. verwijsteksten
5 Gr. stipje of puntje des tijds.
 
6 En de duivel zeide tot Hem: Ik zal U al deze macht en de heerlijkheid derzelver koninkrijken geven; 6want zij is mij overgegeven, en ik geef haar wien ik ook wil;
6 Hoewel de duivel tegen de waarheid zichzelven dit toeschrijft, als zijnde een leugenaar, Joh. 8:44, nochtans zo misbruikt hij dikwijls, door Gods toelating en rechtvaardig oordeel tegen de zonden der mensen, de eer en de rijkdommen der wereld, om de mensen te verleiden, zichzelven gedragende als een overste en god dezer wereld, Joh. 12:31. 2 Kor. 4:4. Ef. 6:12. verwijsteksten
 
7 Indien Gij dan mij zult 7aanbidden, zo zal het alles Uwe zijn.
7 Of: voor mij nedervallen, namelijk om mij aan te bidden.
 
8 En Jezus antwoordende zeide tot hem: 8Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: dGij zult den Heere uw God aanbidden en Hem alleen dienen.
8 Gr. Ga weg achter Mij.
d Deut. 6:13; 10:20. 1 Sam. 7:3. verwijsteksten
 
9 En hij leidde Hem naar Jeruzalem en stelde Hem op de tinne des tempels en zeide tot Hem: Indien Gij de Zone Gods zijt, werp Uzelven vanhier nederwaarts;
10 Want er is geschreven, edat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen;
e Ps. 91:11. verwijsteksten
 
11 En dat zij U op de handen nemen zullen, opdat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.
12 En Jezus antwoordende zeide tot hem: Er is gezegd: fGij zult den Heere uw God niet verzoeken.
f Deut. 6:16. verwijsteksten
 
13 En als de duivel alle verzoeking voleindigd had, week hij van Hem 9voor een tijd.
9 Want het blijkt dat hij tegen den tijd van Zijn lijden Hem wederom heftiglijk aangevallen heeft, Joh. 14:30. verwijsteksten
 
Het begin van Jezus’ prediking
14 gEn Jezus keerde weder 10door de kracht des Geestes naar Galiléa; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land.
g Matth. 4:12. Mark. 1:14. Joh. 4:43. Hand. 10:37. verwijsteksten
10 Gr. in de kracht.
 
15 En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen 11geprezen.
11 Gr. verheerlijkt.
 
Jezus in Nazareth verworpen
16 hEn Hij kwam te Nazareth, waar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op den dag 12des sabbats in de synagoge, ien stond op om te lezen.
h Matth. 13:54. Mark. 6:1. Joh. 4:43. verwijsteksten
12 Gr. der sabbatten.
i Neh. 8:5, 6. verwijsteksten
 
17 En Hem werd 13gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek 14opengedaan had, vond Hij 15de plaats waar geschreven was:
13 Dat is, gelangd, of toegereikt. Zie Hand. 13:15. verwijsteksten
14 Gr. ontvouwd of ontrold had, gelijk veeltijds de boeken in oude tijden op perkamenten of papieren rollen geschreven werden, Ps. 40:8. Hebr. 10:7. Openb. 6:14. verwijsteksten
15 Hier schijnt Christus twee plaatsen uit Jesaja samengevoegd te hebben; want sommige van deze woorden staan Jes. 61:1, en sommige Jes. 42:7. verwijsteksten
 
18 kDe Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden lom den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken zijn van hart;
k Jes. 61:1. verwijsteksten
l Matth. 11:5. verwijsteksten
 
19 mOm den gevangenen te prediken loslating en den blinden 16het gezicht, om 17de verslagenen heen te zenden 18in vrijheid; om te prediken 19het aangename jaar des Heeren.
m Jes. 42:7; 61:1, 2. verwijsteksten
16 Gr. het verkrijgen des gezichts.
17 Of: verwonden.
18 Gr. in loslating.
19 Zo wordt de tijd van de toekomst van den Messias en van de predicatie des Evangelies genaamd, omdat het aangename jubeljaar daarvan een voorbeeld is geweest, op welke alle goederen die vervreemd waren, tot hun eersten eigenaar kwamen, en alle dienstknechten uit de Israëlieten in vrijheid gesteld werden, Lev. 25:8, enz. verwijsteksten
 
20 En als Hij het boek toegedaan en 20den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen.
20 Namelijk van den overste der synagoge.
 
21 En Hij begon tot hen te zeggen: 21Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.
21 Dat is, gij hoort nu met uw oren dat heden geschiedt hetgeen in deze profetie tevoren gezegd is.
 
22 En zij gaven Hem allen 22getuigenis, nen verwonderden zich 23over de aangename woorden die uit Zijn mond voortkwamen, en zeiden: oIs Deze niet de Zoon van Jozef?
22 Namelijk dat Hij een voortreffelijk Leraar was. Zie Mark. 6:2. verwijsteksten
n Jes. 50:4. Matth. 13:54. Mark. 6:2. Luk. 2:47. verwijsteksten
23 Gr. over de woorden der genade of aangenaamheid. Zie Ps. 45:3. Joh. 1:14. verwijsteksten
o Joh. 6:42. verwijsteksten
 
23 En Hij zeide tot hen: Gij zult zonder twijfel tot Mij 24dit spreekwoord zeggen: Medicijnmeester, genees Uzelven; al wat wij gehoord hebben pdat in 25Kapérnaüm geschied is, doe dat ook hier in Uw vaderland.
24 Gr. deze parabel.
p Matth. 4:13. verwijsteksten
25 Waar Christus Zijn woonplaats voordezen genomen had en vele wonderen gedaan, Matth. 4:13; 11:23. verwijsteksten
 
24 En Hij zeide: Voorwaar Ik zeg u, qdat geen 26profeet aangenaam is in zijn vaderland.
q Matth. 13:57. Mark. 6:4. Joh. 4:44. verwijsteksten
26 Dat is, leraar van het Woord Gods.
 
25 Maar Ik zeg u in der waarheid: Er waren rvele weduwen in Israël in de dagen van Elía, toen de hemel drie jaren en zes maanden 27gesloten was, zodat er grote hongersnood werd over het gehele land.
r 1 Kon. 17:7. Jak. 5:17. verwijsteksten
27 Dat is, zonder regenen, 1 Kon. 17:1, 7. verwijsteksten
 
26 En tot geen van haar werd Elía gezonden dan naar Sarepta 28Sidonis, tot een vrouw die weduwe was.
28 Dat is, liggende onder het gebied der stad Sidon.
 
27 En er waren svele melaatsen in Israël 29ten tijde van den profeet Elísa; en geen van hen werd gereinigd dan Naäman, de Syriër.
s 2 Kon. 5:14. verwijsteksten
29 Of: onder den profeet Elisa.
 
28 En zij werden allen in de synagoge met toorn vervuld als zij dit hoorden.
29 En opstaande wierpen zij Hem uit buiten de stad, en leidden Hem op den top des bergs op denwelken hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen.
30 Maar Hij, door het midden van hen 30doorgegaan zijnde, ging weg.
30 Namelijk hun ogen door Zijn Goddelijke kracht houdende dat zij Hem niet zagen, of hen wederhoudende, alzo Zijn ure nog niet gekomen was, Joh. 7:30. verwijsteksten
 
De eerste genezing op den sabbat
31 tEn Hij kwam af te Kapérnaüm, een stad van Galiléa, en leerde hen op de sabbatdagen.
t Matth. 4:13. Mark. 1:21. verwijsteksten
 
32 vEn zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was 31met macht.
v Matth. 7:29. Mark. 1:22. verwijsteksten
31 Gr. in macht, dat is, van groot aanzien en kracht, Matth. 7:29. verwijsteksten
 
33 xEn in de synagoge was een mens, hebbende een geest 32eens onreinen duivels, en riep uit met grote stem,
x Mark. 1:23. verwijsteksten
32 Dat is, die een onreine duivel was.
 
34 Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazaréner? Zijt Gij gekomen om ons te verderven? Ik ken U wie Gij zijt, namelijk 33de Heilige Gods.
33 Dat is, de Zaligmaker, Die daartoe van God geheiligd of afgezonderd is, Joh. 10:36. verwijsteksten
 
35 En Jezus bestrafte hem, zeggende: 34Zwijg stil en ga van hem uit. En de duivel hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit zonder hem iets 35te beschadigen.
34 Gr. Word gemuilband. Zie de aant. op Mark. 1:25. verwijsteksten
35 Of: te kwetsen.
 
36 En er kwam een verbaasdheid over allen, en zij spraken tezamen tot elkander, zeggende: Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt en zij varen uit?
37 En het gerucht van Hem ging uit in alle plaatsen des omliggenden lands.
 
De schoonmoeder van Petrus
38 yEn Jezus opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van 36Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar.
y Matth. 8:14. Mark. 1:29. verwijsteksten
36 Namelijk Petrus. Zie Matth. 8:14. verwijsteksten
 
39 En staande 37boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonden aan opstaande, diende henlieden.
37 Of: over haar, namelijk met Zijn hoofd over haar buigende, om haar aan te spreken.
 
40 zEn 38als de zon onderging, allen die kranken hadden, met verscheidene ziekten bevangen, brachten die tot Hem, aen Hij legde een iegelijk van hen de handen op en genas dezelve.
z Matth. 8:16. Mark. 1:32. verwijsteksten
38 Dat is, als de sabbat over was. Zie Mark. 1:32. verwijsteksten
a Mark. 7:32; 8:23, 25. verwijsteksten
 
41 bEn er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zone Gods. En hen bestraffende, liet Hij die niet 39spreken, omdat zij wisten dat Hij de Christus was.
b Mark. 1:34; 3:11. verwijsteksten
39 Of zeggen dat zij wisten dat Hij die Christus was. De reden hiervan zie Mark. 1:25. verwijsteksten
 
Prediking in geheel Galiléa
42 cEn als het dag werd, ging Hij uit en trok naar 40een woeste plaats; en de scharen zochten Hem en kwamen tot bij Hem en hielden Hem op, dat Hij van hen niet zou weggaan.
c Mark. 1:35. verwijsteksten
40 Dat is, een eenzame plaats, om alleen te zijn.
 
43 Maar Hij zeide tot hen: Ik moet ook anderen steden 41het Evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen; want daartoe ben Ik 42uitgezonden.
41 Gr. het Koninkrijk Gods evangeliseren.
42 Namelijk van God den Vader.
 
44 En Hij predikte in de synagogen van Galiléa.

Einde Lukas 4