Statenvertaling.nl

sample header image

Numeri 12 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Numeri 12

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

Mirjam met melaatsheid gestraft
1 MIRJAM nu sprak en Aäron tegen Mozes ter oorzake der vrouw, der Cuschitische, die hij genomen had; want hij had een Cuschitische ter vrouw genomen.
2 En zij zeiden: Heeft dan de HEERE maar alleen door Mozes gesproken? Heeft Hij ook niet door ons gesproken? En de HEERE hoorde het.
3 Doch de man Mozes was zeer zachtmoedig, meer dan alle mensen die op den aardbodem waren.
4 Toen sprak de HEERE haastelijk tot Mozes en tot Aäron en tot Mirjam: Gij drie, komt uit tot de tent der samenkomst. En zij drie kwamen uit.
5 Toen kwam de HEERE af in de wolkkolom en stond aan de deur der tent; daarna riep Hij Aäron en Mirjam, en zij beiden kwamen uit.
6 En Hij zeide: Hoort nu Mijn woorden. Zo er een profeet onder u is, Ik, de HEERE, zal door een gezicht Mij aan hem bekendmaken, door een droom zal Ik met hem spreken.
7 Alzo is Mijn knecht Mozes niet, adie in Mijn ganse huis getrouw is. a Hebr. 3:2. verwijsteksten
8 Van mond btot mond spreek Ik met hem, en door aanzien en niet door duistere woorden; en de gelijkenis des HEEREN aanschouwt hij; waarom dan hebt gijlieden niet gevreesd tegen Mijn knecht, tegen Mozes te spreken? b Ex. 33:11. Deut. 34:10. verwijsteksten
9 Zo ontstak des HEEREN toorn tegen hen, en Hij ging weg.
10 En de wolk week van boven de tent; en zie, Mirjam was melaats, wit als de sneeuw. En Aäron zag Mirjam aan, en zie, zij was melaats.
11 Daarom zeide Aäron tot Mozes: Och, mijn heer, leg toch niet op ons de zonde waarmede wij zottelijk gedaan en waarmede wij gezondigd hebben.
12 Laat zij toch niet zijn als een dode, van wiens vlees, als hij uit zijner moeders lijf uitgaat, de helft wel verteerd is.
13 Mozes dan riep tot den HEERE, zeggende: O God, heel haar toch.
14 En de HEERE zeide tot Mozes: Zo haar vader smadelijk in haar aangezicht gespogen had, zou zij niet zeven dagen beschaamd zijn? cLaat haar zeven dagen buiten het leger gesloten en daarna aangenomen worden. c Lev. 13:46. verwijsteksten
15 Zo werd Mirjam buiten het leger zeven dagen gesloten; en het volk verreisde niet, totdat Mirjam aangenomen werd.
16 Maar daarna verreisde het volk van Hazerôth; en zij legerden zich in de woestijn Paran.

Einde Numeri 12