Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).
1 ALS nu een mens zal gezondigd hebben, dat hij gehoord heeft een stem des vloeks, waarvan hij getuige is, hetzij dat hij het gezien of geweten heeft; indien hij het niet te kennen geeft, zo zal hij zijn ongerechtigheid dragen. |
2 aOf wanneer een mens enig onrein ding zal aangeroerd hebben, hetzij het dode aas van een wild onrein gedierte of het dode aas van een stuk onrein vee of het dode aas van een onrein kruipend gedierte, al is het voor hem verborgen geweest, nochtans is hij onrein en schuldig. a Hagg. 2:14. 2 Kor. 6:17. |
a Hagg. 2:14 En Haggaï zeide: Indien iemand die onrein is van een dood lichaam, iets van die dingen aanroert, zal het onrein worden? En de priesters antwoordden en zeiden: Het zal onrein worden. 2 Kor. 6:17 Daarom, gaat uit het midden van hen en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan hetgeen onrein is, en Ik zal ulieden aannemen. |
3 Of als hij zal aangeroerd hebben de onreinheid van een mens, naar al zijn onreinheid waarmede hij onrein wordt, en het is voor hem verborgen geweest, en hij is het gewaargeworden, zo is hij schuldig. |
4 Of als een mens zal gezworen hebben, onbedachtelijk met zijn lippen uitsprekende om kwaad te doen of om goed te doen, naar al wat de mens in den eed onbedachtelijk uitspreekt, en het is voor hem verborgen geweest, en hij is het gewaargeworden, zo is hij aan een van die schuldig. |
5 Het zal dan geschieden als hij aan een van die schuldig is, dat hij belijden zal waarin hij gezondigd heeft, |
6 En tot zijn schuldoffer den HEERE voor zijn zonde die hij gezondigd heeft, brengen zal een wijfje van kleinvee, een lam of een jonge geit, voor de zonde; zo zal de priester voor hem vanwege zijn zonde verzoening doen. |
7 bMaar indien zijn hand zoveel niet bereiken kan als genoeg is tot een stuk kleinvee, zo zal hij tot zijn offer voor de schuld die hij gezondigd heeft, den HEERE twee tortelduiven of twee jonge duiven brengen, een ten zondoffer en een ten brandoffer. b Lev. 12:8. Luk. 2:24. |
b Lev. 12:8 Maar indien haar hand niet genoeg voor een lam vindt, zo zal zij twee tortelduiven of twee jonge duiven nemen, een ten brandoffer en een ten zondoffer; en de priester zal voor haar verzoening doen; zo zal zij rein zijn. Luk. 2:24 En opdat zij offerande gaven naar hetgeen dat in de wet des Heeren gezegd is, een paar tortelduiven of twee jonge duiven. |
8 En hij zal die tot den priester brengen, dewelke eerst die zal offeren die tot het zondoffer is; en zal haar hoofd cmet zijn nagel nevens haar nek splijten, maar niet afscheiden. c Lev. 1:15. |
c Lev. 1:15 En de priester zal die tot het altaar brengen en deszelfs hoofd met zijn nagel splijten en op het altaar aansteken; en zijn bloed zal aan den wand des altaars uitgeduwd worden. |
9 En van het bloed des zondoffers zal hij aan den wand van het altaar sprengen; maar het overgeblevene van dat bloed zal uitgeduwd worden aan den bodem van het altaar; het is een zondoffer. |
10 En de andere zal hij ten brandoffer maken, dnaar de wijze; zo zal de priester voor hem vanwege zijn zonde die hij gezondigd heeft, verzoening doen, en het zal hem vergeven worden. d Lev. 1:15. |
d Lev. 1:15 En de priester zal die tot het altaar brengen en deszelfs hoofd met zijn nagel splijten en op het altaar aansteken; en zijn bloed zal aan den wand des altaars uitgeduwd worden. |
11 Maar indien zijn hand niet reiken kan aan twee tortelduiven of twee jonge duiven, zo zal hij die gezondigd heeft, tot zijn offerande brengen het tiende deel van een efa meelbloem ten zondoffer; hij zal geen olie daarover doen, noch wierook daarop leggen, want het is een zondoffer. |
12 En hij zal dat tot den priester brengen, en ede priester zal daarvan zijn hand vol tot deszelfs gedachtenis grijpen, en fdat aansteken op het altaar, op de vuuroffers des HEEREN; het is een zondoffer. e Lev. 2:2. f Lev. 4:35. |
e Lev. 2:2 En hij zal het brengen tot de zonen van Aäron, de priesters, een van welke daarvan zijn hand vol grijpen zal uit deszelfs meelbloem en uit deszelfs olie, met al deszelfs wierook; en de priester zal deszelfs gedenkoffer aansteken op het altaar; het is een vuuroffer tot een lieflijken reuk den HEERE. f Lev. 4:35 En al het vet daarvan zal hij afnemen, gelijk als het vet van het lam des dankoffers afgenomen wordt; en de priester zal die aansteken op het altaar, op de vuuroffers des HEEREN; en de priester zal voor hem verzoening doen over zijn zonde die hij gezondigd heeft, en het zal hem vergeven worden. |
13 Zo zal de priester voor hem verzoening doen over zijn zonde die hij gezondigd heeft in enige van die stukken, en het zal hem vergeven worden; en ghet zal van den priester zijn, gelijk het spijsoffer. g Lev. 2:3. |
g Lev. 2:3 Wat nu overblijft van het spijsoffer zal van Aäron en zijn zonen zijn; het is een heiligheid der heiligheden van de vuuroffers des HEEREN. |
Het schuldoffer |
14 Wijders sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: |
15 Als een mens door overtreding overtreden en door afdwaling gezondigd zal hebben, wat ontwendende van de heilige dingen des HEEREN, zo zal hij tot zijn schuldoffer den HEERE brengen een volkomen ram uit de kudde, met uw schatting haan zilveren sikkelen, naar iden sikkel des heiligdoms, ten schuldoffer. h Lev. 27:2, 3, enz. i Ex. 30:13. |
h Lev. 27:2 Spreek tot de kinderen Israëls en zeg tot hen: Wanneer iemand een gelofte zal afgezonderd hebben, naar uw schatting zullen de zielen des HEEREN zijn. Lev. 27:3 Als uw schatting eens mans zal zijn van twintig jaren oud tot een die zestig jaren oud is, dan zal uw schatting zijn van vijftig sikkelen zilver, naar den sikkel des heiligdoms. i Ex. 30:13 Dit zullen zij geven, al wie tot de getelden overgaat: de helft eens sikkels, naar den sikkel des heiligdoms (deze sikkel is twintig gera); de helft eens sikkels is een hefoffer den HEERE. |
16 Zo zal hij wat hij zondigende heeft ontwend van de heilige dingen, wedergeven en zal deszelfs vijfde deel daarenboven toedoen, dat hij den priester geven zal; alzo zal de priester met den ram des schuldoffers voor hem verzoening doen, en het zal hem vergeven worden. |
17 En indien een mens zal gezondigd hebben en gedaan tegen een van alle geboden des HEEREN, hetwelk niet zou gedaan worden, al is het dat hij het niet geweten heeft, nochtans is hij schuldig en zal zijn ongerechtigheid dragen. |
18 En hij zal een volkomen ram uit de kudde tot den priester brengen, met uw schatting, ten schuldoffer; en de priester zal voor hem verzoening doen over zijn afdwaling door welke hij afgedwaald is, die hij niet geweten had; zo zal het hem vergeven worden. |
19 Het is een schuldoffer; hij heeft zich voorzeker schuldig gemaakt aan den HEERE. |