Statenvertaling.nl

sample header image

Ezechiël 23 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Ezechiël 23

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

Onder de namen van twee vrouwen, Ohola en Oholiba, stelt God wijdlopig voor, de hoererijen en overspelerijen van Samaria en Jeruzalem, of Israël en Juda, vss. 1, 2, enz. Insgelijks, 36, enz. Dies deze beide onverzadelijke overspeelsters geoordeeld en behandeld moesten worden naar het recht dat daartoe staat, 22, enz. Insgelijks, 45, enz.
 
Ohola en Oholiba
1 VERDER geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
2 Mensenkind, daar waren 1twee vrouwen, dochters van één moeder.1 Versta Juda en de tien stammen, beide afkomstig uit Israël. Vgl. Jer. 3:7, 8, 10. Ez. 16:44, 45. verwijsteksten
3 Dezen 2hoereerden in aEgypte; in haar 3jeugd hoereerden zij; daar werden haar borsten gedrukt, en daar werden de tepelen haars maagdoms 4betast.2 Dat is, bedreven afgoderij. Zie vss. 8, 19, enz. Lev. 17 op vers 7. Ez. 20:8. verwijsteksten
a Ez. 20:8. verwijsteksten
3 Als Ik hen eerst tot Mijn volk aannam. Zie Jer. 2:2. Hos. 2:2, met de aantt. verwijsteksten
4 Of: gehandeld. Hebr. zij handelden, of betastten; dat is, men deed het, het werd gedaan. Haar afgodische handelingen worden alzo verbloemenderwijze verhaald. Alzo vers 8, enz. Anders: bedorven, of verbroken. verwijsteksten
4 Haar 5namen nu waren: 6Ohola, de 7grootste, en 8Oholiba, haar zuster; en zij werden 9Mijne en baarden zonen en dochters; dit waren 10haar namen: Samaría is Ohola, en Jeruzalem Oholiba.5 Versta figuurlijke namen.
6 Dat is, haar tent of tabernakel; alzo noemt God de tien stammen, en Samaria (hun hoofdstad, Jes. 7:9, als volgt) omdat zij zich van Juda, Gods tempel en waren dienst hadden afgezonderd, en een godsdienst apart op zichzelven ingesteld. Zie 1 Kon. 12:16, 28, 29, enz. verwijsteksten
7 Alzo worden de tien stammen genoemd vanwege hun macht en aanzien.
8 Dat is, Mijn tent is in of onder haar. Alzo noemt God Jeruzalem en Juda, omdat Zijn tempel en godsdienst aldaar waren, die Hij Zelf had verordineerd.
9 Of: waren Mijne. Hebr. Mij, dat is, Ik trouwde ze, of had ze getrouwd, en een huwelijksverbond met haar gemaakt. Zie Ez. 16:8, 20. Want deze namen geeft God haar van hetgeen onder het staande huwelijk gebeurd is. verwijsteksten
10 Versta eigenlijke en niet figuurlijke namen.
5 Ohola nu hoereerde, zijnde 11onder Mij; en zij werd verliefd op haar 12boelen, op de 13Assyriërs, die 14nabij waren;11 Dat is, hoewel zij Mijn getrouwde vrouw en onder Mijn subjectie was, zo werd zij Mij nochtans ontrouw en boeleerde met anderen, in Mijn plaats, gelijk het Hebreeuwse woord ook kan worden overgezet, doch niet zonder zulke vervulling van den zin.
12 De heidense volken, met welke zij verbond maakte en derzelver afgoden aannam. Zie vss. 7, 30, enz. verwijsteksten
13 Hebr. Assur.
14 Zie 2 Kon. 15:19. Jes. 7:8, 17, 18. Hos. 8:9, 10, enz. verwijsteksten
6 Bekleed met hemelsblauw, vorsten en overheden, altemaal 15gewenste jongelingen, ruiters, rijdende op paarden.15 Hebr. jongelingen van de begeerte, of van den wens, dat is, begeerlijke, gewenste, en alzo lieflijke, aangename, enz. Alzo vss. 12, 23. verwijsteksten
7 Alzo 16dreef zij haar hoererijen met dezelve, die allen de keur der 17kinderen van Assur waren; en 18met allen op dewelke zij verliefd was, met al derzelver drekgoden verontreinigde zij zich.16 Hebr. eigenlijk: gaf, of overgaf zij haar hoererijen aan hen. Dat is, zij stelde zich als een onbeschaamde hoer.
17 Dat is, Assyriërs. Zie Ez. 16:26. Alzo vers 23, en kinderen van Babel, vss. 15, 23. verwijsteksten
18 Of, de woorden een weinig verzet zijnde, aldus: en zij verontreinigde zich met al derzelver drekgoden, en met allen op dewelke zij verliefd was.
8 Zij verliet ook niet haar hoererijen, gebracht uit 19Egypte; want zij hadden bij haar in haar jeugd gelegen, en zij hadden de tepelen haars maagdoms 20betast, en zij hadden hun hoererij over haar uitgestort.19 Als vers 3. Men kan dit specialijk duiden op de afgoderij van de gouden kalveren, eerst in de woestijn, daarna te Dan en Bethel opgericht, en op de verbonden, met Egypte gemaakt. Zie 2 Kon. 17:4. verwijsteksten
20 Als vers 3. verwijsteksten
9 Daarom gaf Ik haar in de hand harer boelen over, in de hand der kinderen van bAssur, op dewelke zij 21verliefd was.b 2 Koningen 17; 18. verwijsteksten
21 En nochtans van dezelve naderhand was afgevallen, 2 Kon. 17:4. verwijsteksten
10 Dezen 22ontdekten haar schaamte, haar zonen en haar dochters namen zij weg, maar 23haar doodden zij met het zwaard; en zij kreeg een 24naam onder de vrouwen, nadat men 25gerichten over haar geoefend had.22 Zie Ez. 16:37. verwijsteksten
23 Het voornaamste gedeelte van het volk. Vgl. vers 25. verwijsteksten
24 Dat is, zij werd vermaard als een bijzonder voorbeeld en spiegel van Gods rechtvaardig oordeel, onder alle volken.
25 Dat is, haar gestraft, om haar trouweloosheid, tegen God en haar bondgenoten begaan.
11 Als haar zuster 26Oholiba dit zag, zo verdierf zij haar minne nog meer dan 27die, en haar hoererijen meer dan de hoererijen van haar zuster.26 Jeruzalem en Juda, als vers 4. verwijsteksten
27 Zij maakte het erger dan Ohola, dat is, de tien stammen, zich niet spiegelende aan derzelver voorbeeld. Vergelijk dit met Jer. 3:8, 9, 10, 11. Ez. 16:47, 51. verwijsteksten
12 Zij werd verliefd op de kinderen van c28Assur, de vorsten en overheden, die 29nabij waren, bekleed met 30volkomen sieraad, ruiters, rijdende op paarden, altemaal 31gewenste jongelingen.c 2 Kon. 16:7. verwijsteksten
28 Zie Ez. 16:28. verwijsteksten
29 Als vers 5. verwijsteksten
30 Hebr. volkomenheid, te weten van sieraad.
31 Als vers 6. verwijsteksten
13 Toen zag Ik dat zij verontreinigd was; zij 32hadden beiden enerlei weg.32 Juda ging dezelfde gangen die Israël gegaan had. Zie vers 31. Gen. 6 op vers 12. verwijsteksten
14 Ja, zij deed tot haar hoererijen nog meer toe; want toen zij 33geschilderde mannen aan den 34wand zag, de beelden der Chaldeeën, geschilderd met 35menie,33 Hebr. mannen van het afgemaalde, of geschilderde, of gedrukte, gegraveerde. Zie Ez. 8:10. verwijsteksten
34 Te weten in haar eigen land, gelijk de uitlandse schilderijen, inzonderheid van prachtige natiën, overal plegen omgevoerd en nageschilderd te worden, om de nieuwsgierigheid, weetgierigheid en pronkzucht van vele mensen te voldoen.
35 Zie Jer. 22 op vers 14. verwijsteksten
15 Gegord met een gordel aan hun lendenen, hebbende 36overvloedig geverfde hoeden op hun hoofden, die allen in het aanzien hoofdmannen waren, naar de gelijkenis der kinderen van Babel, van Chaldéa, het 37land hunner geboorte;36 Of: geverfde overvloedige, of: zeer nederhangende, zwaaiende.
37 Vanwaar zij in Juda gevoerd waren, of immers gemaald of geschilderd naar het habijt dat men in Babel droeg.
16 Zo werd zij op dezelve 38verliefd 39met het opzien harer ogen, en zij zond boden tot hen, naar Chaldéa.38 Gelijk onkuise vrouwen op vreemde prachtige schilderijen ontstoken en verzot worden, alzo ging het Juda met de schilderijen der Chaldeeën. Zie een begin en vonk van zulks 2 Kon. 20:12, 13, enz. Ez. 16:29. verwijsteksten
39 Dat is, zo haast als zij ze met ogen aanzag, ontbrandde zij met een heidense, vleselijke en afgodische toegenegenheid.
17 De kinderen van Babel nu kwamen tot haar in tot het 40leger der minne, en verontreinigden haar met hun hoererij; ook verontreinigde zij zich met hen; daarna werd haar ziel van 41hen 42afgetrokken.40 Dat is, om bij haar te slapen, dat is, verbond met haar te maken.
41 Zij vervreemdde van de Chaldeeën en week van hen af, lust krijgende tot Egypte. Zie vers 21. verwijsteksten
42 Of: week af, scheidde zich, begaf zich af van hen (naar den aard van den onkuisen brand); alzo vss. 18, 22, 28. verwijsteksten
18 Alzo ontdekte zij haar hoererij en ontdekte haar schaamte; toen werd Mijn ziel van haar afgetrokken, gelijk als Mijn ziel was afgetrokken van haar 43zuster.43 Israël of de tien stammen, boven genoemd Ohola.
19 Doch zij vermenigvuldigde haar hoererijen, gedenkende aan de dagen harer jeugd, 44als zij gehoereerd had in het land van 45Egypte.44 Of: in dewelke, of: hoe.
45 Als vers 3. verwijsteksten
20 En zij werd verliefd meer dan 46derzelver bijwijven, 47welker vlees is als het vlees der ezels, en welker vloed is als de vloed der 48paarden.46 Egyptenaars, dat is, zij gedroeg zich veel onmatiger en zotter dan andere volken, die vanouds met Egypte waren verenigd geweest. Sommigen verstaan hier de Babyloniërs en Chaldeeën.
47 Egyptenaars (zie Ez. 16:26), die bovenmate zeer genegen en sterk waren tot lichamelijke en geestelijke hoererij. verwijsteksten
48 Of: hengsten.
21 Alzo hebt gij 49weder opgehaald de schandelijke daad uwer jeugd, als die van Egypte uw tepelen betastten vanwege de borsten uwer jeugd.49 Hebr. bezocht; welk woord in onze taal somtijds ook in die betekenis gebruikt wordt, als men spreekt van dit of dat eens weder te bezoeken, beproeven, ondernemen.
22 Daarom, o Oholiba, alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal uw 50boelen van dewelke uw ziel is 51afgetrokken, tegen u verwekken, en Ik zal hen van rondom tegen u aanbrengen.50 Zie Ez. 16:37. verwijsteksten
51 Versta van de Chaldeeën, als vers 17. verwijsteksten
23 De kinderen van Babel en alle Chaldeeën, 52Pekod en Soa en Koa, en alle kinderen van Assur met hen: gewenste jongelingen, die allen vorsten en overheden zijn, hoofdmannen en vermaarde lieden, die allen te paard rijden.52 Dit zijn namen van landen of contreien, behorende onder Babel, en welker inwoners in het krijgsheir van de Babyloniërs mede gebruikt zijn tegen Juda en Jeruzalem. Vgl. wijders Jer. 50:21 met de aant. Sommigen houden het voor namen van vorsten of krijgsoversten. verwijsteksten
24 Die zullen tegen u komen met 53karren, wagens en wielen, en met een vergadering van volken, rondassen en schilden en helmen; zij zullen zich rondom 54tegen u zetten; en Ik zal voor hun aangezicht het 55gericht stellen, en zij zullen u richten naar hun 56rechten.53 Of: strijdwagens, slagwagens; en van het volgende woord: rijwagens. In het Hebreeuws staan deze woorden alle in het enkelvoud: kar, wagen, wiel, rondas, schild, helm; naar het gebruik derzelver spraak.
54 Dat is, u belegeren.
55 Dat is, Ik zal hun het recht voorleggen dat zij over u gebruiken zullen, Ik zal hen gebruiken als executeurs van Mijn gerichten over u, Ik zal hen alzo regeren, dat zij u uw verdienden loon zullen geven.
56 Of: wijze, gewoonte, manieren van doen; zoals zij afvalligen en meinedigen, insgelijks overspeelsters, plegen te straffen; zie daarvan het volgende.
25 En Ik zal Mijn 57ijver tegen u zetten, dat zij in grimmigheid met u zullen handelen; zij zullen uw neus en uw oren 58afnemen, en 59het laatste van u zal door het zwaard vallen; zij zullen uw zonen en uw dochters wegnemen, en het laatste van u zal door het vuur verteerd worden.57 Mijn ernstige en rechtvaardige wraak over uw ontrouw, tegen Mij begaan.
58 Of: wegdoen, dat is, afsnijden; gelijk de Egyptenaars de overspeelsters plachten te doen; waardoor verder verstaan wordt alle soort van wreedheid, die de vijanden aan haar zouden bewijzen.
59 Dat is, wat laatst van u overig is, uw overblijfsel. Anders: uw laatste zal zijn dat gij door het zwaard vallen zult, dat is, het einde, of: eindelijk zult gij, enz. Alzo in het volgende.
26 Zij zullen u ook uw klederen duittrekken, en uw sieraadtuig wegnemen.d Ez. 16:39. verwijsteksten
27 Zo zal Ik uw schandelijkheid van u doen 60ophouden, mitsgaders uw hoererij, gebracht uit Egypteland; en gij zult uw ogen naar 61hen niet opheffen en aan Egypte niet meer gedenken.60 Vgl. Ez. 22:15. verwijsteksten
61 Te weten de Egyptenaars.
28 Want alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal u overgeven in de hand dergenen die gij haat, in de hand dergenen van dewelke uw ziel is afgetrokken.
29 Die zullen met u handelen uit haat, en al uw 62arbeid wegnemen, en u enaakt en bloot laten, dat uw hoerenschaamte ontdekt worde, mitsgaders uw schandelijkheid en uw hoererijen.62 Dat is, al wat gij met uw arbeid verkregen hebt, al uw goed.
e Ez. 16:39. verwijsteksten
30 Deze dingen 63zal men u doen, dewijl gij de heidenen nagehoereerd hebt, en omdat gij u met hun drekgoden verontreinigd hebt.63 Of: zal Ik u doen, zullen zij u doen, omdat het Hebreeuwse woord (als elders) zonder bepaling van personen gesteld is.
31 In den 64weg uwer zuster hebt gij gewandeld; daarom zal Ik haar 65beker in uw hand geven.64 Als vers 13. verwijsteksten
65 Den beker Mijns toorns, dien zij gedronken heeft; dat is, Ik zal u met gelijke straffen straffen, dewijl gij gelijke zonden gedaan hebt. Zie Job 21 op vers 20. Ps. 11 op vers 6. Jer. 25:15, enz. verwijsteksten
32 Alzo zegt de Heere HEERE: Gij zult den beker uwer zuster drinken, die diep en wijd is; gij zult tot 66belaching en spot worden; de beker houdt 67veel in.66 Als degenen die zich volgezopen hebben, plegen te worden.
67 Hebr. is veel in het houden, of om te houden, dat is, daar kan veel drank in, als wij spreken.
33 Van dronkenschap en 68jammer zult gij vol worden; 69de beker van uw zuster Samaría is een beker der verwoesting en der eenzaamheid.68 Het woord jammer of droefenis dient tot verklaring; alsof God zeide: Gij zult dronken en vol worden, maar het zal van droefenis en ellende zijn.
69 Anders: van of met den beker, enz., die, enz.
34 Gij zult hem drinken en uitzuigen, en 70zijn scherven zult gij brijzelen en uw 71borsten zult gij afrukken; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.70 Gelijk de dronken mensen, als razende, toornig en ontsteld zijnde, de drinkvaten wel in stukken smijten; alzo zult gij u uitermate verdrietig en ontsteld bevinden over Mijn straffen.
71 Met dewelke gij het geestelijke hoerdom gepleegd hebt; dat is, gij zult uzelve vanwege uw zonden verfoeien, door het gevoel der schrikkelijke straffen, die u daarom overkomen.
35 Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij Mijner fvergeten, en Mij achter uw 72rug geworpen hebt, zo draag gij ook uw 73schandelijkheid en uw hoererijen.f Jer. 2:32; 3:21; 13:25; 18:15. Ez. 22:12. verwijsteksten
72 Zie 1 Kon. 14 op vers 9. verwijsteksten
73 Dat is, de straf derzelve, alzo vers 49. verwijsteksten
36 En de HEERE zeide tot mij: Mensenkind, zoudt gij 74Ohola en Oholiba g75recht geven? Ja, vertoon haar haar gruwelen.74 Zie vers 4. verwijsteksten
g Ez. 20:4; 22:2. verwijsteksten
75 Zie Ez. 20 op vers 4; 22:2. verwijsteksten
37 Want zij hebben overspel gedaan, en er is 76bloed in haar handen; en zij hebben met haar drekgoden overspel gedaan; daartoe hebben zij ook haar kinderen, die zij 77Mij gebaard hadden, voor hen h78door het vuur laten doorgaan tot 79spijze.76 Inzonderheid van haar eigen kinderen. Zie vers 45. Ez. 16:36. verwijsteksten
77 Als zijnde Abrahams zaad en Mijn bondgenoten, insgelijks, geboren, staande nog Mijn huwelijk met haarlieden. Zie Ez. 16 op vers 20. verwijsteksten
h Ez. 16:21; 20:26, 31. verwijsteksten
78 Zie Ez. 16:20, 21, 36, 45, met de aantt. Insgelijks Ez. 20:31. verwijsteksten
79 Te weten des vuurs, dat is, om door het vuur verteerd te worden. Vgl. Ez. 16:20; 21:32, met de aantt. verwijsteksten
38 Nog hebben zij 80Mij dit gedaan: zij hebben 81Mijn heiligdom ten zelven dage verontreinigd en Mijn isabbatten ontheiligd.80 Of: tegen Mij.
81 Anders: Mijn heiligdommen, dat is, den tempel, waarin het heilige en allerheiligste waren.
i Ez. 22:8. verwijsteksten
39 Want als zij hun kinderen voor hun drekgoden k82geslacht hadden, zo kwamen zij op dienzelven dag in Mijn 83heiligdom om dat te ontheiligen; en zie, lalzo hebben zij gedaan in het midden van Mijn huis.k Ez. 16:21. verwijsteksten
82 Of: gekeeld, te weten ter ere der afgoden. Zie Ez. 16:20, 36, met de aantt. Insgelijks Jes. 57:5. verwijsteksten
83 Als willende Mij nog kwansuis ook enigszins dienen en eren. Vgl. 2 Kon. 21:4, 5. Jer. 7:9, 10; 11:15. Ez. 8:3, 6; 43:8. verwijsteksten
l 2 Kon. 21:4, enz. verwijsteksten
40 Dit is er ook, dat zij 84gezonden hebben tot mannen die van verre zouden komen; tot dewelke als een bode gezonden was, zie, zo kwamen zij, voor dewelke gij u wiest, uw ogen blankettet en u met sieraad versierdet;84 Om ongeoorloofde verbonden te maken met heidense volken, om welke aan te lokken en te onthalen, God verhaalt dat zij gelijke kunsten, praktijken, manieren en wijzen van doen gebruikt hebben, als de verdorven snode hoeren plegen te doen. Vgl. Spr. 7:16, 17, enz. verwijsteksten
41 En gij zat op een heerlijk bed, voor hetwelk een tafel toegericht was, men op hetwelk gij 85Mijn reukwerk en Mijn olie gezet hadt.m Spr. 7:17. verwijsteksten
85 Dat Ik u had gegeven, waarmede Ik u, als uw wettige Man, begiftigd en versierd had, en dat gij tot Mijn eer schuldig waart te gebruiken. Vgl. Ez. 16:16, 17, 18, 19. Hos. 2:7, 8. verwijsteksten
42 Als nu het geruis der menigte 86daarop stil was, zo 87zonden zij tot mannen uit de 88menigte der mensen, en daar werden 89wijnzuipers aangebracht uit de woestijn; die deden 90armringen aan 91haar handen en een 92sierlijke kroon op haar hoofden.86 Te weten op het voorzeide bed, dat is, als deze zusters haar verbondshandelingen met die grote uitlandse meesters bestierd hadden, zonden zij naar anderen. Anders: En in hen (namelijk Juda en Israël) was een stem van een vrolijke menigte (dat is, men hoorde er vreugde (als in hoerenhuizen) over de heidense verbonden), en met de menigte, of vanwege de menigte der mensen (dat is, van het gemeen gepeupel) werden Sabeeërs aangebracht, enz.
87 Te weten Ohola en Oholiba. Dit is hier ingevoegd tot aanvulling van den zin, uit vers 40. verwijsteksten
88 Dat is, van het gewone volk, of de slechte lieden.
89 Of: dronkaards, dronken mensen. Anders: Sabeeërs, omdat het Hebreeuwse woord beide zou kunnen betekenen, en van de woestijn mede vermeld wordt, zodat men hierdoor allerlei gespuis van verachtelijke natiën, als Sabeeërs (van dewelke zie Job 1 op vers 15), Arabieren, Moren, enz. (zijnde ook tot drinken en zuipen genegen), kan verstaan, jegens dewelke deze twee overspelige zusters zich als snode verachtelijke hoeren mede gedragen hebben. verwijsteksten
90 Of: armgesmijde, braceletten.
91 Te weten dezer hoeren.
92 Hebr. kroon des sieraads.
43 Toen 93zeide Ik van deze, die van overspelerijen 94verouderd was: 95Nu zullen zij hoereren de hoererijen dezer hoer, 96en die ook.93 Dat is, Ik dacht, menselijk gesproken, om de ongetemde boosheid des volks uit te drukken.
94 Of: versleten. Dit kan men duiden op Ohola, als welker hoererij al onder Jerobeam, na Salomo’s dood, begonnen had, of van Oholiba, die het langst in haar land gebleven is, of van elkeen dezer beiden. Anders: En Ik zeide deze oude haar overspelerijen aan, dat is, Ik bestrafte haar daarover door Mijn profeten, doch tevergeefs, als volgt.
95 Alsof de Heere zeide: Nu schijnt het, dat niettegenstaande haar ouderdom haar hoererij opnieuw weder beginnen zal. Anders: Nu zullen zij de hoererijen dezer hoer uithoereren, en zij zelve ook, dat is, nu zullen zij immers eens moede worden en ophouden, zo die van buiten komen om met deze hoeren te hoereren, als deze hoeren zelve; maar neen, het tegendeel is gebleken. Anders: dat zij nu met deze, dan met die hoereren. Deze woorden worden vanwege de kortheid verscheidenlijk overgezet.
96 Of: en ook der andere. Het zal nu weder aangaan. Of, als anderen, het zal eens ophouden met deze beiden.
44 En men ging tot haar in, gelijk men ingaat tot een vrouw die een hoer is; alzo gingen zij in tot Ohola en tot Oholiba, die 97schandelijke vrouwen.97 Hebr. vrouwen der schandelijkheid.
45 98Rechtvaardige mannen dan, die zullen haar n99richten naar het recht der overspeelsters, en naar het 100recht der bloedvergietsters, want zij zijn overspeelsters en 1bloed is in haar handen.98 Dit kan men in het gemeen nemen, alsof de Heere zeide: Alle eerlievende rechtvaardige mannen zullen deze hoeren moeten veroordelen. Of men kan het duiden op de Assyriërs en Babyloniërs, die rechtvaardigen genoemd worden, omdat zij de executeurs geweest zijn van Gods gerechtigheid over Israël en Juda, en zelfs gelegenheid en reden daartoe hadden, vanwege hun meinedigheid en rebellie; zie het volgende vers.
n Ez. 16:38. verwijsteksten
99 Of: veroordelen.
100 Zie Ez. 16 op vers 38. verwijsteksten
1 Als vers 37. verwijsteksten
46 Want alzo zegt de Heere HEERE: 2Ik zal een vergadering tegen haar doen opkomen, en zal haar ter beroering en ten roof overgeven.2 Of: Men zal, zij zullen, als Ez. 16:40. verwijsteksten
47 En de vergadering zal haar met ostenen stenigen, en dezelve met hun zwaarden nederhouwen; haar zonen en haar dochters zullen zij doden, en haar huizen met het vuur pverbranden.o Ez. 16:38, 40. verwijsteksten
p Ez. 16:41. verwijsteksten
48 Alzo zal Ik de schandelijkheid uit het land doen ophouden; opdat alle vrouwen onderwezen worden, dat zij naar uw schandelijkheid niet doen.
49 Alzo zullen zij uw schandelijkheid 3op u leggen, en gij zult de 4zonden uwer drekgoden dragen; en gijlieden zult weten dat Ik de Heere HEERE ben.3 Dat is, op uw hoofd, vergeldende en straffende u naar uw verdiensten.
4 Dat is, de straffen der zonden met uw drekgoden begaan, als vers 35. verwijsteksten

Einde Ezechiël 23