Statenvertaling.nl

sample header image

Ezechiël 22 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Ezechiël 22

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

Jeruzalems zonden bestraft
1 VERDER geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
2 Gij nu, mensenkind, zoudt gij der bloedstad recht geven? Zoudt gij ze arecht geven? Ja, maak haar bekend al haar gruwelen; a Ez. 20:4; 23:36. verwijsteksten
3 En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: O stad, die in haar midden bloed vergiet, opdat haar tijd kome, en drekgoden tegen zichzelve maakt om zich te verontreinigen.
4 Door uw bloed dat gij bvergoten hebt, zijt gij schuldig geworden, en met uw drekgoden die gij gemaakt hebt, hebt gij u cverontreinigd, en hebt uw dagen doen naderen en zijt tot uw jaren gekomen; daarom heb Ik u den heidenen overgegeven tot een dsmaad, en allen landen tot een spot. b 2 Kon. 21:16. c Ez. 20:30, 31. d Ez. 5:14. verwijsteksten
5 Die nabij en verre van u zijn, zullen u bespotten, gij onreine van naam en vol van onrust.
6 Zie, de vorsten van Israël zijn in u geweest, een ieder naar zijn kracht, om bloed te vergieten.
7 Vader en moeder hebben zij in u licht geacht; met den vreemdeling hebben zij in het midden van u door verdrukking gehandeld; zij hebben in u den wees en de weduwe verdrukt.
8 Mijn heilige dingen hebt gij veracht, en Mijn sabbatten hebt gij ontheiligd.
9 Achterklappers zijn in u geweest om bloed te vergieten, en in u hebben zij op de ebergen gegeten, zij hebben schandelijkheid in het midden van u gedaan. e Ez. 18:6, 11. verwijsteksten
10 Men heeft de schaamte des vaders in u fontdekt; die gonrein was door afzondering, hebben zij in u verkracht. f Lev. 18:8. g Lev. 18:19. Ez. 18:6. verwijsteksten
11 Daartoe heeft de een hgruwel gedaan met zijns naasten ihuisvrouw, en een ander heeft zijns kzoons vrouw met schandelijkheid verontreinigd; nog een ander heeft in u zijn zuster, zijns lvaders dochter, verkracht. h Lev. 18:20. i Jer. 5:8. k Lev. 18:15. l Lev. 18:9. verwijsteksten
12 Zij hebben geschenken in u genomen om bloed te vergieten; woeker en overwinst hebt gij genomen, en gij hebt gierigheid gepleegd aan uw naaste door verdrukking; maar gij hebt Mijner vergeten, spreekt de Heere HEERE.
13 Zie dan, Ik heb Mijn hand mgeslagen om uw gierigheid die gij bedreven hebt, en om uw bloed, die in het midden van u geweest zijn. m Ez. 21:17. verwijsteksten
14 Zal uw hart bestaan? Zullen uw handen sterk zijn, in de dagen als Ik met u handelen zal? Ik, de HEERE, heb het gesproken en zal het ndoen. n Ez. 17:24. verwijsteksten
15 En Ik zal u overstrooien onder de heidenen, en u verspreiden in de landen, en uw onreinheid uit u verteren. o Ez. 12:14, 15. verwijsteksten
16 Zo zult gij in u ontheiligd zijn voor de ogen der heidenen, en gij zult weten dat Ik de HEERE ben.
 
De smeltoven
17 Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
18 Mensenkind, die van het huis Israëls zijn Mij tot pschuim geworden; zij zijn allen koper, of tin, of ijzer, of lood, in het midden des ovens; zilverschuim zijn zij geworden. p Jes. 1:22. verwijsteksten
19 Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gijlieden allen tot schuim geworden zijt, daarom, zie, Ik zal u in het midden van Jeruzalem vergaderen.
20 Gelijk zilver, of koper, of ijzer, of lood, of tin in het midden eens ovens vergaderd wordt, om het vuur daarover op te blazen, opdat men het smelte, alzo zal Ik ulieden vergaderen in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid daar laten en smelten.
21 Ja, Ik zal u bijeenbrengen, en zal op u blazen in het vuur Mijner verbolgenheid, dat gij in het midden van haar zult gesmolten worden.
22 Gelijk het zilver in het midden des ovens gesmolten wordt, alzo zult gijlieden in het midden van haar gesmolten worden; en gij zult weten dat Ik, de HEERE, Mijn grimmigheid over u uitgegoten heb.
23 Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
24 Mensenkind, zeg tot haar: Gij zijt een land dat niet gereinigd is, dat zijn plasregen niet heeft gehad ten dage der gramschap.
25 De verbintenis harer profeten is in het midden van haar als een brullende leeuw die een roof rooft; zij eten de qzielen op, den schat en het kostelijke nemen zij weg; haar weduwen vermenigvuldigen zij in het midden van haar. q Matth. 23:14. verwijsteksten
26 Haar priesters doen Mijn wet geweld aan, en zij ontheiligen Mijn heilige dingen; tussen het heilige en het onheilige maken zij geen ronderscheid, en het verschil tussen het onreine en reine geven zij niet te kennen; daartoe verbergen zij hun ogen van Mijn sabbatten; ja, Ik word in het midden van hen ontheiligd. r Lev. 10:10. Ez. 44:23. verwijsteksten
27 Haar svorsten zijn in het midden van haar als wolven die een roof roven, om bloed te vergieten en om zielen te verderven, opdat zij gierigheid zouden plegen. s Micha 3:11. Zef. 3:3. verwijsteksten
28 Haar profeten nu tpleisteren hen met lozen kalk, vziende ijdelheid, en hun leugen voorzeggende, zeggende: Alzo zegt de Heere HEERE; en de HEERE heeft niet gesproken. t Ez. 13:10. v Ez. 21:29. verwijsteksten
29 Het volk des lands plegen enkel verdrukking en bedrijven enkel roverij; ook onderdrukken zij den ellendige en nooddruftige, en den vreemdeling verdrukken zij zonder recht.
30 Ik zocht nu een man uit hen, die den muur mocht toemuren en voor Mijn aangezicht in de xbres staan voor het land, opdat Ik het niet mocht verderven; maar Ik vond niemand. x Ps. 106:23. verwijsteksten
31 Daarom heb Ik Mijn gramschap over hen uitgegoten; door het vuur Mijner verbolgenheid heb Ik hen verteerd; hun weg heb Ik op hun yhoofd gegeven, spreekt de Heere HEERE. y Ez. 9:10; 11:21; 16:43. verwijsteksten

Einde Ezechiël 22