Statenvertaling.nl

sample header image

Hooglied 6 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Hooglied 6

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

De trouw van den Bruidegom
1 WAAR is uw Liefste heen gegaan, o gij schoonste onder de vrouwen? Waarheen heeft uw Liefste het aangezicht gewend, opdat wij Hem met u zoeken?
2 Mijn Liefste is afgegaan in Zijn hof, tot de specerijbeddekens, om te weiden in de hoven en om de leliën te verzamelen.
3 Ik ben mijns Liefsten, en mijn Liefste is mijne, Die onder de leliën weidt.
4 aGij zijt schoon, Mijn vriendin, gelijk Tirza, lieflijk als Jeruzalem, schrikkelijk als slagorden met banieren. a Ps. 45:12. Hoogl. 1:15; 4:1. verwijsteksten
5 Wend uw ogen van Mij af, want zij doen Mij geweld aan; uw haar is als een kudde geiten die het gras van Gilead afscheren.
6 Uw tanden zijn als een kudde schapen die uit de wasstede opkomen, die altezamen tweelingen voortbrengen, en onder dezelve is geen jongeloos.
7 Uw wangen zijn als een stuk van een granaatappel tussen uw vlechten.
8 Er zijn zestig koninginnen en tachtig bijwijven, en maagden zonder getal.
9 Een enige is Mijn duive, Mijn volmaakte, de enige harer moeder, zij is de zuivere dergene die haar gebaard heeft; als de dochters haar zien, zo zullen zij haar welgelukzalig roemen, de koninginnen en de bijwijven, en zullen ze prijzen.
10 Wie is zij die er uitziet als de dageraad, schoon gelijk de maan, zuiver als de zon, schrikkelijk als slagorden met banieren?
11 Ik ben tot den notenhof afgegaan, om de groene vruchten der vallei te zien; om te zien of de wijnstok bloeide, de granaatbomen uitbotten.
12 Eer Ik het wist, zette Mij Mijn ziel op de wagens van Mijn bvrijwillig volk. b Ps. 110:3. verwijsteksten
13 Keer weder, keer weder, o Sulammith, keer weder, keer weder, dat wij u mogen aanzien. Wat ziet gijlieden de Sulammith aan? Zij is als een rei van twee heiren.

Einde Hooglied 6