Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).
| 1 HOORT, gij kinderen, de tucht des vaders; en merkt op, om verstand te weten. |
| 2 Dewijl ik ulieden goede leer geef, verlaat mijn wet niet. |
| 3 Want ik was mijns vaders zoon, teder, en een enige voor het aangezicht mijner moeder. |
| 4 Hij nu leerde mij, en zeide tot mij: Uw hart houde mijn woorden vast, onderhoud mijn geboden en leef. |
| 5 Verkrijg wijsheid, verkrijg verstand; vergeet niet en wijk niet van de redenen mijns monds. |
| 6 Verlaat haar niet, en zij zal u behoeden; heb haar lief, en zij zal u bewaren. |
| 7 De wijsheid is het voornaamste; verkrijg dan wijsheid, en verkrijg verstand met al uw bezitting. |
| 8 Verhef haar, en zij zal u verhogen; zij zal u vereren, als gij haar omhelzen zult. |
| 9 Zij zal uw hoofd een aangenaam toevoegsel geven, een sierlijke kroon zal zij u leveren. |
| 10 Hoor, mijn zoon, en neem mijn redenen aan; en de jaren des levens zullen u vermenigvuldigd worden. |
| 11 Ik onderwijs u in den weg der wijsheid; ik doe u treden in de rechte sporen. |
| 12 In uw gaan zal uw tred niet benauwd worden; en indien gij loopt, zult gij niet struikelen. |
| 13 Grijp de tucht aan, laat niet af; bewaar haar, want zij is uw leven. |
| 14 Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen. |
| 15 Verwerp dien, ga er niet door; wijk ervan en ga voorbij. |
| 16 Want zij slapen niet, zo zij geen kwaad gedaan hebben; en hun slaap wordt weggenomen, zo zij niet iemand hebben doen struikelen. |
| 17 Want zij eten brood der goddeloosheid, en drinken wijn van enkel geweld. |
| 18 Maar het pad der rechtvaardigen is gelijk een schijnend licht, voortgaande en lichtende tot den vollen dag toe. |
| 19 De weg der goddelozen is als donkerheid; zij weten niet waarover zij struikelen zullen. |
| 20 Mijn zoon, merk op mijn woorden, neig uw oor tot mijn redenen. |
| 21 Laat ze niet wijken van uw ogen, behoud ze in het midden uws harten. |
| 22 Want zij zijn het leven dengenen die ze vinden, en een medicijn voor hun gehele vlees. |
| 23 Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens. |
| 24 Doe de verkeerdheid des monds van u weg, en doe de verdraaidheid der lippen verre van u. |
| 25 Laat uw ogen rechtuit zien, en uw oogleden zich recht voor u heen houden. |
| 26 Weeg den gang uws voets, en laat al uw wegen welgevestigd zijn. |
| 27 Wijk niet ter rechter- of ter linkerhand, wend uw voet af van het kwade. |