Statenvertaling.nl

sample header image

Spreuken 2 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Spreuken 2

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

Verscheidene beloften van grote nuttigheden voor degenen die de ware wijsheid met ijver natrachten en verkrijgen; bijzonderlijk dat zij gestierd en bewaard zullen worden in den weg des levens, en behouden van het goddeloze gezelschap, dat den weg des verderfs ingaat.
 
De behartiging der wijsheid
1 MIJN1 zoon, zo gij mijn redenen aanneemt, en mijn geboden bij u 2weglegt,1 Van het 22ste vers van het voorgaande hoofdstuk tot hiertoe heeft Salomo de woorden der Wijsheid verhaald. Nu spreekt hij weder in zijn eigen persoon, gelijk dit kan afgeleid worden uit de vergelijking der vss. 10, 15 van het voorgaande hoofdstuk. verwijsteksten
2 Te weten als een schat en noodzakelijke waar. Zie Job 23 op vers 12. Insgelijks onder, vers 7. verwijsteksten
2 Om uw oren naar wijsheid te doen opmerken, zo gij uw hart tot 3verstandigheid neigt,3 Verstandigheid en verstand is nagenoeg één ding. Wat nu verstand is, zie Spr. 1 op vers 2. verwijsteksten
3 4Ja, zo gij tot het verstand 5roept, uw stem 6verheft tot de verstandigheid,4 Het Hebreeuwse woordje is alzo genomen 2 Kon. 18:34. verwijsteksten
5 Dat is, met alle naarstigheid zoekt te krijgen. Het is een gelijkenis genomen van dengene die iemand noodzakelijk van node hebbende, denzelven met een ernstig en gestadig geroep zoekt bij zich te krijgen.
6 Hebr. geeft. Alzo Spr. 1:20. verwijsteksten
4 aZo gij haar zoekt als 7zilver, en naspeurt als verborgen schatten,a Matth. 13:44. verwijsteksten
7 Vgl. Matth. 13:44, 45, 46. verwijsteksten
5 Dan zult gij de vreze des HEEREN verstaan, en zult de kennis Gods 8vinden.8 Te weten door Gods genadige verlichting, Jak. 1:5, die dengenen dewelke door de rechte middelen naar het goede trachten, hetzelve laat vinden, Matth. 7:7. Want dit woord ziet op het woord zoeken, hetwelk is in het laatste voorgaande vers. Vgl. Spr. 3:13 en de aant. verwijsteksten
6 bWant de HEERE geeft wijsheid; 9uit Zijn mond komt kennis en verstand.b 1 Kon. 3:9, 12. Jak. 1:5. verwijsteksten
9 Dat is, uit Zijn genadig welbehagen en door de openbaring van Zijn heilig Woord; want de mond Gods is somtijds Zijn wil en welbehagen, Deut. 8:3, somtijds de openbaring daarvan, Num. 9:18. Ps. 119:72. verwijsteksten
7 Hij legt weg voor de oprechten een 10bestendig wezen; 11Hij is een Schild dengenen die 12oprechtelijk wandelen,10 Of: een vasten staat. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk wat wezenlijk is, vast en bestendig. Versta hier óf de ware wijsheid en vaste leer der waarheid, die gesteld wordt tegen de ijdele wetenschap dezer wereld, óf het eeuwige, hemelse goed, hetwelk wordt gesteld tegen de lichtvergankelijke dingen dezer aarde. Zie van het Hebreeuwse woord breder Job 5 op vers 12, en vgl. Ps. 37 op vers 3. verwijsteksten
11 Te weten de Heere. Zie Gen. 15 op vers 1. Anderen verstaan door dit schild de ware en vaste wijsheid en leer der zaligheid. Vgl. Ps. 91:4. verwijsteksten
12 Dat is, leven in ongeveinsde vroomheid. Zie ook 1 Kon. 9:4. Ps. 26:11. Spr. 10:9; 20:7; 28:6, enz. Insgelijks zie Gen. 20 op vers 5. verwijsteksten
8 Opdat zij 13de paden des rechts houden; en Hij zal den weg Zijner 14gunstgenoten 15bewaren.13 Dat is, steeds het voorschrift van Gods Woord volgen, hetwelk hen onderwees wat zij geloven en hoe zij leven moesten. Vgl. Gen. 18 op vers 19. Deze paden worden ook genaamd de paden der oprechtheid, vers 13, de paden des levens, vers 19, de weg der goeden en de paden der rechtvaardigen, vers 20, de weg der wijsheid en de sporen der oprechtheid, Spr. 4:11, enz. Zie breder 1 Kon. 8 op vers 36. verwijsteksten
14 Zie van de betekenis van het Hebreeuwse woord 2 Kron. 6 op vers 41. Ps. 4:4. verwijsteksten
15 Vgl. Ps. 1 op vers 6. verwijsteksten
9 Dan zult gij verstaan 16gerechtigheid en recht, en billijkheden, en alle 17goed pad.16 Zie van deze drie woorden Spr. 1 op vers 3. verwijsteksten
17 Hebr. alle spoor des goeds, dat is, weg die ten goede leidt. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk een wagenspoor of wagenlees; doch wordt bij gelijkenis gebruikt van den weg der mensen, dat is, van hun handel en wandel, doen en laten. Zie vers 15. Ps. 23:3. Spr. 4:11; 5:21. Jes. 26:7. verwijsteksten
10 Als de wijsheid in uw hart zal gekomen zijn, en de wetenschap voor uw ziel zal lieflijk zijn,
11 Zo zal de bedachtzaamheid 18over u de wacht houden, de verstandigheid zal u behoeden;18 Dat is, bewaren met bijzondere vlijt en zorgvuldigheid, gelijk de Hebreeuwse manier van spreken hier medebrengt, en is ook te vinden 1 Sam. 26:16. Spr. 6:22. verwijsteksten
12 Om u te redden van den 19kwaden weg, van den man die 20verkeerdheden spreekt;19 Versta allerlei vals geloof en boze werken, strijdende tegen het voorschrift van Gods Woord en leidende ten verderve; die ook aldus genaamd is Ps. 119:101. Spr. 8:13; 28:10. Insgelijks de weg der valsheid, Ps. 119:29, de weg der zondaren, Ps. 1:1, de weg die niet goed is, Spr. 16:29, en hier terstond vers 13, de weg der duisternis. Insgelijks de goddeloze weg, Ez. 3:18. verwijsteksten
20 Dat is, dingen die strijden tegen de waarheid der leer en de gerechtigheid des levens. Alzo vers 14. Deut. 32:20. Spr. 6:14; 8:13; 10:31, 32, enz. verwijsteksten
13 Van degenen die 21de paden der oprechtheid 22verlaten, om 23te gaan in de wegen der duisternis;21 Zie op vers 8. verwijsteksten
22 Vgl. 2 Kron. 12 op vers 1. verwijsteksten
23 Dat is, te leven in ongeloof, dwaling, moedwillige zonde, ongerustheid des gemoeds, kwelling en ellende. Alzo is het woord duisternis genomen voor allerlei kwaad, hetwelk is in het verstand, den wil, de affecten, woorden, daden en in het gehele leven der mensen. Vgl. Pred. 2:14. Jes. 9:1. Rom. 2:19. Ef. 5:8, 11. verwijsteksten
14 Die blijde zijn in het kwaaddoen, zich verheugen in de verkeerdheden 24des kwaden,24 Te weten óf persoons, óf werks.
15 25Welker paden 26verkeerd zijn, en 27afwijkende in hun sporen;25 Te weten dergenen die de oprechtheid verlaten, enz., van dewelke in de twee voorgaande verzen gesproken is.
26 Dat is, krom en slom omlopende, afdwalende van het rechte voorschrift des geloofs en des levens.
27 Te weten van den rechten en goeden weg. Alzo Spr. 3:32; 14:2. verwijsteksten
16 28Om u te redden van de 29vreemde vrouw, cvan de onbekende, 30die met haar redenen vleit,28 Dit vers hangt aan het voorgaande 11de vers.
29 Dat is, die uw eigen niet is, maar eens anders vrouw; en daartoe door haar ongeloof, kwaad leven en overspeligen wandel tot het ware volk Gods niet behoort. Daarom wordt zij ook een uitlandse of onbekende genoemd. Alzo Spr. 5:3; 6:24; 7:5. verwijsteksten
c Spr. 5:3; 6:24; 7:5. verwijsteksten
30 Of: die haar redenen smijdig maakt, of: gladde of smekende woorden geeft, waarmede zij de mannen ontuchtiglijk aanlokt. Vgl. Spr. 5:3; 6:24; 7:5. verwijsteksten
17 Die den 31leidsman harer jonkheid verlaat, en 32het verbond haars Gods vergeet.31 Dat is, haar wettigen man, dien zij in haar jonkheid getrouwd heeft en die haar hoofd en voogd is.
32 Dat is, de beloofde huwelijkse trouw, dewelke Gods verbond genaamd wordt, niet alleen omdat het huwelijk van God ingesteld is, maar ook omdat God daarin man en vrouw samenvoegt, en Hij van zulke verbintenis, als voor Hem gedaan zijnde, Getuige en Toeziener is. Zie Mal. 2:14, enz. verwijsteksten
18 33Want haar huis helt 34naar den dood, en haar paden naar de 35overledenen.33 Dit vers hangt aan het voorgaande 16de vers. Alsof hij zeide: Ik heb niet tevergeefs verklaard dat de wijsheid u van de vreemde vrouw verlossen zou; want dit is een zeer grote weldaad, omdat de vreemde vrouw de mensen tot den dood leidt.
34 De zin is, dat de straf van het overspel is des mensen ondergang, naar ziel en lichaam. Het is een gelijkenis genomen van een hellenden wand, die nabij zijn val is.
35 Het Hebreeuwse woord, hetwelk somtijds betekent reuzen, wordt hier genomen voor doden, overledenen, afgestorvenen. Zie Job 26 op vers 5. verwijsteksten
19 Allen die 36tot haar ingaan, 37zullen niet wederkomen, en zullen de paden 38des levens niet aantreffen.36 Zie Gen. 6 op vers 4. verwijsteksten
37 Te weten van den weg des doods, dien zij door de zonde des overspels ingegaan zijn.
38 Dat is, die ten leven leiden. Alzo Spr. 5:6; 6:23; 15:24. verwijsteksten
20 39Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de 40paden der 41rechtvaardigen.39 Dit vers hangt aan het voorgaande 11de vers: Zo zal de bedachtzaamheid, enz., of aan het 16de vers: Om u te redden van de, enz.
40 Dat is, de voorbeelden der vromen, die God recht gekend en gevreesd hebben. Dezen worden ons bevolen na te volgen, en niet degenen die zich tot onkuisheid of andere zonden begeven.
41 Dezen worden overal in dit boek gesteld tegen de goddelozen en onvromen, die God niet kennen noch gehoorzamen.
21 dWant de vromen 42zullen de aarde bewonen, en de oprechten zullen daarin 43overblijven.d Ps. 37:29. verwijsteksten
42 Vgl. Ps. 37:9, 11, 22, 29, 34, en de aant. op vers 29. verwijsteksten
43 Te weten niet alleen in het gemeen, omdat er altijd een kerk en volk Gods blijven zal, maar ook in het bijzonder, omdat God geen der Zijnen, in wat nood ook dat zij komen, immermeer verlaten zal, maar tot den dood toe met Zijn zegen achtervolgen.
22 eMaar de goddelozen 44zullen van de aarde uitgeroeid worden, en de 45trouwelozen zullen ervan uitgerukt worden.e Job 18:17. Ps. 104:35. verwijsteksten
44 Hun dood is een merkelijke uitroeiing, omdat zij in groten voorspoed en weelde zittende, haastelijk daaruit weggenomen en tot het eeuwige verderf bewaard worden. Vgl. Ps. 37:2, 9, enz. verwijsteksten
45 Versta door dezen die door grote en moedwillige ongerechtigheid overtreden den schuldigen plicht, dien zij God of hun naaste schuldig zijn. Vgl. 1 Sam. 15:18. Ps. 1:1 en de aantt. verwijsteksten

Einde Spreuken 2