Statenvertaling.nl

sample header image

Spreuken 11 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Spreuken 11

Dit hoofdstuk voorgelezen (v):

 

Oprechtheid en verkeerdheid
1 EENa bedrieglijke weegschaal is den HEERE een gruwel, maar een volkomen weegsteen is Zijn welgevallen. a Lev. 19:36. Deut. 25:13. Spr. 16:11; 20:10, 23. verwijsteksten
2 bAls de hovaardigheid komt, zal de schande ook komen; cmaar met de ootmoedigen is wijsheid. b Spr. 16:18; 18:12. c Spr. 15:33; 18:12. verwijsteksten
3 dDe oprechtheid der oprechten leidt hen, maar de verkeerdheid der trouwelozen verstoort hen. d Spr. 13:6. verwijsteksten
4 eGoed doet geen nut ten dage der verbolgenheid, maar de gerechtigheid redt van den dood. e Spr. 10:2. Ez. 7:19. Zef. 1:18. verwijsteksten
5 De gerechtigheid des oprechten maakt zijn weg recht, maar de goddeloze valt door zijn goddeloosheid.
6 De gerechtigheid der vromen zal hen redden, maar de trouwelozen fworden gevangen in hun verkeerdheid. f Spr. 5:22. verwijsteksten
7 Als de goddeloze mens sterft, vergaat zijn verwachting; zelfs is de allersterkste hoop vergaan.
8 gDe rechtvaardige wordt uit benauwdheid bevrijd, hen de goddeloze komt in zijn plaats. g Ps. 34:20. h Spr. 21:18. verwijsteksten
9 De huichelaar verderft zijn naaste door den mond, maar door wetenschap worden de rechtvaardigen bevrijd.
10 Een stad springt op van vreugde over het welvaren der rechtvaardigen; en als de goddelozen vergaan, is er gejuich.
11 Door den zegen der oprechten wordt een stad verheven, maar door den mond der goddelozen wordt zij verbroken.
12 Die verstandeloos is, veracht zijn naaste; maar een man van groot verstand zwijgt stil.
13 Die als een achterklapper wandelt, openbaart het heimelijke; maar die getrouw is van geest, bedekt de zaak.
14 iAls er geen wijze raadslagen zijn, vervalt het volk; maar de behoudenis is in de veelheid der raadslieden. i 1 Kon. 12:1, enz. verwijsteksten
15 Als iemand voor een vreemde borg geworden is, hij zal zekerlijk verbroken worden; maar wie degenen haat die in de hand klappen, is zeker.
16 Een aangename huisvrouw houdt de eer vast, gelijk de geweldigen den rijkdom vasthouden.
17 Een goedertieren mens doet zijn ziel wel; maar die wreed is, beroert zijn vlees.
18 De goddeloze doet een vals werk, maar voor dengene die gerechtigheid zaait, is trouw loon.
19 Alzo is de gerechtigheid ten leven; gelijk die het kwade najaagt, naar zijn dood jaagt.
20 De verkeerden van hart zijn den HEERE een gruwel, maar de oprechten van weg zijn Zijn welgevallen.
21 kHand aan hand zal de boze niet onschuldig zijn, maar het zaad der rechtvaardigen zal ontkomen. k Spr. 16:5. verwijsteksten
22 Een schone vrouw die van rede afwijkt, is een gouden bagge in een varkenssnuit.
23 De begeerte der rechtvaardigen is alleenlijk het goede, maar de verwachting der goddelozen is verbolgenheid.
24 Er is een die uitstrooit, denwelken nog meer toegedaan wordt; en een die meer inhoudt dan recht is, maar het is tot gebrek.
25 lDe zegenende ziel zal vet gemaakt worden; en die bevochtigt, zal ook zelf een vroege regen worden. l Ps. 112:9. 2 Kor. 9:9. verwijsteksten
26 Wie koren inhoudt, dien vloekt het volk; maar zegening zal zijn over het hoofd des verkopers.
27 Wie het goede vroeg nazoekt, zoekt welgevalligheid; maar mwie het kwade natracht, dien zal het overkomen. m Ps. 7:17; 9:16; 10:2; 57:7. verwijsteksten
28 Wie op zijn rijkdom vertrouwt, die zal vallen; maar nde rechtvaardigen zullen groenen als loof. n Ps. 1:3, 4; 92:13. verwijsteksten
29 Wie zijn huis beroert, zal wind erven; en de dwaas zal een knecht zijn desgenen die wijs van hart is.
30 De vrucht des rechtvaardigen is een boom des levens; en wie zielen vangt, is wijs.
31 Zie, den rechtvaardige wordt vergolden op de aarde, ohoeveel te meer den goddeloze en zondaar! o 1 Petr. 4:17, 18. verwijsteksten

Einde Spreuken 11