Statenvertaling.nl

sample header image

Exodus 35 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Exodus 35

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

1 TOEN deed Mozes de ganse vergadering der kinderen Israëls verzamelen en zeide tot hen: Dit zijn de woorden die de HEERE geboden heeft, dat men ze doe.
2 Zes dagen zal men het werk doen; maar op den zevenden dag zal ulieden heiligheid zijn, een sabbat der rust den HEERE; al wie daarop werk doet, zal gedood worden.
3 Gij zult geen vuur aansteken in enige uwer woningen op den sabbatdag.
4 Verder sprak Mozes tot de ganse vergadering der kinderen Israëls, zeggende: Dit is het woord dat de HEERE geboden heeft, zeggende:
5 Neemt van hetgeen dat gijlieden hebt een hefoffer den HEERE; een ieder wiens hart vrijwillig is, zal het brengen ten hefoffer des HEEREN: goud en zilver en koper,
6 Alsook hemelsblauw en purper en scharlaken en fijn linnen en geitenhaar,
7 En roodgeverfde ramsvellen en dassenvellen en sittimhout,
8 En olie tot den luchter, en specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen,
9 En sardonyxstenen en vervullende stenen, tot den efod en tot den borstlap.
10 En allen die wijs van hart zijn onder ulieden, zullen komen en maken alles wat de HEERE geboden heeft:
11 Den tabernakel, zijn tent en zijn deksel, zijn haakjes en zijn berderen, zijn richels, zijn pilaren en zijn voeten;
12 De ark en haar handbomen, het verzoendeksel en den voorhang des deksels;
13 De tafel en haar handbomen, en al haar gereedschap, en de toonbroden;
14 En den kandelaar tot het licht, en zijn gereedschap en zijn lampen, en de olie tot het licht;
15 En het reukaltaar en zijn handbomen, en de zalfolie en het reukwerk van welriekende specerijen; en het deksel der deur aan de deur des tabernakels;
16 Het altaar des brandoffers en den koperen rooster dien het hebben zal, zijn handbomen en al zijn gereedschappen; het wasvat en zijn voet;
17 De behangsels des voorhofs, zijn pilaren en zijn voeten, en het deksel van de poort des voorhofs;
18 De nagelen des tabernakels en de pinnen des voorhofs, met haar zelen;
19 De ambtsklederen om in het heilige te dienen, de heilige klederen van den priester Aäron en de klederen zijner zonen, om het priesterambt te bedienen.
20 Toen ging de ganse vergadering der kinderen Israëls uit van voor het aangezicht van Mozes.
21 En zij kwamen, alle man wiens hart hem bewoog; en een ieder wiens geest hem vrijwillig maakte, die brachten des HEEREN hefoffer tot het werk van de tent der samenkomst en tot al haar dienst en tot de heilige klederen.
22 Zo kwamen dan de mannen met de vrouwen, alle vrijwilligen van hart; zij brachten haken en oorsierselen en ringen en spanselen, alle gouden vaten; en alle man die een gouden beweegoffer den HEERE offerde,
23 En alle man bij wien gevonden werd hemelsblauw en purper en scharlaken en fijn linnen en geitenhaar, en roodgeverfde ramsvellen en dassenvellen, die brachten ze.
24 Allen die een hefoffer van zilver of koper offerden, die brachten het ten hefoffer des HEEREN; en allen bij welke sittimhout gevonden werd, brachten het tot al het werk van den dienst.
25 En alle vrouwen die wijs van hart waren, sponnen met haar handen; en zij brachten het gesponnene, de hemelsblauwe zijde en het purper, het scharlaken en het fijn linnen.
26 En alle vrouwen welker hart haar bewoog in wijsheid, die sponnen het geitenhaar.
27 De oversten nu brachten sardonyxstenen en vulstenen, tot den efod en tot den borstlap,
28 En specerij en olie, tot den luchter en tot de zalfolie, en tot roking welriekende specerijen.
29 Alle man en vrouw, welker hart hen vrijwillig bewoog te brengen tot al het werk hetwelk de HEERE geboden had te maken door de hand van Mozes; dat brachten de kinderen Israëls tot een vrijwillig offer den HEERE.
30 Daarna zeide Mozes tot de kinderen Israëls: Ziet, de HEERE heeft met name geroepen Bezáleël, den zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda.
31 En de Geest Gods heeft hem vervuld met wijsheid, met verstand en met wetenschap, namelijk in alle handwerk;
32 En om te bedenken vernuftigen arbeid, te werken in goud en in zilver en in koper,
33 En in kunstige steensnijding, om in te zetten, en in kunstige houtsnijding; om te werken in alle vernuftig handwerk.
34 Hij heeft hem ook in zijn hart gegeven anderen te onderwijzen, hem en Ahóliab, den zoon van Ahisamach, van den stam van Dan.
35 Hij heeft hen vervuld met wijsheid des harten, om te maken alle werk eens werkmeesters en des allervernuftigsten handwerkers en des borduurders in hemelsblauw en in purper, in scharlaken en in fijn linnen, en des wevers; makende alle werk en bedenkende vernuftigen arbeid.

Einde Exodus 35