Statenvertaling.nl

sample header image

Exodus 34 – Statenvertaling

Op deze pagina kunt u de Statenvertaling met kanttekeningen online raadplegen in de editie van de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting).

Bijbelboek:    

Hoofdstuk: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40
Inleiding Bijbelboek
Weergave: Met kanttekeningenParallelZonder kanttekeningenAlleen Bijbeltekst

Exodus 34

Dit hoofdstuk voorgelezen (m):

 

De nieuwe stenen tafelen
1 TOEN azeide de HEERE tot Mozes: Houw u twee stenen tafelen, gelijk de eerste waren; zo zal Ik op de tafelen schrijven dezelfde woorden die op de eerste tafelen geweest zijn, die gij gebroken hebt. a Deut. 10:1. verwijsteksten
2 En wees bereid tegen den morgenstond; dat gij in den morgenstond op den berg Sinaï klimt, en stel u aldaar voor Mij op den top des bergs.
3 bEn niemand zal met u opklimmen; dat er ook niemand gezien worde op den gansen berg; cook het kleine vee noch runderen zullen tegenover dezen berg weiden. b Ex. 19:12. c Ex. 19:13. verwijsteksten
4 Toen hieuw hij twee stenen tafelen gelijk de eerste; en Mozes stond des morgens vroeg op en klom op den berg Sinaï, gelijk als hem de HEERE geboden had; en hij nam de twee stenen tafelen in zijn hand.
 
De HEERE verschijnt aan Mozes
5 De HEERE nu kwam nederwaarts in een wolk en stelde Zich aldaar bij hem; en Hij riep uit den Naam des HEEREN.
6 dAls nu de HEERE voor zijn aangezicht voorbijging, zo riep Hij: HEERE HEERE, God, barmhartig en genadig; lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid; d Ex. 33:19. verwijsteksten
7 eDie de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid en overtreding en zonde vergeeft; Die den schuldige geenszins onschuldig houdt, fbezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen en aan de kindskinderen, in het derde en in het vierde lid. e Ex. 20:6. Num. 14:18. Deut. 5:10. Ps. 86:15; 103:8; 145:8. f Jer. 32:18. verwijsteksten
8 Mozes nu haastte en neigde het hoofd ter aarde en hij boog zich,
9 En hij zeide: Heere, indien ik nu genade gevonden heb in Uw ogen, zo ga nu de Heere in het midden van ons, want dit is een hardnekkig volk; doch vergeef onze ongerechtigheid en onze zonde, en neem ons aan tot geen erfdeel. g Lev. 25:38. Ps. 28:9; 33:12. Zach. 2:12. verwijsteksten
 
Vernieuwing van het verbond
10 Toen zeide Hij: Zie, hIk maak een verbond; ivóór uw ganse volk zal Ik wonderen doen, die niet geschapen zijn op de ganse aarde, noch onder enige volken; alzo dat dit ganse volk, in welks midden gij zijt, des HEEREN werk zien zal, dat het schrikkelijk is hetwelk Ik met u doe. h Deut. 5:2. i Joz. 10:12, 13. verwijsteksten
11 Onderhoud gij hetgeen dat Ik u heden gebied; zie, Ik zal voor uw aangezicht uitdrijven de Amorieten en de Kanaänieten en de Hethieten en de Ferezieten en de Hevieten en de Jebusieten.
12 kWacht u, dat gij toch geen verbond maakt met den inwoner des lands waarin gij komen zult; dat hij misschien niet tot een strik worde in het midden van u. k Ex. 23:32. Num. 33:51. Deut. 7:2. verwijsteksten
13 Maar hun altaren zult gijlieden omwerpen en hun opgerichte beelden zult gij verbreken, en hun bossen zult gij afhouwen
14 l(Want gij zult u niet buigen voor een anderen god; want des HEEREN Naam is IJveraar, een ijverig God is Hij); l Ex. 20:5. verwijsteksten
15 Opdat gij misschien geen verbond maakt met den inwoner van hetzelve land; en zij hun goden niet nahoereren, noch hun goden offeranden doen, en hij u nodigende, gij van hun offerande eet,
16 En gij voor uw zonen vrouwen neemt van hun dochters; men hun dochters, haarlieder goden nahoererende, maken dat ook uw zonen haar goden nahoereren. m 1 Kon. 11:2. verwijsteksten
17 Gij zult u geen gegoten goden maken.
18 Het feest der ongezuurde broden zult gij houden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, gelijk Ik u geboden heb, nte gezetter tijd der maand Abib; want in de maand Abib zijt gij uit Egypte uitgegaan. n Ex. 12:15; 23:15. verwijsteksten
19 oAl wat de baarmoeder opent is Mijne; ja, al uw vee dat mannelijk zal geboren worden, openende de baarmoeder van het grote en kleine vee. o Ex. 13:2; 22:29. Ez. 44:30. verwijsteksten
20 pDoch den ezel die de baarmoeder opent, zult gij met een stuk kleinvee lossen; maar indien gij hem niet zult lossen, zo zult gij hem den nek breken. Al de eerstgeborenen uwer zonen zult gij lossen, qen men zal voor Mijn aangezicht niet ledig verschijnen. p Ex. 13:13. q Ex. 23:15. Deut. 16:16. verwijsteksten
21 rZes dagen zult gij arbeiden, maar op den zevenden dag zult gij rusten; in den ploegtijd en in den oogst zult gij rusten. r Ex. 20:9. verwijsteksten
22 sHet feest der weken zult gij ook houden, zijnde het feest der eerstelingen van den tarweoogst; en het feest der inzameling, als het jaar om is. s Ex. 23:16. verwijsteksten
23 tAl wat mannelijk is onder u zal driemaal in het jaar voor het aangezicht des Heeren HEEREN, des Gods van Israël, verschijnen. t Ex. 23:17. Deut. 16:16. verwijsteksten
24 Wanneer Ik de volken voor uw aangezicht uit de bezitting zal verdrijven en uw landpalen verwijden, dan zal niemand uw land begeren, terwijl gij henen opgaan zult om te verschijnen voor het aangezicht des HEEREN uws Gods, driemaal in het jaar.
25 vGij zult het bloed van Mijn slachtoffer niet offeren met gedesemd brood; het slachtoffer van het paasfeest zal ook niet vernachten tot den morgen. v Ex. 23:18. verwijsteksten
26 De xeerstelingen van de eerste vruchten uws lands zult gij in het huis des HEEREN uws Gods brengen. yGij zult het bokje in de melk zijner moeder niet koken. x Ex. 23:19. Deut. 26:2. y Ex. 23:19. Lev. 22:27. Deut. 14:21. verwijsteksten
27 Verder zeide de HEERE tot Mozes: Schrijf u deze woorden; want naar luid dezer woorden heb Ik een verbond met u en met Israël gemaakt.
28 zEn hij was aldaar met den HEERE veertig dagen en veertig nachten; hij at geen brood en hij dronk geen water; aen Hij schreef op de tafelen de woorden des verbonds, de tien woorden. z Ex. 24:18. Deut. 9:9, 18. a Ex. 31:18; 34:1. Deut. 4:13. verwijsteksten
 
Mozes’ glinsterend aangezicht
29 En het geschiedde toen Mozes van den berg Sinaï afging (de twee tafelen der getuigenis nu waren in de hand van Mozes, als hij van den berg afging), zo wist Mozes niet, dat het vel zijns aangezichts bglinsterde, toen Hij met hem sprak. b 2 Kor. 3:7. verwijsteksten
30 Als nu Aäron en al de kinderen Israëls Mozes aanzagen, zie, zo glinsterde het vel zijns aangezichts; daarom vreesden zij tot hem toe te treden.
31 Toen riep hen Mozes; en Aäron en al de oversten in de vergadering keerden weder tot hem, en Mozes sprak tot hen.
32 En daarna traden al de kinderen Israëls toe; en hij gebood hun al wat de HEERE met hem gesproken had op den berg Sinaï.
33 Alzo eindigde Mozes met hen te spreken; en chij had een deksel op zijn aangezicht gelegd. c 2 Kor. 3:7, 13. verwijsteksten
34 Doch als Mozes voor het aangezicht des HEEREN kwam om met Hem te spreken, zo nam hij dat deksel af, totdat hij uitging; en nadat hij uitgegaan was, zo sprak hij tot de kinderen Israëls wat hem geboden was.
35 Zo zagen dan de kinderen Israëls het aangezicht van Mozes, dat het vel van Mozes’ aangezicht glinsterde; derhalve deed Mozes het deksel weder op zijn aangezicht, totdat hij inging om met Hem te spreken.

Einde Exodus 34